Coronavirus en COVID-19 bij dieren

De rol van gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren in de epidemiologie van het coronavirus (SARS-CoV-2) dat de ziekte COVID-19 veroorzaakt is op dit moment onbekend. In dit artikel staat informatie over het coronavirus met betrekking tot gehouden dieren.

Dit artikel is gebaseerd op informatie uit de Vetinf@ct nieuwsbrief voor veterinairen. Dit is een uitgave waar Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) aan meewerkt. Dit artikel is op 25 januari 2021 het laatst geactualiseerd.

Coronavirus bij gehouden dieren

Het coronavirus SARS-CoV-2 is aangetroffen bij huisdieren, zoals honden of katten. Het virus is ook bij diverse nertsenbedrijven aangetroffen, waaronder ook in Nederland. Het virus is tot op heden niet aangetoond in andere landbouwhuisdieren.

Het is waarschijnlijk dat medewerkers van een nertsenbedrijf besmet zijn geraakt via nertsen. Daarnaast zijn er geen aanwijzingen dat gezelschapsdieren en landbouwdieren een infectiebron vormen voor mensen. Momenteel worden studies uitgevoerd om de rol van gezelschaps- en landbouwhuisdieren op te helderen.

Verdenkingen bij dieren

COVID-19 is aangifteplichtig bij mensen, niet bij dieren met uitzondering van nertsen. Als een dier positief getest wordt is het van belang dat dit bekend wordt bij de overheid. De Nederlandse overheid heeft als lid van de World Organisation for Animal Health (OIE) namelijk de plicht om relevante ontwikkelingen ten aanzien van (mogelijk) opkomende dierziekten te melden. Daarom is het verzoek aan dierenartsen om bij verdenkingen contact op te nemen met de NVWA.

Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) kan verdachte dieren testen.

Diagnostiek coronavirus bij dieren

Vaccins en testen

Er zijn momenteel géén vaccins voor dieren beschikbaar tegen coronavirussen die luchtweginfecties veroorzaken. Wel zijn er vaccins tegen coronavirussen die maag-darm-infecties veroorzaken voor verschillende diersoorten beschikbaar, maar dit zijn vaccins tegen diersoortspecifieke en enterale coronavirussen. Deze vaccins zijn niet bedoeld voor SARS-CoV-2.

Er zijn (snel)testen beschikbaar om honden en katten te testen op coronavirus, maar deze testen zijn bedoeld om te controleren of honden of katten geïnfecteerd zijn met een coronavirus dat maag-darm-infecties veroorzaakt, maar niet geschikt om mensen te testen, en bovendien niet gemaakt voor SARS-Cov-2. 

Adviezen voor de omgang met huisdieren

Onderstaande adviezen worden uit voorzorg gegeven.

Huisdieren van COVID-19 patiënten

Aan huisdiereigenaren die COVID-19 positief zijn wordt uit voorzorg geadviseerd om contact met het huisdier zoveel mogelijk te vermijden. Laat indien mogelijk iemand in het huishouden die gezond is de dieren verzorgen.

Ook wordt geadviseerd om het huisdier tijdens de quarantaineperiode zoveel mogelijk binnen te houden. Dat wil zeggen honden alleen kort aangelijnd uitlaten en katten zo veel mogelijk binnenhouden. Voor katten die (voornamelijk) buiten leven is dit laatste advies wellicht lastig uitvoerbaar. De meest recente adviezen zijn terug te vinden op website van het RIVM en Rijksoverheid

Indien het dier naar een dierenopvangcentrum gebracht wordt, gelden voor deze centra geen bijzondere vereisten bij opname van het dier. Honden dienen wel gevaccineerd te zijn tegen CDV, CPV, HCC (CAV2) en kennelhoest (hond) en katten tegen  FPV, FHV en FCV.

Landbouwhuisdieren van COVID-19 patiënten

Voor omgang met voedselproducerende dieren geldt het voorzorgsprincipe totdat meer bekend is over de risico’s. Aan veehouders met COVID-19 wordt geadviseerd om contact met hun dieren te vermijden, niet in de stal te komen en anderen voor de dieren te laten zorgen.

Een dier dat contact heeft gehad met een COVID-19 patiënt

Mocht een (landbouw)huisdier in contact zijn geweest met een patiënt met COVID-19, dan zijn geen extra maatregelen nodig. De algemene hygiënemaatregelen voor omgang met dieren, zoals handen wassen met water en zeep, volstaan.

Algemene hygiënemaatregelen

In dierenopvangcentra zijn, net als in de thuissituatie, algemene hygiënemaatregelen voldoende. Deze gelden ook voor dierenartsenpraktijken.

  • Gezelschapsdieren niet laten likken en handen wassen na contact met gezelschapsdieren en hun voedsel of uitwerpselen.
  • Neem goede hygiëne in acht: was je handen vaak met zeep en water gedurende minstens 20 seconden, vooral na gebruik van het toilet; voor het eten; na het snuiten van je neus, hoesten of niezen; en tussen bezoeken van cliënt/patiënt.
  • Als zeep en water niet direct beschikbaar zijn, gebruik dan een handdesinfecterend middel op alcoholbasis met 60 tot 95 procent alcohol.
  • Plaats handdesinfecterend middel, reinigingsdoekjes en tissues in alle onderzoeksruimten, vergaderruimten, toiletten, pauzekamers en andere gemeenschappelijke ruimtes.
  • Raak je ogen, neus en mond niet aan met ongewassen handen.
  • Hoest of nies in je elleboog of gebruik een tissue om je neus en mond te bedekken en gooi de tissue vervolgens in de prullenbak.

Bij het behandelen of onderzoeken van een verdacht huisdier in de dierenartsenpraktijk gelden aanvullende maatregelen.

Coronavirussen bij dieren

Bij verschillende diersoorten komen coronavirussen voor, bijvoorbeeld canine coronavirus (CCV) bij honden, feline corona (FCV) bij katten, porcine epidemic diarhea (PEDV) virus, transmissible gastroenteritis virus (TGEV) en porcine respiratory coronavirus (PRCV) bij varkens en infectieuze bronchitis virus (IBD) bij kippen. Dit zijn echter andere types dan SARS-CoV-2, veelal diersoort specifiek en niet zoönotisch. Dat betekent dat de ziekte niet op mensen overdraagbaar is.