Het Schmallenbergvirus kan kleine herkauwers zoals schapen besmetten

Schmallenbergvirus (SBV)

Eind 2011 is het Schmallenbergvirus (SBV) voor het eerst vastgesteld bij koeien in Duitsland die last hadden van diarree. Herkauwers zoals koeien, schapen en geiten zijn vatbaar voor het virus. Knutten (kleine steekvliegen) dragen het virus over naar dieren. Het virus is voor zover bekend niet besmettelijk voor mensen.

Hoe is het Schmallenbergvirus ontdekt?

In de zomer van 2011 werd in Nederland op ruim tachtig rundveebedrijven diarree, koorts en daling in melkproductie gemeld bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). De dieren herstelden weer en de oorzaak bleef onduidelijk. In dezelfde periode werd op circa twintig Duitse rundveebedrijven een daling van melkproductie en koorts gezien. Het Duitse Friedrich Löffler Instituut (FLI) toonde eind 2011 in bloedmonsters van de zieke runderen het nieuwe virus aan. Het virus dankt zijn naam aan de plaats Schmallenberg waar het eerste monster vandaan komt waarin het nieuwe virus definitief werd vastgesteld. Door Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) is dit virus vervolgens ook in bloed van Nederlandse koeien gevonden.

Waar komt het Schmallenbergvirus voor?

Na de Duitse en Nederlandse gevallen in 2011, verspreidde het virus zich snel naar België en Engeland. Inmiddels is SBV in veel Europese landen waargenomen. Omdat er geen meldplicht is bij de wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE), is het niet altijd duidelijk waar het virus exact rondwaart.

Wat is er bekend over het virus?

Tot op heden is het virus niet in zijn geheel geïsoleerd. Op basis van de fragmenten die nu bekend zijn lijkt het virus (voor 70%) op Akabanevirus. Dit is een Orthobunyavirus waarvan in diverse werelddelen uitbraken beschreven zijn. Een identiek virus is nooit eerder aangetoond.

Orthobunyavirussen en de simbu serogroep

Het Schmallenbergvirus behoort tot de Orthobunyavirussen. Slechts enkele van deze virussen zijn eerder aangetroffen in Europa, zoals het Tahynavirus van de California serogroep. Virussen van de Simbu serogroep, waarmee het Schmallenbergvirus verwant is, zijn nooit eerder in Europa geïsoleerd.

Hoe vindt verspreiding van SBV plaats?

Het is onbekend waar het Schmallenbergvirus vandaan komt. Dit virus was tot nu toe onbekend in de EU. Akabanevirus is een bekende ziekteverwekker bij herkauwers in Azië en Australië. Van dat virus is bekend dat knutten (Culicoides species, kleine steekvliegen) het virus overdragen. Het is zeer aannemelijk dat dat bij het Schmallenbergvirus ook zo is. De hoge snelheid waarmee het virus zich in de veestapel verspreidde in 2011 houdt zeer waarschijnlijk verband met het hoge percentage knutten dat met het virus besmet was, blijkt uit onderzoek van WBVR.

Directe overdracht van dier op dier of van dier naar mens is onwaarschijnlijk. Wel is verticale transmissie via de placenta aangetoond. Verder onderzoek is nodig om de transmissieroutes te bevestigen en om vast te stellen welke insectensoorten het virus kunnen verspreiden.

Welke dieren zijn gevoelig?

Herkauwers zijn gevoelig voor het Schmallenbergvirus.

  • Runderen
  • Schapen
  • Geiten
  • Reeën
  • Herten
  • Alpaca's
  • Bizons

Risico voor andere dieren

Het is belangrijk om op te merken dat andere virussen van de Simbu serogroep ook wilde herkauwers treffen en dat antilichamen tegen het Akabanevirus zijn aangetoond in paarden, ezels, buffels, herten, kamelen en zelfs in varkens.

Sommige virussen van de Simbu serogroep (Mermet, Peaton and Oropouche virus) zijn ook gedetecteerd in vogels.

Muizen en hamsters kunnen experimenteel geïnfecteerd worden.

Wat zijn de symptomen bij koeien en lammeren?

Koeien krijgen diarree, melkproductiedaling en soms koorts.

Lammeren vertonen ernstige neuromusculaire afwijkingen zoals arthrogrypose (kromme poten), ankylose (vastzittende gewrichten, scoliose en kyfose (kromme ruggen), torticollis (gedraaide nekken), verkorte bovenkaken en afwijkingen aan de hersenen. De geboorte van deze misvormde lammeren gaat soms moeizaam. De ooien zelf vertonen geen ziekteverschijnselen.

