Analyse nieuwste wetenschappelijke inzicht in indirecte veranderingen in landgebruik (ILUC) van biobrandstoffen

Nieuws

Analyse nieuwste wetenschappelijke inzicht in indirecte veranderingen in landgebruik (ILUC) van biobrandstoffen

Gepubliceerd op
24 mei 2018

De Europese Commissie heeft gevraagd om een systematisch overzicht en analyse van de meest recent wetenschappelijke inzichten met betrekking tot de broeikasgasemissies van indirecte veranderingen in landgebruik (ILUC) als gevolg van het gebruik van biobrandstoffen in de Europese Unie. Specifieke aandacht is besteed aan opties om de wetenschappelijke onzekerheden te verminderen die samenhangen met het inschatten van de ILUC effecten van biobrandstofgebruik, de impact van en interacties met ander EU-beleid en de mogelijkheden om criteria vast te stellen voor de identificatie en certificering van biobrandstoffen met een laag risico op ongewensten ILUC effecten.

De meeste biobrandstoffen die in de EU worden gebruikt zijn gemaakt van conventionele gewassen, zoals tarwe, mais, koolzaad en suikerbieten. De productie van deze gewassen leidt direct en indirect tot verschuivingen in het gebruik van landbouwgrond, wat wordt aangeduid met de term indirect landgebruik (indirect land use change, of ILUC). De conversie van natuurlijke vegetatie naar grasland of naar akkerland leidt tot een afname van koolstof in de boven- en ondergrondse biomassa. Deze  broeikasgasemissies van ILUC kunnen aanzienlijk zijn en kunnen de effectiviteit van het gebruik van biobrandstoffen verminderen om de emissies van conventionele brandstoffen te verminderen.

De richtlijn 2015/1513 van de Europese Unie en de herziene richtlijn 2009/28/EG (Richtlijn Hernieuwbare Energie of Renewable Energy Directive (RED)) eisen dat de Europese Commissie informatie verstrekt over de meest recente wetenschappelijke inzichten over de broeikasgasemissies van ILUC die worden veroorzaakt door het gebruik van biobrandstoffen in de EU.

Een literatuuronderzoek is uitgevoerd waarvoor 1248 relevante onderzoeken zijn geïdentificeerd. Op basis van een selectieproces in twee fasen zijn 105 kwantitatieve ILUC-studies geselecteerd die zijn gepubliceerd na 2012 en 31 landmarkstudies uit 2012 of eerder. Deze studies zijn vervolgens in meer detail geanalyseerd.

De resultaten van de literatuuranalyse laten zien dat de onzekerheden met betrekking tot het schatten van de broeikasgasemissies als gevolg van de ILUC effecten van biobrandstoffen sinds 2012 niet zijn verminderd. ILUC kan niet direct worden gemeten of gekwantificeerd en moet daarom worden gemodelleerd, maar de modelresultaten verschillen vanwege verschillen in aanpak, basis data, model parameters, scenario aannames en regionale dekking.

Een decompositie van modelresultaten laat zien dat het gebruik van biobrandstoffen in de EU leidt tot hogere prijzen van landbouwproducten, wat leidt tot een hogere landproductiviteit en tot de voedselconsumptie vermindert. Ook het gebruik van bijproducten van de productie van biobrandstoffen als substituut van veevoer beperkt het ILUC effect van biobrandstoffen, hoewel in sommige studies een complex substitutieprocessen resulteert in een hoger ILUC effect.

Het resultaat is dat schattingen van de emissies van ILUC van biobrandstoffen aanzienlijk variëren tussen typen biobrandstof en de gebruikte grondstoffen en tussen onderzoeken. Studies die onzekerheden van modelparameters hebben onderzocht, komen tot de conclusie deze onzekerheden een groot effect hebben op de resultaten. Als gevolg van deze en andere onzekerheden is het moeilijk om de wetenschappelijke onzekerheden die gepaard gaan met het schatten van de ILUC-effecten van biobrandstoffen in de nabije toekomst verder te verminderen.

Certificering van biobrandstoffen met een laag ILUC-risico, zoals gedefinieerd in de EU richtlijn 2015/1513, is mogelijk een veelbelovende strategie. Studies die deze opties onderzoeken gaan er van uit dat land of bijproducten uit de land- en bosbouw beschikbaar zijn die kunnen worden gebruikt voor de  productie van biobrandstoffen zonder dat het gebruik te kosten gaat van alternatieve toepassingen.

Echter, empirische informatie over hoeveel verlaten en laag productieve landbouwgrond beschikbaar is voor de productie van biobrandstoffen is zeer onzeker. Verder is het onwaarschijnlijk dat alle negatieve effecten kunnen worden, en aanvullende maatregelen, die buiten het bereik van certificering vallen, zijn nodig, zoals geïntegreerde planning van landgebruik en bescherming van natuurlijke vegetatie. Het literatuuronderzoek toont ook aan dat er weinig of geen informatie beschikbaar is over de gevolgen van ander EU-beleid op de ILUC-effecten van biobrandstoffen.

Dit project is in 2016 en 2017 uitgevoerd door het National Renewable Energy Centre (CENER) in Spanje (projectleider), Wageningen Economic Research,Wageningen Environmental Research en het Planbureau voor de Leefomgeving.