Onderzoek sterfte zeekoeten

Nieuws

Onderzoek sterfte zeekoeten

Gepubliceerd op
31 januari 2019

Wageningen Bioveterinary research (WBVR) onderzoekt in opdracht sterfte van wilde fauna. Dit gaat vaak om vogels, zoals de spreeuwen die in oktober 2018 in Den Haag dood werden aangetroffen en de dode zeekoeten die in januari 2019 aanspoelden op de Waddeneilanden.

Er zijn dode zeekoeten opgestuurd naar verschillende onderzoeksinstituten. Naast Wageningen Bioveterinary Research voeren ook Dutch Wildlife Health Centre en Wageningen Marine Research onderzoek uit naar de doodsoorzaken.

Hoe gaat het WBVR-onderzoek in z'n werk?

We onderzoeken doodsoorzaken van inheemse wilde fauna in het kader van wetsovertredingen (vergiftiging of illegale afschot), dierziekten of bij sterfte van omvangrijke aard. Dat laatste is het geval bij de spreeuwen en zeekoeten.

We doen onderzoek naar de doodsoorzaken door het uitvoeren van sectie op de dieren.

  1. Eerst wordt uitwendig letsel en afwijkingen bekeken om trauma en afschot uit te sluiten.
  2. Daarna vindt onderzoek plaats naar intern letsel en afwijkingen. De maag en krop worden onderzocht op vergiftiging en parasieten. De organen worden op bloedingen gecontroleerd en monsters worden genomen om vogelgriep of andere dierziekten uit te sluiten.
  3. De rapportage wordt alleen gedeeld met de inzender/opdrachtgever. In overleg met de inzender wordt vervolgonderzoek ingezet.

De duur van het onderzoek varieert van een week tot maanden afhankelijk van vervolgonderzoek.

Voorbeeld: sectie van een buizerd door Wageningen Bioveterinary Research
Voorbeeld: sectie van een buizerd door Wageningen Bioveterinary Research