Toekomstige virussen tackelen met nieuwe onderzoeksmethoden

Nieuws

Toekomstige virussen tackelen met nieuwe onderzoeksmethoden

Gepubliceerd op
6 juni 2019

De gezondheid van mensen, dieren, planten en milieu is wereldwijd met elkaar verweven. Om gevaarlijke infectieziekten te voorkomen en bestrijden is daarom een interdisciplinaire Global One Health aanpak noodzakelijk. In laboratoria zijn nieuwe moleculaire onderzoekstechnieken ontwikkeld, zoals Whole Genome Sequencing en CRISPR-Cas. Die moeten we zoveel mogelijk gebruiken om nieuwe infectieziekten te ontdekken, voorkomen en controleren, zegt prof. dr. Wim van der Poel bij zijn inauguratie als buitengewoon hoogleraar Emerging and Zoonotic Viruses aan Wageningen University & Research op 6 juni.

Begin deze eeuw werd de wereldwijde verbondenheid tussen mensen, dieren en het milieu plotseling akelig zichtbaar door de uitbraak van SARS. Deze infectieziekte verspreidde zich razendsnel vanuit China en heeft voor heel veel maatschappelijke onrust en economische schade gezorgd. "De SARS uitbraak was een belangrijke wake-up call," vertelt Wim van der Poel. "Het maakte duidelijk dat verschillende disciplines in gezondheidszorg en wetenschap nauw moeten samenwerken als we nieuwe uitbraken willen voorkomen."

Sindsdien hebben epidemiologen, (dieren-)artsen, natuur- en milieuspecialisten het One Health principe omarmd. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft een lijst opgesteld met ziekten waarnaar met voorrang onderzoek moet worden gedaan, omdat ze een risico vormen voor de volksgezondheid, potentieel tot een epidemie kunnen leiden en waartegen nog onvoldoende maatregelen bestaan. In 2018 is aan die lijst ook ‘ziekte X’ toegevoegd, een codenaam voor een onbekend virus dat mogelijk een epidemie veroorzaakt in de toekomst. Doel was om bewustzijn te creëren dat we ons ook moeten voorbereiden op uitbraken van onbekende infectieziekten.

Het tijdig identificeren van nieuwe gevaarlijke ‘x’-virussen is een enorme uitdaging. "Maar gelukkig heeft er ook een revolutie in het laboratorium plaatsgevonden," zegt Van der Poel. "Dankzij nieuwe moleculaire onderzoekstechnieken zijn onze mogelijkheden om met succes nieuwe virussen te ontdekken enorm toegenomen."

Moleculaire onderzoeksmethoden

Een techniek die al enige tijd bestaat, maar nog steeds een enorm belangrijke basistechniek vormt is polymerasekettingreactie (PCR). Hiermee is het mogelijk om het DNA in een monster te vermenigvuldigen. Dat is nodig, omdat monsters vaak een te kleine hoeveelheid DNA bevatten om direct mee te werken. Bij metagenomica kunnen onderzoekers duizenden DNA sequenties tegelijk uitlezen. Dat levert in korte tijd een enorme hoeveelheid microbiologische data op en geeft veel informatie over de evolutie van een virus. En met de CRISPR-Cas techniek is het mogelijk om heel nauwkeurig te knippen en plakken in genetisch materiaal. En dat geeft dan weer nieuwe aanknopingspunten voor nieuwe laboratoriumdiagnostiek.

Infectieziekten in biologische systemen zijn dynamisch: ze kunnen veranderen en er kunnen ook nieuwe ziekten ontstaan. De nieuwe hoogleraar Van der Poel zal dan ook veel energie blijven steken in samenwerking, zowel op nationaal- als op internationaal niveau. Van der Poel: "Door verschillende expertises te combineren kunnen we nieuwe wetenschappelijke methoden ontwikkelen om antwoord te geven op de uitdagingen van Global One Health."

Zoönosen

Van der Poel wil zich in zijn onderzoek in het bijzonder richten op zoönosen, infectieziekten die worden overgedragen van dieren op mensen, zoals bijvoorbeeld ebola of vogelgriep. Bijna 70 procent van alle recent ontdekte infectieziekten van de mens is in het dier ontstaan. Vooral in Nederland is dat van belang, want ons land is dichtbevolkt met zowel mensen als landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren.

Een zoönose waar Van der Poel vol op inzet is Hepatitis E. Varkens kunnen dat virus bij zich dragen zonder dat ze er last van hebben. Mensen raken meestal besmet door het eten van onvoldoende verhit varkensvlees en kunnen er wel ernstig ziek van worden. In de afgelopen jaren is veel kennis over Hepatitus E opgedaan, maar er liggen nog belangrijke onderzoeksvragen, dus het onderzoek zal de komende jaren worden voortgezet.