Ziekte van Aujeszky

Ziekte van Aujeszky

De ziekte van Aujeszky (ZvA) is een zeer besmettelijke virusziekte bij varkens. Het virus verspreidt vooral via direct, maar ook indirect contact en zelfs de lucht. Het virus kan ook andere zoogdieren besmetten, maar mensen zijn er ongevoelig voor. Wageningen Bioveterinary Research verricht onderzoek naar deze dierziekte.

De ziekte van Aujeszky kan grote economische schade veroorzaken in de varkenshouderij. Varkens, inclusief wilde zwijnen, zijn verreweg de belangrijkste gastheren van het virus.

Vrijwel alle andere zoogdieren kunnen ook besmet raken, zoals runderen, schapen, honden en katten. Dit gebeurt eigenlijk altijd door direct of indirect contact met besmette varkens, waarna de ziekte vrijwel onvermijdelijk leidt tot de dood. Er is geen behandeling mogelijk. Over het algemeen worden paarden beschouwd als praktisch ongevoelig voor de ziekte. Mensen en mensapen zijn helemaal ongevoelig voor het virus.

In Nederland geldt een wettelijke meldplicht voor verdenkingen van de ziekte van Aujeszky. Nederland is sinds 2009 officieel gevrijwaard van de ziekte. Vrijwaring en bestrijding van de ziekte van Aujeszky is een taak die in Nederland door de overheid wordt uitgevoerd en waar WBVR bij ondersteunt.

Ziekte van Aujeszky infectie

De ziekte van Aujeszky wordt veroorzaakt door een herpesvirus, meer specifiek het suid herpesvirus 1. De eerste beschrijvingen van een ziekte die waarschijnlijk de ziekte van Aujeszky is geweest, dateren van 1813. In Engelstalige landen is de ziekte ook wel bekend als pseudorabiës en het virus dus als pseudorabiës virus.

Ziektebeeld ziekte van Aujeszky

Bij de ziekte van Aujeszky variëren de klinische verschijnselen bij het varken sterk, afhankelijk van de leeftijd. Een eerste verdenking kan worden uitgesproken bij een combinatie van enerzijds hersenverschijnselen en sterfte bij jonge biggen, zeker in combinatie met ademhalingsproblemen bij oudere dieren. Bij een uitbraak op een bedrijf kunnen ook verschijnselen bij andere diersoorten alarmerend werken. Zoals de combinatie van jeuk, hersenverschijnselen en een snelle dood.

Jonge biggen

Bij jonge biggen treden hersenverschijnselen op de voorgrond, met krampen, trillen, fietsbewegingen, e.d. Dit gaat gepaard met koorts, gebrek aan eetlust en apathie. Een hoog percentage van de biggen, zeker als ze nog geen week oud zijn, gaat dood.

Gespeende biggen

Bij gespeende biggen, die minstens een week of vier oud zijn, zijn het vooral de ademhalingsproblemen die op de voorgrond treden. Ook dit gaat gepaard met koorts, gebrek aan eetlust en apathie. Hersenverschijnselen worden slecht incidenteel gezien. De meeste dieren herstellen na een dag of tien.

Oudere varkens

Bij nog oudere varkens verloopt de ziekte vaak subklinisch. Soms ontwikkelen zich ademhalingsproblemen, tot en met longontsteking. Zeugen kunnen terugkomen of aborteren. Ook kunnen zwakke biggen of zogenaamde trilbiggen geboren worden. Hersenverschijnselen zijn relatief zeldzaam bij deze oudere dieren.

Runderen en schapen

Bij runderen en schapen is de ziekte meestal dodelijk en wel binnen enkele dagen. Het meest kenmerkende verschijnsel is een zeer heftige jeuk. Deze kan lokaal optreden, met heftig likken, bijten en/of schuren als gevolg. Uitgebreide beschadigingen van de huid zijn daarbij niet zeldzaam. De verschijnselen worden snel erger. Dieren worden zwakker en apathisch, met periodes van krampen, knarsetanden, snelle, oppervlakkige ademhaling en onregelmatigheden van het hart.

