Project

Vrijwilligers in Gelderse dorpen, vernieuwing en verjonging

Vrijwilligerswerk wordt in de Coronacrisis gepresenteerd als een noviteit, maar in veel dorpen en kleine kernen in Gelderland (en elders) vormt het al jarenlang de basis van leefbaarheid. De buurtbus, sportverenigingen en dorpshuizen; allemaal draaien zij gedeeltelijk of helemaal op vrijwilligersinzet. Onder druk van de decentralisatie van overheidstaken komen daar steeds meer verantwoordelijkheden bij.

Ondanks het belang dat uitgaat van dit werk, en de energie die ermee vrijkomt, dreigen vrijwilligersorganisaties op een burn-out af te stevenen. De vraag is hoe het werk behapbaar en aantrekkelijk georganiseerd kan worden, voor jong en oud.

Eerder onderzoek van de Wetenschapswinkel heeft laten zien dat het overdragen van centrale overheidstaken naar het gemeentelijk niveau consequenties heeft voor de relatie tussen lokale publieke instanties (gemeenten, zorginstellingen, woningcorporaties, etc.) en vrijwilligersorganisaties (dorpsbelangenorganisaties, dorpshuizen, Kulturhusen, wijkcentra, etc.).

Ook voor de relatie tussen deze vrijwilligersorganisaties en (potentiƫle) vrijwilligers heeft dat gevolgen. Specifiek bleek dat het aantrekken van nieuwe vrijwilligers, met name jongeren en het interessant en behapbaar organiseren van vrijwilligerswerk belangrijke uitdagingen zijn. Daarnaast is het de vraag in hoeverre de missie en visie (identiteit) van de organisaties van invloed zijn op diens populariteit en functioneren. Deze uitdagingen en vragen vormen de uitgangspunten van dit project, waarin we ons laten inspireren door voorbeelden van vrijwilligerswerk in binnen- en buitenland.

Onderzoeksvragen:

  1. Welke succes- en faalfactoren met betrekking tot de organisatie van vrijwilligerswerk, zien we gelegen in de organisatievorm van de vrijwilligersorganisatie?
  2. Op welke manier kan de vrijwilligersorganisatie nieuwe vrijwilligers werven en aan zich binden, en in hoeverre is de organisatievorm daarbij van invloed?
  3. Wat zijn de voorkeuren van jongeren wat betreft vrijwilligerswerk en vrijwilligersorganisaties, en welke factoren maken in de praktijk dat zij zich committeren aan hun rol als vrijwilliger?
  4. In hoeverre zijn de missie en visie van de vrijwilligersorganisatie van invloed op het functioneren van de organisatie en de commitment van haar vrijwilligers?