Schmallenberg

In Nederland werd in de periode augustus/september 2011 op ruim tachtig rundveebedrijven diarree, koorts en daling in melkproductie gemeld bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

De dieren herstelden weer en de oorzaak bleef onduidelijk. In dezelfde periode werd op circa twintig Duitse rundveebedrijven een daling van melkproductie en koorts gezien. Het Duitse Friedrich Löffler Instituut (FLI) heeft op 18 november 2011 in bloedmonsters van deze zieke runderen een nieuw virus aangetoond dat het "Schmallenbergvirus" (SBV) wordt genoemd.

Wat is er bekend over het virus?

Tot op heden is het virus niet in zijn geheel geïsoleerd. Op basis van de fragmenten die nu bekend zijn lijkt het virus (voor 70%) op Akabanevirus, waarvan in diverse werelddelen uitbraken beschreven zijn. Een identiek virus is nooit eerder aangetoond.

Waar komt het virus vandaan?

Het is onbekend waar het Schmallenbergvirus vandaan komt. Dit virus was tot nu toe onbekend in de EU. Akabanevirus is een bekende ziekteverwekker bij herkauwers in Azië en Australië. Van het Akabanevirus is bekend dat insecten (knutten) het virus overdragen. In hoeverre het Schmallenbergvirus daarin overeenkomst vertoont is nog niet zeker. Het is wel zeer aannemelijk.

De hoge snelheid waarmee het Schmallenbergvirus zich in de veestapel verspreidde in 2011 houdt zeer waarschijnlijk verband met het hoge percentage knutten dat met het virus besmet was, blijkt uit onderzoek van WBVR.

Symptomen bij koeien, ooien en lammeren

Koeien krijgen diarree, melkproductiedaling en soms koorts. Lammeren vertonen ernstige neuromusculaire afwijkingen zoals arthrogrypose (kromme poten), ankylose (vastzittende gewrichten, scoliose en kyfose (kromme ruggen), torticollis (gedraaide nekken), verkorte bovenkaken en afwijkingen aan de hersenen. De geboorte van deze misvormde lammeren gaat soms moeizaam. De ooien zelf vertonen geen ziekteverschijnselen.

Over andere diersoorten zijn geen meldingen bekend.

Waar moeten veehouders op letten?

Op problemen zoals die zijn gezien: diarree, productiedaling en zieke koeien, en op misvormingen bij pasgeboren kalveren en lammeren. Bij moeilijke geboorten is het goed extra alert te zijn op eventuele misvormingen.

Als lammeren en kalveren misvormd geboren worden dan kunnen veehouders het beste hun dierenarts bellen. De dierenarts kan helpen bij verlossingen, ervoor zorgen dat de GD Veekijker wordt geïnformeerd en niet levensvatbare dieren euthanaseren.

Risico op besmetting via inseminatie is klein

In sperma van met Schmallenbergvirus besmette stieren kunnen lage concentraties RNA van het virus voorkomen, maar er werd geen levend virus aangetroffen in het sperma van deze stieren. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR). Het risico van besmetting via inseminatie van koeien en van de door de bevruchting ontstane foetus lijkt daarom erg klein, maar kan vooralsnog niet uitgesloten worden.

Test voor diagnostiek

Er is een PCR-test ontwikkeld om het Schmallenbergvirus op te sporen. Het Schmallenbergvirus is gevonden in monstermateriaal van zieke volwassen runderen en van misvormd geboren schapenlammeren.

De eerste testen

Direct na het aantonen van dit virus is de gebruikte diagnostische test meteen door het FLI overgedragen aan Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) om ook in Nederland monsters van diarree-bedrijven te testen. WBVR heeft vijftig bloedmonsters van acht diarree-bedrijven getest en op 8 december 2011 bleken achttien van de vijftig bloedmonsters positief en werd geconcludeerd dat de diarree geassocieerd was met het "Schmallenbergvirus" (SBV). Alle controlemonsters waren negatief. De virusdeeltjes komen met geen enkel bestaand virus geheel overeen. Verder onderzoek (sequentie-analyses FLI) aan deze virusdeeltjes gaven overeenkomsten met virussen van de familie Bunyaviridae genus Orthobunyavirus te zien.

Op 20 december 2011 werd voor het Schmallenbergvirus aangifteplicht ingesteld. Begin maart 2012 berichtte WBVR dat ruim zeventig procent van het melkvee in Nederland antistoffen tegen het Schmallenbergvirus had, lees de wetenschappelijke publicatie. Op de peildatum 16 maart 2012 waren in totaal 1040 meldingen gemaakt van van Schmallenberg verdachte bedrijven.

Op 4 juli 2012 kondigde staatssecretaris Bleker aan dat de aangifteplicht weer afgeschaft wordt.

In het najaar van 2014 is in Duitsland in een aantal kalveren en lammeren het Schmallenbergvirus aangetoond. In Nederland heeft WBVR het virus in 2014 aangetoond bij enkele runderen. Dit wijst erop dat er opnieuw viruscirculatie heeft plaatsgevonden.

Steekproef-onderzoek van rundvee in de winter van 2013-2014, liet zien dat rond 80% van de volwassen koeien over afweerstoffen beschikt. Deze dieren zullen bij nieuwe viruscirculatie geen afwijkende kalveren krijgen.

Kenmerken van het virus

Het Schmallenbergvirus is een gemanteld virus met een enkelstrengs RNA. Het virus behoort tot de Bunyaviridae familie, een van de Orthobunyavirussen. Het virus behoort tot de familie der Bunyaviridae genus Orthobunyavirussen. Het Schmallenbergvirus is verwant aan de Simbu serogroepvirussen, met name aan de virussen Shamonda, Akabane, en Aino. Tot dusver wijzen de sequentie-gegevens op een grote verwantschap met het Shamondavirus. De indeling moet nog worden bevestigd door meer sequentiedata en onderzoek, bijvoorbeeld wat betreft de serologische verwantschap aan andere Simbu sero-groepvirussen.

Hoewel de exacte rol van het Schmallenbergvirus nog verder onderzocht moet worden, lijken zowel de eerste inoculatie-experimenten als de diagnostische gegevens van de misvormd geboren lammeren en kalveren op een causaal verband tussen de aanwezigheid van het virus en gerapporteerde klinische verschijnselen.

Weerstand tegen fysieke omstandigheden en chemische stoffen
Uit extrapolatie van de California serogroep van Orthobunyavirussen:

Temperatuur: Infectiviteit stopt (of vermindert significant) onder blootstelling aan 50–60°C gedurende minimaal 30 minuten.

Chemicaliën/desinfectiemiddelen: Gevoelig voor gebruikelijke desinfectiemiddelen (1 % sodium hypochloriet, 2% glutaraldehyde, 70 % ethanol, formaldehyde).

Overleving: Overleeft niet lang buiten de host of vector.

Relevante links