Ziekteverschijnselen en diagnostiek Klassieke varkenspest

Ziekteverschijnselen Klassieke varkenspest

De incubatietijd van Klassieke varkenspest (KVP) varieert van 2-14 dagen, afhankelijk van de virulentie van het virus. Er worden hoog-, matig- en laag-virulente virusstammen onderscheiden.

Klinische verschijnselen

Hoog-virulente stammen geven ernstigste ziekteverschijnselen met de hoogste sterfte, terwijl laag-virulente stammen geen of weinig opvallende verschijnselen geven met nauwelijks sterfte, of alleen sterfte bij de jongste biggen.

In het veld komen overwegend matig-virulente stammen voor. Vooral in eerste instantie zijn de verschijnselen daarvan weinig specifiek en zal niet als eerste aan KVP gedacht worden. Uiteindelijk kan, zeker bij de jongere dieren, de sterfte echter fors oplopen en worden de verschijnselen duidelijker. Een eerste voorlopige diagnose kan gesteld worden op basis van klinische verschijnselen.

Acute vorm van KVP

Dit is de meest voorkomende vorm. Afhankelijk van de virulentie van het virus zullen de verschillende symptomen meer of minder duidelijk zijn en kunnen bepaalde combinaties van de hieronder genoemde verschijnselen optreden. Ook de leeftijd van het varken speelt een grote rol. Bij jonge dieren zijn de verschijnselen duidelijker. Varkens kunnen in de acute fase of vrij kort daarna sterven. Een deel van de varkens kan de acute vorm overleven, waarna volledig herstel kan optreden. Dit zal vooral gebeuren bij matig- of laag-virulente virussen en/of bij oudere dieren. Soms kan de ziekte dan echter overgaan in de chronische vorm. Mogelijke verschijnselen in de acute vorm:

  • koorts
  • niet eten
  • sloomheid en blijven liggen
  • rode huid en/of huidbloedingen
  • blauwverkleuring van de lichaamsuiteinden (oren, poten, neus, staart)
  • conjunctivitis (ontsteking van de oogslijmvliezen)
  • obstipatie gevolgd door diarree
  • trillingen op de huid
  • wankel in de achterhand, verlammingen van de achterhand
  • krampen
  • op een hoopje gaan liggen (vooral bij biggen)
  • sterfte

Chronische vorm van KVP

Deze vorm ontstaat vanuit de acute vorm, hoewel bij individuele dieren de acute vorm zo onopvallend kan zijn, dat het lijkt alsof ze direct de chronische vorm krijgen. Dieren die de chronische vorm van KVP ontwikkelen, kunnen soms nog maanden in leven blijven, maar zullen continu klinische verschijnselen te zien geven en uiteindelijk sterven. In die hele periode blijven deze dieren ook virus uitscheiden en zijn daardoor een bron van besmetting voor andere dieren. Mogelijke verschijnselen in de chronische vorm:

  • sloomheid
  • wisselende eetlust
  • vermagering en slijten
  • wisselende koorts
  • langdurige diarree

Congenitale vorm van KVP

Dragende zeugen kunnen het virus via de baarmoeder doorgeven aan de biggen. Afhankelijk van het stadium van de dracht kan resorptie van de vruchten, mummificatie van vruchten, abortus (zeldzaam) of vroeggeboorte optreden. Biggen die ongeveer tussen dag 40 en 80 van de dracht zijn geïnfecteerd, kunnen bovendien levenslang virusdrager en -uitscheider zijn. Mogelijke verschijnselen bij deze biggen:

  • trilbiggen
  • zwakke biggen
  • dode biggen
  • slijters
  • sterfte binnen enkele dagen tot maanden