Persbericht

Videobeelden vrije uitloop legbedrijf wijzen op bron vogelgriep

Gepubliceerd op
8 oktober 2019

Continue videocamera-bewaking in de uitloop van een legbedrijf toont dat bekende dragers van vogelgriep virussen regelmatig op bezoek komen. Bij het onderzochte legbedrijf zijn in het verleden verschillende introducties van vogelgriep geweest.

Recent onderzoek van Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) heeft het bezoek van verschillende diersoorten vastgelegd. Wilde eenden bezochten de uitloop vrijwel uitsluitend ’s nachts tussen zonsondergang en zonsopkomst in de periode november – april, met een duidelijke piek in de periode december – februari. Verschillende soorten meeuwen bezochten vrijwel dagelijks de uitloop tussen zonsopkomst en het moment dat de kippen in de uitloop worden gelaten in de periode januari – augustus.

Verhoogd risico

WBVR-onderzoek van de afgelopen jaren laat zien dat legbedrijven met een vrije uitloop een duidelijk verhoogd risico hebben op introductie van vogelgriep virussen. Er wordt verondersteld dat wilde (water)vogels de bron zijn van introductie van vogelgriep op deze bedrijven. Immers, er zijn voor de hand liggende mogelijkheden voor pluimvee om in direct contact te komen met wilde vogels in de uitloop of dat pluimvee bloot kan worden gesteld aan door wilde vogelpoep gecontamineerd water of grond in de uitloop. Kwantitatieve gegevens over bezoek van wilde vogels is nodig voor het ontwikkelen en wetenschappelijk toetsen van interventie strategieën gericht op het voorkomen of verlagen van contact tussen wilde (water)vogels en de vrije uitloop van pluimveebedrijven. Echter, dergelijke gegevens waren tot op heden nog niet beschikbaar.   

Camerabeelden

Onderzoekers van WBVR, ondersteunt door studenten van (Agrarische) Hogescholen in Almere, Dronten, Velp en Delft, hebben het bezoek van wilde fauna aan een vrije uitloop van een legbedrijf in kaart gebracht met behulp van videocamera’s. Het legbedrijf met vrije uitloop is sinds de start in 10 jaar tijd, 6 keer besmet geraakt met een vogelgriep virus.

In totaal werden 8 digitale videocamera’s geïnstalleerd om 24 uur per dag activiteiten in de hele uitloop te kunnen volgen; de camera’s waren verbonden met een videorecorder, zodat beelden konden worden opgeslagen. De camera’s waren voorzien van infrarood LEDs zodat ook ’s nachts opnamen konden worden gemaakt. Er werd in totaal 5016 uur (209 dagen) video-opnamen geanalyseerd. In totaal bezochten 24 verschillende soorten wilde vogels en 7 soorten zoogdieren de vrije uitloop.

Epidemioloog Armin Elbers (WBVR), leider van het project: “Wilde vogels, met uitzondering van de wilde eend, bezochten de vrije uitloop vrijwel uitsluitend in de periode tussen zonsopgang en het moment waarop de kippen uit de stal in de uitloop kwamen. Op het moment dat de kippen in de uitloop kwamen, joegen zij de wilde vogels weg uit de uitloop”.

De allergrootste hoeveelheid tijd die wilde fauna in de vrije uitloop doorbracht werd – zonder enige concurrentie - gedaan door de wilde eend, en specifiek in de periode december – februari. Slechts een zeer kleine fractie van de bezoeken van wilde fauna had overlap met gelijktijdige aanwezigheid van kippen in de vrije uitloop, en er werd geen direct contact tussen kippen en wilde vogels waargenomen. Er wordt daarom aangenomen dat overdracht van vogelgriep virussen naar pluimvee op vrije uitloopbedrijven plaatsvindt via indirect contact: het opnemen van water of grond in de uitloop dat bevuild is met vogelgriep-besmette wilde vogelpoep. De resultaten van het onderzoek zijn recent gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Transboundary and Emerging Diseases.

Aanbevelingen

Op basis van de resultaten van het onderzoek worden de volgende aanbevelingen gedaan om de aantrekkelijkheid van de vrije uitloop voor bezoek van wilde fauna te verlagen:

  • dagelijkse inspectie van de vrije uitloop en het verwijderen van aanwezige karkassen van dode kippen en eieren;
  • het voorkomen van vorming van waterplassen in de vrije uitloop.

Daarnaast kan men echter ook denken aan het ontmoedigen van de start van nieuwe pluimveebedrijven in vogelgriep-hoog risico gebieden: gebieden die op korte afstand liggen van waterwegen en natuurgebieden met wilde watervogels.

Een groot deel van de vrije uitloopbedrijven in Nederland heeft nog nooit een besmetting met vogelgriep virus meegemaakt. Dit komt zeer waarschijnlijk omdat zij gelegen zijn in gebieden waar weinig tot geen blootstelling is aan wilde watervogels, zoals eendachtigen. Vrije uitloopbedrijven gelegen in een hoog-risicogebied en met een historie van herhaalde besmettingen met vogelgriepvirussen wordt aanbevolen om wilde watervogels te weren. Met name in de periode tussen zonsondergang en het tijdstip dat de kippen de vrije uitloop betreden is de inzet van getrainde honden of laserapparatuur raadzaam om eendachtigen te verjagen. Een andere, meer structurele oplossing voor het voorkomen van contact tussen kippen en wilde vogels, en tegelijkertijd voldoen aan de eisen van de consument met betrekking tot dierenwelzijn en een ecologische manier van productie, is het gebruik van een andere huisvestingsvorm zoals het Rondeel concept. In dit innovatieve stalconcept hebben de kippen de mogelijkheid om te verblijven in de frisse buitenlicht met zonlicht in een buitenverblijf, maar deze uitloop is volledig voorzien van een afschermend hekwerk. Bovendien wordt met een lichtdoorschijnend maar vast dak bescherming geboden, waardoor contact met wilde fauna en hun uitwerpselen in de omgeving wordt voorkomen.

Wettelijke Onderzoek Taken (WOT)

Dit onderzoek werd gefinancierd en uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Wettelijke Onderzoek Taken (WOT) - Veterinaire Epidemiologie en Risicoanalyse: WOT-01-001-004).

Landelijke dag Sovon Vogelonderzoek

Op de landelijke dag van Sovon Vogelonderzoek Nederland (30 november a.s., Congrescentrum De Reehorst in Ede) worden resultaten van het bovenstaande onderzoek gepresenteerd door Armin Elbers in een flitslezing.