Verbetering van het landbouwonderwijs in Afghanistan

Project

Verbetering van het landbouwonderwijs in Afghanistan

Om de landbouwsector in Afghanistan te ondersteunen en te revitaliseren is het Centre for Development Innovation (CDI) van Wageningen UR, samen met zijn Afghaanse partners, actief om het beroepsonderwijs voor landbouwers te verbeteren.

Wederopbouw van het landbouwonderwijs

Meer dan dertig jaar oorlog hebben roofbouw gepleegd op de agrarische sector in het land. En daarom wordt er in Afghanistan ook nauwelijks landbouwonderwijs gegeven. Toen het ATVET-project (Agricultural Technical and Vocational Educational Training) in 2011 van start ging, waren er ongeveer dertig landbouwscholen waar met verouderde tekstboeken en zeer uiteenlopende materialen les werd gegeven. Het project richt zich daarom op het vernieuwen van het onderwijscurriculum van landbouwscholen, het ontwikkelen van nieuwe lesmaterialen en het trainen van docenten in het gebruik ervan.

Het aantal landbouwscholen in Afghanistan is nu gestegen tot bijna honderd. De voorzieningen in deze scholen lopen echter sterk uiteen. Daarom verleent het project directe ondersteuning aan scholen die apparatuur, meubilair en overige middelen nodig hebben.

Constructing new NAEC school buildings530x398.jpg

Het trainen van docenten krijgt een extra impuls met het nieuwe National Agriculture Education College (NAEC) dat door het ATVET-project in de hoofdstad Kabul is opgericht. Het curriculum van het NAEC bestaat uit een tweejarige lerarenopleiding waarin docenten specifiek als docent aan landbouwscholen worden opgeleid. De studenten leren hier ook extra vaardigheden op het gebied van agro-industrie, rurale sociologie, dier- en plantwetenschappen, IT en Engels. Dit geeft hun de mogelijkheid ook binnen andere landbouwgebieden te gaan werken. De kern van het onderwijzend personeel van het NAEC bestaat uit Afghanen die een praktijkgerichte masteropleiding hebben gevolgd aan Hogeschool Van Hall Larenstein in Wageningen.

De eerste klas van het NAEC bestond uit honderd jonge mannen vanuit heel Afghanistan, van wie er tachtig in december 2013 zijn afgestudeerd. Het tweede jaar trok tweemaal zoveel studenten, waaronder ook een kleine groep vrouwen uit het gebied rondom Kabul die in het masterjaar zijn ingestroomd. In 2014 is het aantal studenten wederom met honderd toegenomen. Het totale aantal is nu driehonderd nieuwe studenten, van wie dertig vrouwen. In Afghanistan is lesgeven een van de weinige carrière-opties voor vrouwen. Maar aangezien er maar weinig meisjes naar landbouwscholen gaan, moet deze groep in de loop der tijd langzaam worden opgebouwd. Het NAEC hoopt in 2016 aan ongeveer achthonderd studenten in totaal les te kunnen geven. Momenteel worden er een nieuw schoolgebouw met slaapzalen gebouwd op een terrein dat door het NAEC en andere beroepsopleidingen gebruikt zal worden. Dit terrein bevat ook een plantenkas en proefvelden waarin praktijkervaring kan worden opgedaan.

Introductie van nieuwe lesmethodes

Naast nieuwe lesmaterialen op verschillende niveaus worden er ook nieuwe lesmethodes geïntroduceerd. Hoewel landbouwscholen in principe praktijkgericht onderwijs geven, is de realiteit dat een groot deel van het onderwijs nog steeds bestaat uit traditioneel onderwijs met tekst- en oefenboeken. Dit komt deels door een groot gebrek aan apparatuur en lesmateriaal, zoals proefvelden, gereedschappen en water, maar ook voor een belangrijk deel door culturele factoren. Binnen de grenzen van wat maatschappelijk en cultureel haalbaar is, ligt de nadruk van de nieuwe lesmethodes op het ontwikkelen van onafhankelijk en kritisch denken door studenten. Daarnaast wordt er van studenten verwacht dat zij actie ondernemen en hun nieuw verworven kennis in de praktijk gaan brengen.

Working in groups530x398.jpg

De nieuwe lesmaterialen voor de landbouwscholen en het NAEC worden ontwikkeld door een internationaal team in een Curriculum Development Unit. Deze unit is samengesteld uit NAEC-faculteitsleden, twee personeelsleden van de overheidspartner DMTVET, met ondersteuning van CDI-medewerkers in Wageningen, de Nederlandse partnerorganisatie Agromisa en een aantal vakspecialisten. De ontwikkeling van de lesmaterialen begint met input vanuit Nederland als basis voor het team dat in Afghanistan tekstboeken voor studenten en de bijbehorende pedagogische instructies voor docenten zal schrijven. Deze lesmaterialen zullen in de twee officiële talen van Afghanistan, Dari en Pashto, beschikbaar zijn. Nadat leraren training hebben gekregen in het gebruik van de materialen, en aanpassingen zijn gemaakt aan de hand van de testresultaten, zullen de tekstboeken en instructieboekjes onder alle landbouwscholen in het land worden verspreid.

Centre for Development Innovation