Honden en katten

Bij honden en katten zijn de verschijnselen vergelijkbaar als bij runderen en schapen. Door verlamming van de keel kan speekselen optreden, waardoor bij deze diersoorten enige gelijkenis met hondsdolheid kan optreden. Honden en katten gaan meestal binnen 1-2 dagen dood.

Verspreiding ziekte van Aujeszky

Het virus verspreidt zich vooral via directe contacten tussen varkens, en ook indirecte contacten, en zelfs verspreiding via de lucht. Het virus kan enkele uren tot dagen in de omgeving infectieus blijven. Infectie treedt vooral op via de ademhalingswegen en opname via de mond. Besmette dieren kunnen latente dragers worden van het virus. Onder bepaalde omstandigheden, vaak in relatie tot weerstandsvermindering, kan het virus zich dan weer reactiveren en kan een dier opnieuw infectieus worden. Hoe groot de rol van dergelijke dragers is, is nooit echt duidelijk geworden.

Andere diersoorten raken besmet via direct of indirect contact met varkens. Voor carnivoren geldt dat het eten van vlees of organen van besmette varkens tot een infectie kan leiden. Dank zij de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky in grote delen van Europa komt dit tegenwoordig hoofdzakelijk nog voor bij jachthonden die in contact komen met besmette wilde zwijnen (vooral eten van slachtafval daarvan). Deze overige diersoorten zijn meestal dood voordat ze zelf in staat zijn andere dieren te besmetten en zijn daarmee zogenaamde “dead-end hosts”. Virusverspreiding tussen andere gastheren dan het varken onderling is daarom zeer zeldzaam.

Hoewel in de meeste landen die vrij zijn van de ziekte van Aujeszky het virus nog volop voorkomt bij wilde zwijnen, zijn er weinig gevallen van infecties bij gehouden varkens die besmet raakten via wilde zwijnen. De dreiging die uitgaat van besmette wilde zwijnen voor de gedomesticeerde varkens lijkt dus heel beperkt te zijn.

Komt ziekte van Aujeszky nog in Nederland voor?

Nee, niet meer. Nederland is al rond 1980 begonnen met het uitroeien van de ziekte. Er is een goed vaccin beschikbaar en Nederland is sinds 2009 officieel gevrijwaard van de ziekte. De varkenssector blijft alert op signalen, en er draait een monitoringsprogramma voor varkens en wilde zwijnen.

Waar komt ziekte van Aujeszky in de wereld voor?

De ziekte van Aujeszky komt in grote delen van de wereld voor. Diverse Europese landen zijn vrij van de ziekte. In Europa is de ziekte in veel landen bij gedomesticeerde varkens uitgeroeid, maar komt het virus nog volop voor bij wilde zwijnen. De afgelopen jaren waren er kleine uitbraken in Duitsland en Frankrijk, en werd het virus onder andere in België en Duitsland in wilde zwijnenpopulaties gevonden.

Canada, Nieuw-Zeeland zijn vrij van de ziekte. Ook de Verenigde Staten van Amerika is sinds kort vrij, maar ook daar komt het in de wilde zwijnenpopulatienog wel voor.

Stappen bij een verdenking

Als de varkenshouder merkt dat er iets aan de hand is met de varkens dan schakelt deze de dierenarts in. In overleg kunnen zij kiezen uit een aantal mogelijke vervolgstappen.

1) Verrichten van sectie op gestorven varkens

Als er sprake is van sterfte, en ziekte van Aujeszky is nog niet een serieuze mogelijkheid, kan er besloten worden om sectie te laten verrichten door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), of een daarvoor erkende en aangewezen dierenartspraktijk. Op basis van het beeld op de sectietafel kan er eventueel toch een verdenking op klassieke varkenspest ontstaan. Op dat moment zal de uitvoerende patholoog dat bij de NVWA melden als een officiële verdenking.

2) Melden van een verdenking bij de NVWA

Als de klinische verschijnselen van dusdanige aard zijn dat de ziekte van Aujeszky een reële mogelijkheid is, dient dit gemeld te worden bij de NVWA. Bij de volgende verschijnselen zou zeker ook aan de ziekte van Aujeszky gedacht moeten worden:

  • Grote sterfte bij zeer jonge biggen, zeker als dit gebeurt in combinatie met hersenverschijnselen bij deze of iets oudere biggen.
  • Een combinatie van ademhalingsproblemen met hersenverschijnselen binnen een koppel varkens (of zelfs op verschillende plekken binnen het bedrijf, zeker als daar geen andere diagnose met redelijke zekerheid voor is gesteld).
  • Ernstige verschijnselen van jeuk (schuren, krabben, likken, e.d.) gevolgd door snelle sterfte bij andere gevoelige dieren op het bedrijf (honden, katten, koeien, enz).

