Zoektocht naar vaccins tegen plotseling opduikende virussen

Nieuws

Zoektocht naar vaccins tegen plotseling opduikende virussen

Gepubliceerd op
18 oktober 2018

Virussen vormen een serieuze bedreiging voor mens en dier: onzichtbaar, ongrijpbaar en lastig te traceren. Hoe kan op een snelle wijze een opkomend virus worden bedwongen, zodat epidemieën, zoals die van Ebola, de wereld bespaard blijven. In zijn inaugurele rede op 18 oktober aan Wageningen University & Research schetst buitengewoon hoogleraar Veterinaire arbovirologie, Jeroen Kortekaas, de weg naar effectievere preventie.

Door klimaatverandering, globalisering en de bevolkingsgroei verschijnen verrassend snel virussen uit alle hoeken op het wereldtoneel. Bij een uitbraak is er nauwelijks tijd voor het ontwikkelen van diagnostische tests, vaccins en medicijnen. Na de Ebola-uitbraak in 2015 in West-Afrika, met elfduizend dodelijke slachtoffers concludeerde de Wereldgezondheidsorganisatie WHO dan ook, dat de wereld niet is voorbereid op dergelijk omvangrijke en complexe uitbraken.

Complete verrassing

Tot op de dag van vandaag worden we compleet verrast door virusuitbraken, zoals Zika in Brazilië, en eerder en dichterbij Blauwtong, zegt prof. Jeroen Kortekaas in zijn inaugurele rede. “Wij zijn momenteel niet in staat om voldoende snel te reageren op deze uitbraken. Daardoor kunnen we uitbraken niet snel stoppen.” Om bij uitbraken sneller te kunnen reageren is de inzet nodig van niet alleen laboratoria en bedrijven die vaccins kunnen ontwikkelen en produceren. “Het vereist ook de samenwerking van artsen, dierenartsen en epidemiologen, die de verspreidingsmanier en ziekte onderzoeken en bijvoorbeeld entomologen, omdat veel virussen via geleedpotigen, zoals muggen, knutten of teken worden overgebracht,” legt prof. Kortekaas uit. Deze groep virussen is te rangschikken onder de verzamelnaam arbovirus, dat staat voor ‘arthropod-borne virus’. “Multidisciplinair onderzoek is essentieel voor het effectief bestrijden van arbovirussen omdat de verspreiding van deze virussen bijzonder sterk wordt beïnvloed door het milieu, met name door klimaatverandering.”

Snel identificeren en reageren

Hoe sneller en effectiever de reactie op een uitbraak, hoe minder besmettingen en slachtoffers er zullen zijn. “We sluiten daarom graag aan bij de WHO lijst van gevaarlijke virussen. Op deze Research & Development Blueprint staan elf bekende virussen, naast ‘virus X’ dat nu nog onbekend is, maar ongetwijfeld ergens gaat opduiken,” zegt prof. Kortekaas. “Vervolgens is het noodzakelijk te onderzoeken hoe we daar een vaccin voor kunnen ontwikkelen.”

Rift Valley fever virus

In de onderzoeksgroep van prof. Kortekaas aan Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad is de afgelopen tien jaar veel ervaring opgedaan met het Afrikaanse Rift Valley fever virus dat via muggen wordt overgedragen, dodelijk is voor met name jonge herkauwers, maar ook voor mensen bedreigend is. “Tien jaar geleden reeds vroeg het ministerie om een vaccin hiertegen, omdat werd voorzien dat het virus ooit het oorspronkelijke verspreidingsgebied zou kunnen uitbreiden, zoals het West Nile virus in 1999 en chikungunya-virus in 2005”. We hadden er geen vaccin tegen, en de beschikbare Afrikaanse vaccins voldeden niet aan Europese eisen. Het vaccin dat werd ontwikkeld in Lelystad wordt momenteel geëvalueerd voor registratie in Europa.

Twee strategieën

Om beter voorbereid te zijn op nieuwe uitbraken van arbovirusziekten stelt prof. Kortekaas twee strategieën voor. Ten eerste is meer kennis nodig over arbovirussen die momenteel al ziekte veroorzaken in tropische gebieden. Om dit te bewerkstelligen werkt hij samen met Afrikaanse collega’s. Voorbeelden zijn het Wesselsbron-virus, dat familie is van het Zika-virus, het Shuni-virus, familie van het eerder in Europa opgedoken Schmallenberg-virus en het Middelburg-virus, dat familie is van het chikungunya-virus. Wanneer meer kennis beschikbaar is over deze virussen zijn samen met Afrikaanse onderzoekers vaccins te ontwikkelen.

De tweede strategie is bedoeld om virussen te bestrijden die momenteel nog geheel onbekend zijn. Na een eerste introductie van zo’n virus moet extreem snel actie worden ondernomen. “Om te kunnen reageren op deze ziekten moeten we vaccins ontwikkelen die aangrijpen op de Achilleshiel van het virus. Nadat zo’n zwakke plek is gevonden kan het worden nagemaakt en op kunstmatige virusachtige deeltjes worden geplakt met moleculaire ‘superlijm’. Op deze manier kan zeer snel een vaccin worden ontwikkeld dat optimaal beschermende antilichamen opwekt tegen het virus,” besluit prof. Kortekaas.