Lees meer over symptomen

Verschijnselen bij volwassen dieren

  • Veelal onopgemerkt, maar soms acute ziekte tijdens het vectorseizoen
  • Koorts (>40°C)
  • Algehele verzwakte conditie
  • Anorexia
  • Verminderde melkgift (tot 50%)
  • Diarree
  • Herstel binnen enkele dagen voor individuele dieren; voor de kudde als geheel 2–3 weken

Aangeboren afwijkingen en doodgeboren vruchten

Aangeboren afwijkingen zijn gesignaleerd bij meerdere soorten herkauwers (tot op heden: runderen, schapen, geiten en bizons).

  • Arthrogrypose (kromme poten)
  • Hydrocephalus (hersenholtes gevuld met vloeistof i.p.v. hersenen)
  • Brachygnathia inferior (ondervoorbeet van kaak)
  • Ankylose (verstijving van gewrichten)
  • Torticolle (draaiing in hals)
  • Scoliose (draaiing in rug)

Het exacte percentage misgeboorten is niet duidelijk. Sommige schapenhouderijen meldden in 2011 een percentage van meer dan 25% gerelateerd aan de periode van acute infectie.

Zichtbare afwijkingen bij de sectie

In misvormde pasgeboren dieren

  • Hydranencephalus (hersenholtes gevuld met vloeistof i.p.v. hersenen)
  • Hypoplasie van het centraal zenuwstelsel (onvoldoende ontwikkeld zenuwstelsel)
  • Porencephalus (onvoldoende ontwikkeling van de hersenen)
  • Subcutaneous oedema (onderhuidse oedeemvorming vnl. bij kalveren)

De symptomen kunnen worden samengevat als arthrogrypose en hydranencephalus syndroom (AHS).

Wat is de incubatietijd?

Experimentele infectie studies bij runderen en schapen tonen milde klinische verschijnselen van de acute infectie, zoals koorts en lichte diarree. Virusdeeltjes kunnen aangetoond worden in bloed, 2 to 5 dagen post-inoculatie.

Waar moeten veehouders op letten?

Op problemen zoals die zijn gezien: diarree, productiedaling en zieke koeien, en op misvormingen bij pasgeboren kalveren en lammeren. Bij moeilijke geboorten is het goed extra alert te zijn op eventuele misvormingen.

Als lammeren en kalveren misvormd geboren worden dan kunnen veehouders het beste hun dierenarts bellen. De dierenarts kan helpen bij verlossingen, ervoor zorgen dat de GD Veekijker wordt geïnformeerd en niet levensvatbare dieren euthanaseren.

Zeer klein risico op besmetting via inseminatie

In sperma van met Schmallenbergvirus besmette stieren kunnen lage concentraties RNA van het virus voorkomen, maar er werd geen levend virus aangetroffen in het sperma van deze stieren. Dit blijkt uit onderzoek van WBVR. Het risico van besmetting via inseminatie van koeien en van de door de bevruchting ontstane foetus lijkt daarom erg klein, maar kan vooralsnog niet uitgesloten worden.

Wat kan een veehouder doen ter preventie?

  • Inperking van potentiële vectoren in het vectorseizoen kan de verspreiding verminderen
  • Uitstellen van de bevruchting kan het aantal lammeren en kalveren met aangeboren afwijkingen verminderen.

Er is geen vaccin of specifieke behandeling voor het Schmallenbergvirus.


Test voor diagnostiek

Schmallenberg virus kan geïsoleerd worden uit het bloed van volwassen acuut geinfecteerde dieren (< 1week na infectie), vooral runderen en schapen. Daarnaast ook in de hersenen van een besmette foetus (met name bij schapen).

Er is een PCR-test om het Schmallenbergvirus op te sporen. In besmette foetussen, met name schapenlammeren, kan met PCR virus (RNA) aangetoond worden in organen, bloed, placenta, vruchtwater en meconium. Hierbij gaat het meestal niet om infectieus virus, maar besmetting van andere dieren via deze route kan niet uitgesloten worden.

Identificatie van het agens Serologische test op serum monsters
Real-time RT-PCR Indirecte Immunofluorescentie
Isolatie van het virus in celcultuur Virus neutralisatie test
ELISA (in ontwikkeling)

Diagnose: symptomen

De symptomen veroorzaakt door het Schmallenbergvirus zijn niet specifiek. Andere oorzaken voor diarree en daling van de melkproductie moeten overwogen worden.