Officiële verdenking

Veehouders, dierenartsen en laboratoria moeten een melding doen bij de NVWA zodra er een vermoeden is van de aanwezigheid van ZvA. Dezelfde dag volgt dan een bedrijfsbezoek door het specialistenteam. Dit team bestaat uit de bedrijfseigen dierenarts, een NVWA dierenarts en een varkensdierenarts van Royal GD. Zij nemen monsters die met spoed (ook in het weekend en ‘s avonds) onderzocht worden op ons referentielaboratorium in Lelystad. Het betreffende varkensbedrijf wordt geblokkeerd tot de uitslag bekend én negatief bevonden is. De uitslag volgt binnen 24 uur.

Diagnostiek ziekte van Aujeszky

Virus aantonen

Het virus zelf kan in het eerste stadium van de ziekte, als ook klinische verschijnselen aanwezig zijn, het beste worden aangetoond. Om het virus aan te tonen zijn er twee belangrijke testen beschikbaar:

PCR op keelswabs of eventueel organen

Dit is een snelle en heel gevoelige test om het virus aan te tonen. In eerste instantie zal ook altijd deze test worden uitgevoerd op materiaal van verdachte dieren. Binnen enkele uren kan hiermee een uitslag worden verkregen.

Virusisolatie op keelswabs of eventueel organen

Dit gebeurt op cellijnen, waarin het virus zich kan vermenigvuldigen. Het nadeel van deze test is dat het meerdere dagen duurt voordat er een uitslag is. Het voordeel is wel dat levend virus wordt verkregen wat verder gekarakteriseerd kan worden.

Antilichamen aantonen

Antilichamen tegen het virus kunnen vanaf twee weken na een infectie worden aangetoond met een eenvoudige ELISA. Hiervan bestaan twee verschillende typen:

gB-ELISA op bloed

Dit is een ELISA die antistoffen tegen zowel het vaccin als tegen het virus zelf aantoont. Een dier dat positief is in een dergelijke test kan dus zowel gevaccineerd als besmet zijn (of beide). Omdat vaccinatie dus interfereert met deze test, wordt hij alleen gebruikt bij dieren die niet gevaccineerd zijn.

gE-ELISA op bloed

Dit is een ELISA die alleen antistoffen tegen het virus zelf aantoont, maar niet tegen het vaccin. Het vaccin is namelijk zo aangepast dat er een stukje uit ontbreekt. Door vaccinatie worden tegen dat stukje (het gE-eiwit) geen antistoffen aangemaakt, maar wel bij een echte infectie. Een dier dat positief is in deze test moet dus besmet zijn met het veldvirus.

Om meer zekerheid te krijgen over de aanwezigheid van antistoffen, zijn er ook confirmatietesten, die een eerste uitslag van een gB-ELISA of gE-ELISA moeten bevestigen. Bij WBVR is daarvoor zowel een virus neutralisatietest (VNT) als een gE-confirmatie-ELISA beschikbaar. De VNT is daarbij vergelijkbaar met de gB-ELISA en kan alleen worden gebruikt om een infectie bij een niet-gevaccineerd dier te diagnosticeren. De gE-confirmatie-ELISA kan weer wel onderscheid maken tussen gevaccineerde en geïnfecteerde dieren.

Vaccin ziekte van Aujeszky

In de afgelopen decennia is in Nederland consciëntieus gevaccineerd en werden daarmee klinische verschijnselen van toch nog optredende infecties sterk onderdrukt. Ook bij andere diersoorten werd in die periode uiterst zelden de ziekte van Aujeszky vastgesteld. Nu Nederland gestopt is met vaccineren, en langzaam weer een geheel gevoelige varkenspopulatie gaat krijgen, zal een nieuwe introductie zich weer duidelijker gaan manifesteren.

