Equine piroplasmose

Equine piroplasmose (EP) is een ziekte die voorkomt bij paardachtigen, zoals paarden en ezels. De ziekte wordt veroorzaakt door parasieten (Babesia caballi en Theileria equi) die voorkomen in bloedcellen. Teken voeden zich met bloed van een geïnfecteerd dier en brengen zo de ziekte over. Paarden kunnen er erg ziek van worden, maar de meeste besmette paarden zijn drager zonder ziekteverschijnselen.

Equine piroplasmose heeft niet alleen effect op de gezondheid en het welzijn van besmette paardachtigen, maar veroorzaakt wereldwijd ook economische schade in de paardensector. Om verspreiding van de ziekte te bestrijden en voorkomen test Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) paarden, bijvoorbeeld voor de export.

Bij welke dieren komt de ziekte voor?

WBVR richt zich op de ziekte bij paarden. Piroplasmose (ook wel babesiosis, babesiose, theileriose, tekenkoorts of tekenziekte genoemd) komt daarnaast ook voor bij andere dieren zoals honden en runderen.

De paardenziekte equine piroplasmose is geen zoonose en kan dus niet naar mensen worden overgebracht.

Wat veroorzaakt equine piroplasmose?

De ziekte wordt veroorzaakt door twee eencellige parasieten (protozoa): Babesia caballi en Theileria equi (vroeger: Babesia equi). Deze twee parasieten kunnen onafhankelijk van elkaar of tegelijkertijd (een co-infectie) leiden tot verschijnselen van equine piroplasmose.

Hoe verspreiden de parasieten zich?

  • De parasieten houden zich op in de bloedcellen van paardachtigen. Teken zijn de vectoren. Zij voeden zich met bloed van een geïnfecteerd dier en brengen zo de parasieten over van dier op dier.
  • Daarnaast kan transmissie plaatsvinden door besmette naalden of bloedtransfusies met bloed afkomstig van geïnfecteerde paarden.

Beide parasieten kunnen niet overleven zonder gastheer. Voor B. caballi geldt dat zowel geïnfecteerde paardachtigen als teken als reservoir beschouwd worden. Bij T. equi dienen alleen geïnfecteerde paardachtigen als reservoir.

Kunnen alle teken de ziekte overbrengen?

Meerdere harde teken van het geslacht Ixodes zijn geïdentificeerd als vector. Hiervan komen de soorten Dermacentor en Hyalomma (ofwel reuzenteek) in Nederland voor.

Wat zijn de symptomen?

Equine piroplasmose komt in verschillende vormen voor. Hoewel de verschijnselen per vorm verschillen, zijn de meeste verschijnselen te herleiden tot de hemolyse (destructie van bloedcellen) door de parasieten en de anemie (bloedarmoede), die daar het gevolg van is. Paarden krijgen meestel geen ziekteverschijnselen na besmetting. Als er wel symptomen zichtbaar worden dan duurt dat 1 tot 3 weken. Bij veulens die in de baarmoeder zijn geïnfecteerd kan het al na een paar dagen zijn.

Acute vorm van equine piroplasmose

De acute vorm van equine piroplasmose manifesteert zich in eerste instantie in de vorm van (hoge) koorts, niet eten, vermagering en oedeem bij de benen. Later worden de gevolgen van hemolyse en anemie zichtbaar in de vorm van gele of bleke slijmvliezen (icterus), verhoogde ademhaling en hartslag en bruine of rode urine. Ook kunnen er zogenaamde puntbloedingen op de slijmvliezen ontstaan door een verstoorde stolling.

In geval van ernstige infecties kunnen ook problemen met de werking van de longen, het hart, de lever, de nieren en het maagdarmkanaal optreden. De peracute vorm komt voor bij naïeve dieren, die voor het eerst geïnfecteerd raken en leidt in de meeste gevallen tot de dood na een zeer korte periode van verschijnselen.

Chronische vorm van piroplasmose

De chronische vorm kenmerkt zich vaak door vage verschijnselen als gewichtsverlies, niet willen eten en verminderde prestaties.

Dragers zonder ziekteverschijnselsen vormen een risico

Equine piroplasmose leidt bij de meeste paarden niet tot ziekteverschijnselen. Deze paarden worden zogenaamde dragers van de parasiet(en). Zij vormen een risico voor introductie van de ziekte in naïeve populaties. De dieren lijken op het oog gezond, maar kunnen de parasieten wel doorgeven aan een teek.

Merries, die drager zijn, kunnen aborteren of de infectie doorgeven aan het veulen.

Vermagering bij paarden kan een teken zijn van piroplasmose
Vermagering bij paarden kan een teken zijn van piroplasmose

Waar komt equine piroplasmose voor?

De parasieten B. caballi als T. equi komen over de hele wereld voor. Omdat ze worden overgedragen door specifieke teken, vindt de verspreiding vooral plaats in gebieden waar deze teken zich hebben gevestigd. Equine piroplasmose wordt als endemisch beschouwd in Azië, Zuid- en Midden-Amerika, Afrika, Zuid-Europa en in bepaalde gebieden in het zuiden van de Verenigde Staten.

Het leefgebied van teken dat zich uitbreidt en het internationale verkeer van paarden vormen een risico op de introductie en verspreiding. Slechts een paar landen, zoals Noorwegen, hebben de status ‘ziekte nooit aangetoond’.

Komt de ziekte ook voor in Nederland?

Een aantal landen, waaronder Nederland, heeft de afgelopen tien jaar voor het eerst een melding gemaakt van de aanwezigheid van een of beide parasieten. In 2010 werden zowel B.caballi als T. equi aangetoond bij paarden in Nederland, die nooit in het buitenland waren geweest. De eerste autochtone gevallen van equine piroplasmose waren een feit. Sindsdien zijn er geen gevallen van Nederlandse paarden meer gemeld. Zodoende heeft Nederland op dit moment de status ‘ziekte afwezig’.

Geldt in Nederland een meldingsplicht?

Er bestaat geen meldplicht voor equine piroplasmose in Nederland. Positieve gevallen en uitbraken worden wel gemeld aan de World Organisation for Animal Health (OIE).

Van de Dermacentor reticulatus teek is bekend dat het gebied in Nederland, waarin de teek wordt aangetoond, toeneemt in omvang. Ook de Hyalomma, ofwel reuzenteek, is al enkele malen in Nederland gesignaleerd. Aangezien deze vectoren in Nederland aanwezig zijn en de Nederlandse paardensector internationaal actief is, is het belangrijk om de status van equine piroplasmose in Nederland goed in de gaten te houden.

Is er een vaccin?

Er is geen commercieel vaccin beschikbaar.

Hoe bestrijd je equine piroplasmose?

Behandeling is niet altijd succesvol en zeker in het geval van T. equi leidt de behandeling meestal niet tot het elimineren van de parasiet. Het screenen van paarden (voor export) op de aanwezigheid van antilichamen is een van de belangrijkste middelen om verspreiding tegen te gaan.

Diagnostiek: hoe toont WBVR de parasiet aan?

Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) biedt diverse testen aan om paarden te testen op de aanwezigheid van antilichamen tegen B. caballi en T. equi in het bloed zowel voor export als voor screening en onderzoek.

De serologische testen omvatten de IFT/IFAT (indirect fluorescent antibody test), de ELISA (enzyme-linked immunosorbent assay) en CBR/CFT (complementbindingsreactie).