Achtergrond ziekte van Aujeszky

Achtergrond ziekte van Aujeszky

De ziekte van Aujeszky wordt veroorzaakt door een herpesvirus, meer specifiek het suid herpesvirus 1.

Het virus

De eerste beschrijvingen van een ziekte die waarschijnlijk de ziekte van Aujeszky is geweest, dateren van 1813. In 1902 was het de Hongaar Aládar Aujeszky die de eerste wetenschappelijke bewijzen leverde dat ziekteverschijnselen bij verschillende diersoorten eenzelfde oorzaak hadden. Niet veel later werd vastgesteld dat het om een virus ging en dat werd vernoemd naar de Hongaar. Vooral in de Engelstalige landen is de ziekte ook wel bekend als pseudorabiës en het virus dan dus als pseudorabiës virus.

De gastheer

Varkens zijn verreweg de belangrijkste gastheren van het virus. Dat geldt zowel voor gedomesticeerde varkens als wilde zwijnen. Vrijwel alle andere zoogdieren, zowel in het wild als gehouden als huisdier kunnen ook besmet raken. Denk daarbij vooral aan runderen, schapen, honden en katten die in de buurt van besmette varkens leven. Deze andere diersoorten raken eigenlijk altijd besmet door direct of indirect contact met varkens, waarna de ziekte vrijwel onvermijdelijk leidt tot de dood. Er is geen behandeling mogelijk. Er zijn ooit één of twee gevallen beschreven van paarden die besmet zijn geraakt, maar over het algemeen worden paarden beschouwd als praktisch ongevoelig voor de ziekte. Mensen en mensapen zijn helemaal ongevoelig voor het virus.

Waar komt de ziekte voor?

De ziekte van Aujeszky komt in grote delen van de wereld voor. Landen als Canada, Nieuw-Zeeland en diverse Europese landen zijn echter vrij van de ziekte. In Europa is de ziekte in veel landen bij gedomesticeerde varkens uitgeroeid, maar komt het virus nog volop voor bij wilde zwijnen. Ook de Verenigde Staten van Amerika is sinds kort vrij, maar ook daar komt het in de wildezwijnenpopulatie  nog wel voor.

Nederland is al in de jaren 80 begonnen met het uitroeien van de ziekte. Achtereenvolgens zijn daarvoor verschillende fasen doorlopen:

  • Verbod op het gebruik van conventionele vaccins (alleen nog markervaccin toegestaan).
  • Verplicht vaccinatieprogramma met een markervaccin voor alle varkensbedrijven.
  • Vrijwillig certificeringsprogramma voor bedrijven die vrij waren van de ziekte van Aujeszky
  • Verplichte deelname aan het certificeringsprogramma.
  • Verplichte deelname aan een surveillanceprogramma voor alle bedrijven.
  • Omzetten van de vaccinatieplicht in een vaccinatieverbod.

Op 1 januari 2009 resulteerde dit in een officiële status “Vrij van Aujeszky” binnen de EU.

Epidemiologie

Het virus verspreidt zich vooral via directe contacten tussen varkens, en ook indirecte contacten, en zelfs verspreiding via de lucht, spelen een rol. Het virus kan enkele uren tot dagen in de omgeving infectieus blijven. Infectie treedt vooral op via de ademhalingswegen en opname via de mond. Besmette dieren kunnen latente dragers worden van het virus. Onder bepaalde omstandigheden, vaak in relatie tot weerstandsvermindering, kan het virus zich dan weer reactiveren en kan een dier opnieuw infectieus worden. Hoe groot de rol van dergelijke dragers is, is nooit echt duidelijk geworden.

Andere diersoorten raken besmet via direct of indirect contact met varkens. Voor carnivoren geldt dat het eten van vlees of organen van besmette varkens tot een infectie kan leiden. Dank zij de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky in grote delen van Europa komt dit tegenwoordig hoofdzakelijk nog voor bij jachthonden die in contact komen met besmette wilde zwijnen (vooral eten van slachtafvallen daarvan). Deze overige diersoorten zijn meestal dood voordat ze zelf in staat zijn andere dieren te besmetten en zijn daarmee zogenaamde “dead-end hosts”. Virusverspreiding tussen andere gastheren dan het varken onderling is daarom zeer zeldzaam.

Hoewel in de meeste landen die vrij zijn van de ziekte van Aujeszky het virus nog volop voorkomt bij de wilde zwijnen, zijn er slechts weinig gevallen beschreven van infecties bij gedomesticeerde varkens, veroorzaakt door virus afkomstig van wilde zwijnen. De dreiging die uitgaat van besmette wilde zwijnen voor de gedomesticeerde varkens lijkt dus heel beperkt te zijn.