Voorkomen en bestrijden van ziekte van Aujeszky

Fases die zijn doorlopen in de uitroeiing van het virus in Nederland:

  • Verbod op het gebruik van conventionele vaccins (alleen nog markervaccin toegestaan)
  • Verplicht vaccinatieprogramma met een markervaccin voor alle varkensbedrijven
  • Vrijwillig certificeringsprogramma voor bedrijven die vrij waren van de ziekte van Aujeszky
  • Verplichte deelname aan het certificeringsprogramma
  • Verplichte deelname aan een surveillanceprogramma voor alle bedrijven
  • Omzetten van de vaccinatieplicht in een vaccinatieverbod

In de preventie en bestrijding bestaan vier cruciale stappen.

1) Voorkom insleep in Nederland

Dit kan door voorzichtig te zijn met mogelijk besmette dieren en producten uit het buitenland. De belangrijkste maatregelen:

  • Verbod op swill-voedering (keukenafval).
  • Reiniging en ontsmetting van veetransportwagens die uit het buitenland terugkeren.
  • Alleen importen van levende dieren, vlees en vleesproducten vanuit gebieden waar ZvA niet voorkomt.

2) Beperk verdere verspreiding in Nederland

Insleep van het virus zal in eerste instantie altijd onopgemerkt gebeuren. Er zullen altijd minimaal enkele weken zitten tussen het moment van introductie en de eerste diagnose. Bij onduidelijke ziektebeelden kan dat echter aanzienlijk langer zijn. In die fase kan het virus zich ongehinderd verder verspreiden naar andere bedrijven. Om dit zoveel mogelijk te beperken zijn onder alle omstandigheden maatregelen nodig:

  • Beperken van het aantal contacten tussen varkensbedrijven. Dit geldt niet alleen voor diercontacten, maar ook voor persoonscontacten en contacten via bijvoorbeeld mest, voer, vrachtwagens en andere materialen.
  • Veiliger maken van noodzakelijke contacten door (verplichte) bioveiligheidsmaatregelen.

3) Spoor een mogelijke besmetting snel op

Om een besmettelijke ziekte als de ziekte van Aujeszky in de kiem te smoren, is een snelle opsporing van een eerste nieuwe uitbraak essentieel. De varkenshouder ziet zijn varkens elke dag en zal als eerste verdachte ziekteverschijnselen kunnen waarnemen. Het is essentieel dat snel de juiste vervolgstappen ondernomen worden om de ziekte in het laboratorium te bevestigen of uit te sluiten. Daarvoor bestaan er in Nederland enkele early warning programma’s waaruit een verdenking kan ontstaan:

  • Melding van een verdenking aan de NVWA, door een varkenshouder of dierenarts, op basis van ziekteverschijnselen op het bedrijf.
  • Pathologische bevindingen bij sectie bij onder andere de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) en enkele aangewezen dierenartsenpraktijken.
  • PCR bij WBVR op tonsillen van alle varkens die worden aangeboden voor sectie.

Daarnaast zijn varkensbedrijven in Nederland onderhevig aan een geregeld bloedonderzoek bij de varkens. Omdat de klinische verschijnselen lange tijd heel atypisch kunnen zijn, is het niet ondenkbaar dat op die wijze een eerste besmetting wordt vastgesteld.

4) Bestrijd een uitbraak snel en efficiënt

Een behandeling van de ziekte is niet mogelijk, vaccinatie wel. Indien zich een uitbraak voordoet, zal de ziekte in Nederland bestreden worden middels vaccinatie. Dit zal door de NVWA worden georganiseerd. Hierbij wordt in een gebied met een straal van 10 kilometer rondom het besmette bedrijf gevaccineerd met een markervaccin. Besmette bedrijven in deze cirkel worden opgespoord, waarbij eventueel de vaccinatiecirkel kan worden uitgebreid. Als de virusverspreiding door de vaccinatie tot stilstand is gekomen, gaan de gezonde dieren van de besmette bedrijven vervroegd naar het slachthuis. Op de niet-besmette bedrijven wordt met bloedonderzoek bevestigd dat ze echt niet besmet zijn geraakt, waarna alle beperkingen zullen worden opgeheven.

Publicaties