Eerste besmetting met westnijlvirus in Nederland vermoedelijk door muggenbeet

Nieuws

Eerste besmetting met westnijlvirus in Nederland vermoedelijk door muggenbeet

Gepubliceerd op
15 oktober 2020

De afgelopen week is bij een man in Nederland het westnijlvirus vastgesteld, meldt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vandaag. Vermoedelijk is hij in de buurt van Utrecht gebeten door een mug. Dit vermoeden wordt gesterkt doordat Wageningse onderzoekers en hun collega’s van Leiden University die deel uitmaken van het One Health Pact in dezelfde omgeving onlangs muggen hebben gevangen en bij deze muggen het westnijlvirus hebben geconstateerd. De muggen bivakkeerden in hetzelfde gebied waar deze zomer een grasmus was gevangen die na onderzoek het westnijlvirus bleek te hebben.

Hiermee kan met zekerheid worden gezegd dat het westnijlvirus (WNV) vaste voet aan de grond begint te krijgen in Nederland, en het ook in ons land door muggen op mensen en dieren wordt overgedragen.

‘Early warning systeem’

Het OneHealthPact is een team van experts dat onder leiding van het Erasmus Medisch Centrum werkt aan de ontwikkeling van een ‘early warning systeem’ voor snelle opsporing van virussen. Er wordt onder andere onderzoek gedaan naar muggen en vogels. De in de regio Utrecht gevangen grasmus testte op 22 augustus positief op het westnijlvirus. Dezelfde vogel was afgelopen voorjaar ook nog getest. De uitslag was toen negatief. Als onderdeel van hetzelfde onderzoek zijn in juli en augustus in hetzelfde gebied muggen gevangen en onderzocht. Een deel van deze muggen bleek het westnijlvirus ook bij zich te dragen. Hiermee lijkt het bewijs geleverd dat ook muggen in Nederland inmiddels het westnijlvirus overdagen op mensen en dieren.

Betrokkenheid Wageningse onderzoekers

Wageningen University & Research levert op verschillende manieren een bijdrage aan het One Health Pact en het onderzoek naar het westnijlvirus. Zo houdt het laboratorium van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) samen met partners de situatie nauwlettend in de gaten om voorbereid te zijn op een eventuele uitbraak onder mensen of paarden. Paarden kunnen erg ziek worden van het virus.

Onderzoekers van de laboratoria van Virologie en Entomologie focussen zich al jaren op de vatbaarheid van muggen voor het westnijlvirus. In 2015 werd vastgesteld dat Nederlandse steekmuggen uitstekend in staat waren het westnijlvirus over te dragen en dat warme zomers bijdragen aan verdere verspreiding. Het virus wordt met name verspreid door muggen uit het genus Culex. In Nederland komen meerdere soorten Culex-muggen voor, zo ook de gewone huissteekmug Culex pipiens. Een paar jaar geleden zijn in vogels antistoffen aangetoond die wijzen op verspreiding van het westnijlvirus in Nederland, maar het virus zelf werd nooit gevonden in vogels of muggen. Dat is nu wel gelukt, dankzij het gebruik van gevoelige PCR-technieken. De vraag is nu in hoeverre het westnijlvirus al ongemerkt verspreid is geraakt in Nederland.

Meeste besmettingen aan het einde van de zomer

Opvallend is overigens dat de meeste besmettingen in Europa plaats lijken te vinden aan het einde van de zomer. Dan zijn er grote aantallen muggen, maar ook de hogere temperatuur zorgt dan voor snelle virusvermeerdering in de mug en vergroot daardoor de kans dat het westnijlvirus met een muggenbeet wordt overgedragen.