Stadsvarkens om op te eten

Project

Stadsvarkens om op te eten

Stichting Stadsvarkens wil bijdragen aan het sluiten van de kringloop door natuur weer dichter bij de mensen te brengen. Door stadsvarkens op een zo natuurlijk mogelijke wijze te houden willen ze hier concreet vorm aan geven. Bij de slacht bleek dat een van de varkens geel verkleurd vlees had. Omdat het tegengaan van voedselverspilling een van de doelen is van het houden van stadsvarkens, wilde de stichting graag een beter beeld krijgen van dat wat van invloed kan zijn op de kwaliteit van het varkensvlees. Hierbij ook kijkend naar een verklaring voor individuele variaties van het karkas.

Bevindingen van de studenten naar aanleiding van de onderzoeksvragen.

Ze wilden onderzocht hebben of dit varken echt ongeschikt was voor consumptie. En zo ja, of dit in de toekomst is te voorkomen. Mogelijk betekent de verkleuring een gevaar voor de voedselveiligheid. Van belang is hoe het risico op gele verkleuring kan worden verkleind.

Aan de hand van interviews met stakeholders (soortgelijke varkenshouderijen, veeartsen, veevoederbedrijven, slachterijen en de NVWA) en een literatuurstudie is de mogelijke oorzaak van de verkleuring onderzocht. Daarbij is ook gekeken of het huidige keuringsbeleid past bij kleinschalige circulaire varkenshouderij.

Verkleuring vlees

Er is een zogenaamde ‘differentiaaldiagnose’ opgesteld waarbij de mogelijke oorzaken worden gegeven voor de gele verkleuring van het vlees van dit specifieke varken. Daarbij kwamen carotenoïdenophoping en geelzucht als meest waarschijnlijke oorzaak naar voren.

Een andere mogelijke oorzaak, bij veel experts onbekend, is geelvetziekte. In het geval van geelzucht en geelvetziekte zou er een gevaar voor de voedselveiligheid kunnen zijn. Omdat geelvetziekte gerelateerd is aan de consumptie van vitamine E is gekeken hoeveel vitamine E het rantsoen van de varkens van Stichting Stadsvarkens bevat.
Ook is een vergelijking gemaakt tussen de carotenoïdenconcentraties van het rantsoen en verschillende andere soorten voer. Vervolgens zijn deze in perspectief geplaatst, en is gekeken naar de waarschijnlijkheid voor carotenoïdenophoping in het dier. In het geval van carotenoïdenophoping is er geen gevaar voor de voedselveiligheid wanneer dit vlees geconsumeerd wordt.

Deze resultaten hebben geleid tot een advies om het rantsoen intensiever te gaan monitoren. Zo kan bij herhaling eerder worden aangetoond waar de oorzaak ligt. Dit is met name van belang bij verkleuring van het weefsel door carotenoïdenophoping.

Geelzucht kan ontstaan door veel verschillende oorzaken, waaronder een infectie met spoelwormen (Ascaris suum). Door middel van mestonderzoek is gekeken is of de nog levende varkens besmet zijn met wormen. Deze bleken allen besmet te zijn met meerdere soorten wormen, advies is dan ook om de varkens (preventief) te gaan ontwormen.

Verkleuring karkas

In de sector is geïnventariseerd of verkleuring van het karkas een omvangrijk probleem is. Dit bleek niet het geval te zijn. Er waren slechts twee gevallen bekend, waarvan één situatie mogelijk werd veroorzaakt door een genetische afwijking. Daardoor kon het varken β-caroteen niet afbreken. In de andere situaties waren alle varkens van de desbetreffende boer geel/oranje verkleurd, wat waarschijnlijk kwam door het voeren van pompoenen. Advies is dat varkenshouders contact te houden met elkaar en met veeartsen om zo informatie te kunnen uitwisselen en documenteren. 

Onderscheid keuringsbeleid tussen conventioneel en niet-conventioneel

Binnen het onderzoek is ook gekeken naar mogelijkheden binnen het huidige keuringsbeleid. Om daarbij onderscheid te maken tussen conventionele- en niet-conventionele varkenshouderij. Dit beleid wordt tot nu toe voornamelijk toegepast op varkens uit de conventionele varkenshouderij die opgroeien onder gecontroleerde omstandigheden. Daarbij zijn voer, genetica en omgevingsfactoren goed gemonitord.

Keuringsbeleid is ook vooral gericht op de voedselveiligheid voor de mens. De nadruk ligt hierbij op het vaststellen van eventuele ziektebeelden door middel van visuele waarnemingen en eventueel vervolgonderzoek. Omdat het voor Stichting Stadsvarkens financieel niet mogelijk is om zulk vervolgonderzoek te laten uitvoeren, is het advies om opnieuw contact te zoeken met Wageningen University and Research, indien een dergelijk casus zich weer voordoet. Hierdoor kan meer kennis worden verkregen over varkensvlees en karkaskwaliteit van varkens die op een niet-conventionele manier worden gehouden.

Er zijn ook mogelijkheden om zelf testen uit te voeren zoals een alcohol-ethertest waarbij kan worden aangetoond of de verkleuring van geel vetweefsel wordt veroorzaakt door bilirubine of door carotenoïde. Echter is niet bekend of de NVWA deze test als betrouwbaar genoeg beschouwt om mee te nemen in de beoordeling van het karkas.

Vergelijkbare situaties documenteren

Verwacht wordt dat - door de toename van het aantal niet-conventionele varkenshouderijen - de diversiteit van het uiterlijk van varkenskarkassen na de slacht zal toenemen. Daarbij wordt de kans op zeldzame afwijkingen zoals gele vetverkleuring ook groter. Ook hier het advies om proactief contact te houden met andere niet-conventionele varkenshouderijen en zo vergelijkbare situaties zoals van Stichting Stadsvarkens te documenteren. Met deze gegevens en informatie wordt verwacht dat de NVWA eerder in staat zal zijn om gericht onderzoek te kunnen uitvoeren.