Verdenking Klassieke varkenspest (KVP)

Verdenking Klassieke varkenspest

Zoals beschreven onder “Preventie en bestrijding” is het snel opsporen van een Klassieke varkenspest (KVP) besmetting cruciaal om de schade voor de Nederlandse varkenshouderij beperkt te houden.

Het is de varkenshouder die zijn varkens dagelijks ziet en als eerste kan opmerken dat er iets aan de hand is. De varkenshouder kan dan, meestal in overleg met zijn dierenarts, kiezen uit een aantal mogelijke vervolgstappen:

1) Verrichten van sectie op gestorven varkens

Als er sprake is van sterfte, kan er besloten worden om sectie te laten verrichten door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), of een daarvoor erkende en aangewezen dierenartspraktijk. Op basis van het beeld op de sectietafel kan er eventueel al een verdenking op KVP ontstaan. Op dat moment zal de uitvoerende patholoog dat bij de NVWA melden als een officiële verdenking.
Is het sectiebeeld niet alarmerend, dan zal de patholoog toch in alle gevallen de tonsillen van het varken verzamelen en deze doorsturen naar Wageningen Bioveterinary Research (WBVR). Al deze tonsillen (4000-6000 per jaar) worden getest op KVP-virus. Alleen als het virus wordt aangetoond, waarschuwt WBVR de NVWA. Het spreekt voor zich dat er in zo’n geval sprake is van een zeer ernstige verdenking van KVP, maar die moet nog worden bevestigd op “officiële” monsters, genomen door de NVWA.

2) Uitsluiten van KVP door bloedonderzoek

Als KVP niet uitgesloten kan worden, maar ook niet hoog op het lijstje van mogelijke ziektes staat, bestaat er een mogelijkheid om bloedmonsters in te sturen om KVP uit te sluiten. Denk daarbij aan situaties waarbij groepsmedicatie wordt toegepast voor een onbekende ziekte, dieren niet reageren op antibiotica, maar ook bijvoorbeeld bij een combinatie van luchtwegproblemen met maag-darm-stoornissen. De eigen dierenarts kan in dit geval de bloedmonsters nemen (6 monsters, afkomstig van 6 zieke dieren) en deze rechtstreeks naar WBVR sturen. Alleen de kosten van de dierenarts en het opsturen van de monsters komen voor rekening van de varkenshouder. De kosten van het diagnostisch onderzoek worden betaald door de overheid. Deze bloedmonsters worden over het algemeen binnen 1 of 2 werkdagen getest op het KVP-virus. Pas als er KVP-virus wordt aangetoond, wordt het varkensbedrijf bezocht door de NVWA voor bevestiging van de diagnose en krijgt het bedrijf te maken met beperkende maatregelen. Zolang het diagnostisch onderzoek loopt, zijn er geen beperkingen voor het bedrijf. Afhankelijk van de symptomen kan het voor het bedrijf echter verstandig zijn om zelf de verantwoordelijkheid te nemen tot het even niet uitleveren van dieren, en dergelijke.

3) Melden van een KVP-verdenking bij de NVWA

Als de klinische verschijnselen van dusdanige aard zijn dat KVP een reële mogelijkheid is, dient dit zo snel mogelijk gemeld te worden bij de NVWA. Er is zeker sprake van een verdenking die gemeld dient te worden bij de volgende verschijnselen:

  • Puntbloedingen op de huid bij meerdere dieren in een koppel.
  • Blauwverkleuring van de lichaamsuiteinden  (oren, neus, poten staart) bij meerdere dieren in een koppel.
  • Meerdere dieren die een wankele gang in de achterhand vertonen, of zelfs gaan zitten en die niet of met moeite overeind komen (verlamming van de achterhand).
  • Een mix van bovengenoemde verschijnselen binnen een koppel dieren, ook al is het maar één dier per verschijnsel.
  • Toenemende sterfte waarvoor geen duidelijke oorzaak is aan te wijzen.

Ook bij andere combinaties van meerdere verschijnselen zoals genoemd onder “Klinische verschijnselen” kan het aan te raden zijn om dit te melden bij de NVWA, of op zijn minst bloedmonsters in te sturen naar WBVR voor het uitsluiten van KVP.