Symptomen bij acute infectie volwassen dieren kunnen ook veroorzaakt worden door:

  • Bauwtong Epizootic haemorrhagic disease (EHD) virus
  • Mond-en-klauwzeer (MKZ) virus
  • Bovine viral diarrhoea (BVD) virus, border disease en andere pestivirussen
  • Bovine herpesvirus 1 en andere herpesvirussen
  • Rift Valley fever virus
  • Bovine ephemeral fever virus
  • Gif

Aangeboren afwijkingen bij kalveren en lammeren kunnen ook veroorzaakt worden door:

  • Gif
  • Genetische factoren
  • Blauwtong
  • Pestivirussen
  • Andere virussen van de Simbu serogroep (Akabane)

Diagnose: monsters

Van levende dieren voor detectie tijdens de acute infectie:

  • EDTA bloed
  • Serum

Minimaal 2 ml, gekoeld vervoeren

Bij doodgeboren kalveren en lammeren of kalveren of lammeren met aangeboren afwijkingen:

  • Placenta en vruchtwater
  • Van pathologisch onderzoek: Hersenweefsel (cerebrum en cerebellum), andere monsters: centraal zenuwstelsel, milt en bloed
  • Van levende pasboren dieren: bloed, (bij voorkeur pre-colostraal) serum en meconium

Monsters moeten gekoeld of ingevroren worden getransporteerd

De eerste testen door WBVR in 2011

Direct na het aantonen van dit virus is de gebruikte diagnostische test meteen door het FLI overgedragen aan Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) om ook in Nederland monsters van diarree-bedrijven te testen. WBVR heeft vijftig bloedmonsters van acht diarree-bedrijven getest en op 8 december 2011 bleken achttien van de vijftig bloedmonsters positief en werd geconcludeerd dat de diarree geassocieerd was met het "Schmallenbergvirus" (SBV). Alle controlemonsters waren negatief. De virusdeeltjes komen met geen enkel bestaand virus geheel overeen. Verder onderzoek (sequentie-analyses FLI) aan deze virusdeeltjes gaven overeenkomsten met virussen van de familie Bunyaviridae genus Orthobunyavirus te zien.

Op 20 december 2011 werd voor het Schmallenbergvirus aangifteplicht ingesteld. Begin maart 2012 berichtte WBVR dat ruim zeventig procent van het melkvee in Nederland antistoffen tegen het Schmallenbergvirus had, lees de wetenschappelijke publicatie. Op de peildatum 16 maart 2012 waren in totaal 1040 meldingen gemaakt van van Schmallenberg verdachte bedrijven.

Op 4 juli 2012 kondigde staatssecretaris Bleker aan dat de aangifteplicht weer afgeschaft wordt.

In het najaar van 2014 is in Duitsland in een aantal kalveren en lammeren het Schmallenbergvirus aangetoond. In Nederland heeft WBVR het virus in 2014 aangetoond bij enkele runderen. Dit wijst erop dat er opnieuw viruscirculatie heeft plaatsgevonden.

Steekproef-onderzoek van rundvee in de winter van 2013-2014, liet zien dat rond 80% van de volwassen koeien over afweerstoffen beschikt. Deze dieren zullen bij nieuwe viruscirculatie geen afwijkende kalveren krijgen.

Kenmerken van het virus

Het Schmallenbergvirus is een gemanteld virus met een enkelstrengs RNA. Het virus behoort tot de Bunyaviridae familie, een van de Orthobunyavirussen. Het virus behoort tot de familie der Bunyaviridae genus Orthobunyavirussen. Het Schmallenbergvirus is verwant aan de Simbu serogroepvirussen, met name aan de virussen Shamonda, Akabane, en Aino. Tot dusver wijzen de sequentie-gegevens op een grote verwantschap met het Shamondavirus. De indeling moet nog worden bevestigd door meer sequentiedata en onderzoek, bijvoorbeeld wat betreft de serologische verwantschap aan andere Simbu sero-groepvirussen.

Hoewel de exacte rol van het Schmallenbergvirus nog verder onderzocht moet worden, lijken zowel de eerste inoculatie-experimenten als de diagnostische gegevens van de misvormd geboren lammeren en kalveren op een causaal verband tussen de aanwezigheid van het virus en gerapporteerde klinische verschijnselen.

Weerstand tegen fysieke omstandigheden en chemische stoffen
Uit extrapolatie van de California serogroep van Orthobunyavirussen:

Temperatuur: Infectiviteit stopt (of vermindert significant) onder blootstelling aan 50–60°C gedurende minimaal 30 minuten.

Chemicaliën/desinfectiemiddelen: Gevoelig voor gebruikelijke desinfectiemiddelen (1 % sodium hypochloriet, 2% glutaraldehyde, 70 % ethanol, formaldehyde).

Overleving: Overleeft niet lang buiten de host of vector.

Links

Publicaties