Nieuws

Nieuwe hoogleraar diëtetiek wordt link tussen wetenschap en praktijk

Gepubliceerd op
11 november 2021

De eerste buitengewoon hoogleraar diëtetiek van Nederland, Marian de van der Schueren, heeft donderdag haar rede gehouden bij Wageningen University & Research. Wat ze in haar leerstoel vooral wil doen, is praktisch bewijs verzamelen over welke aanpakken met betrekking tot gezond leven voor welke individuen, groepen en ziektes goed werken: evidence-based dietetics. Hoe kunnen richtlijnen over gezonde voeding toegespitst worden op individuen en op mensen met onderliggend lijden en ziekten?

De nieuwe hoogleraar gaat met haar leerstoel de link leggen tussen kennis over voeding en gezondheid, voeding en ziekte, en de praktijk. “De paramedische zorg, waaronder de diëtetiek, is bezig met een snelle ontwikkeling”, vertelt ze. “Leefstijl wordt alleen maar belangrijker. Wetenschappelijke kennis en onderzoek vanuit Wageningen kan bijdragen aan een betere onderbouwing van het werk van de diëtist. In 2018 zijn voor vijf paramedische beroepsgroepen kennisagenda’s opgesteld waarin hiaten in kennis zijn aangegeven. Dat is de directe aanleiding voor deze leerstoel.”

Waarom is het nu precies ‘hoog tijd’? “De helft van de Nederlanders heeft overgewicht, ouderen wonen langer thuis en de coronapandemie legt bloot dat het slecht gesteld is met onze leefstijl”, stelt ze. “Voeding speelt bij al deze dingen een grote rol. Overgewicht en hart-en-vaatziekten zijn voor een belangrijk deel geassocieerd met een slechte voeding. Diabetes is om te keren. Herstel bij ziekte kan worden versneld. En bij al deze dingen is een persoonsgerichte aanpak heel belangrijk. Wat werkt voor welke groep mensen? Dat moeten we gaan uitzoeken.”

Marian de van der Schueren (foto: Bastiaan van Musscher)

Dat klinkt als toegepaste wetenschap. “Dat is het ook. We willen uit de praktijk, samen met de diëtisten en patiënten, bewijzen verzamelen over wat echt werkt. Wetenschappelijk onderzoek, ook bij Wageningen, wordt meestal zeer gedegen uitgevoerd onder gecontroleerde omstandigheden. Hierbij krijgen deelnemers bijvoorbeeld maaltijden mee van de universiteit. Alleen zijn die interventies in de dagelijkse praktijk nog steeds effectief? Dat gaan wij de komende jaren onderzoeken. Diëtetiek kijkt ook verder dan de algemene richtlijnen. Dat betekent van gezonde voeding - waar in Wageningen veel kennis over is - naar aangepaste voeding.”

Samenwerking met leerstoelen

Hoe ziet dat er dan concreet uit in Wageningen? Onderzoek doen mét de doelgroep, legt De van der Schueren uit. “Zo loopt er nu bijvoorbeeld een onderzoek in verpleeghuizen naar de balans tussen gezonde voeding en kwaliteit van leven, uitgevoerd door een mix van hbo- en wo-studenten. Ik krijg unaniem van de Wageningse studenten terug dat ze door in de praktijk te werken beter begrijpen waarom dingen wel of niet werken. En hoe cijfers daarover verzameld kunnen worden. ‘We kennen de theorie, maar de praktijk niet’, zeggen ze.”

Een ander voorbeeld is een gerandomiseerde trial die nu loopt naar de rol van leefstijlinterventie bij de beperking van cognitieve achteruitgang. “Hier wordt gekeken naar o.a. voeding, beweging, slaap en stress. Naar alle factoren dus. De ene groep volgt de basisadviezen van de Gezondheidsraad, de andere groep een gepersonaliseerde benadering. Wageningen University & Research zorgt hierbij voor de kennis over voeding.”

De van der Schueren werkt samen met diverse leerstoelgroepen, waaronder die van Ellen Kampman. “Diëtetiek is bij het onderzoek naar voeding en kanker nog niet genoeg ingebed. Hoe kun je zorgen dat de voedingsinname haalbaar en acceptabel wordt voor de patiënt? Daar komt ook Emely de Vet in beeld. Wij kunnen wel willen dat cliënten hun gedrag veranderen, maar willen ze dat zelf ook? Is er bewustwording en motivatie? Voedingsdoelen kunnen via verschillende wegen bereikt worden: wat is de beste weg? Een ander voorbeeld hierbij is eHealth. Wil iemand gebruik maken van een app of werkt dat juist niet?”

Een ander deel waar de nieuwe hoogleraar aandacht aan besteedt, is voeding bij het ouder worden. Hier wordt de leerstoelgroep van Lisette de Groot nauw bij betrokken. “De Gezondheidsraad adviseert zoveel gram eiwit. Alleen dat is voor gezonde Nederlanders. Hoe zit het met zieken en ouderen? Hier komt weer de diëtetiek in beeld. Ook is het interessant om vanuit de duurzaamheidsexpertise van Wageningen te kijken naar eiwit. We willen meer richting plantaardig, wat betekent dat dan voor de voedingsadviezen?”

‘Werk diëtist moet methodologisch’

Dan de diëtisten zelf. De kwaliteit van hun werk is veelal goed, maar het moet wel methodologisch, zegt De van der Schueren. Daar gaat ze ook mee aan de slag. “Als diëtisten de data op een goede, gestandaardiseerde manier verzamelen, kan Wageningen daar wat mee. Niet elke diëtist moet onderzoeker worden. Alleen kan elke diëtist wel een bijdrage leveren aan de benodigde data om het vakgebied verder wetenschappelijk te onderbouwen. De kracht van diëtisten is om gepersonaliseerd te werken. Vaak nemen zij die beslissing op basis van ervaring en minder op basis van bewijs. Die ervaringen willen we bundelen en onderbouwen met bewijs. Zo kunnen we het vakgebied verder helpen.”

Er zijn al zes promovendi aangesloten bij de nieuwe hoogleraar. Verder gaat De van der Schueren diëtetiek en aangepaste voeding bij ziekte inbrengen in bestaande vakken in de bachelor- en masteropleiding. “Binnen de hbo-opleiding Diëtetiek willen we juist wat meer aandacht schenken aan de onderzoeksvakken. Zo komt er meer beweging en aansluiting tussen de opleidingen.” In haar rede spreekt ze dan ook van een ‘gouden combinatie’.