Derogatieverlening en waterkwaliteit

Nieuws

Effect van derogatie op Nederlandse waterkwaliteit

Gepubliceerd op
23 oktober 2018

Marga Hoogeveen, onderzoeker Performance en Impact Agrosectoren, is met enkele collega’s namens Wageningen Economic Research samen met het RIVM verantwoordelijk voor het Landelijk Meetnet Effecten Mestbeleid (LMM). Dit is een integraal monitoringsprogramma dat de effecten van het mestbeleid op de bedrijfsvoering en waterkwaliteit op Nederlandse landbouwbedrijven volgt en vastlegt. Sinds 2006 wordt aan Nederland derogatie verleend, onder voorwaarde dat dit geen negatief effect op de waterkwaliteit heeft.

Als derogatie aan een land verleend wordt, betekent het dat bepaalde agrarisch bedrijven mogen afwijken van een vastgestelde Europese norm, in dit geval 170 kilogram stikstof per hectare uit dierlijke mest. De Europese Commissie heeft die derogatie onder andere verleend aan Nederland, Duitsland, België en Denemarken. Een voorwaarde voor derogatie is dat de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater niet mag verslechteren. Het RIVM meet de waterkwaliteit en Wageningen Economic Research meet wat een agrarisch ondernemer doet in zijn/haar bedrijfsvoering. Hoogeveen:

'Er wordt gekeken naar wat boeren doen, dus hoeveel kunstmest en dierlijke mest ze gebruiken, wat de gewasopbrengsten zijn, hoe de benutting van nutriënten is en hoe de bedrijven zich ontwikkelen. We kunnen niet een-op-een zeggen wat de effecten zijn, want weersinvloeden, bodemomstandigheden, grondsoort en waterstanden spelen ook een rol. Zo is het op de ene grondsoort makkelijker om binnen de toegestane marges te blijven dan op andere grondsoorten.'

De bevindingen worden aan Brussel meegedeeld, maar het is niet zo dat het effect van bedrijven met derogatie vergeleken wordt met het effect van bedrijven zonder derogatie. Dat is aanvullend onderzoek dat we in het LMM-onderzoeksteam graag doen. In de huidige opzet is monitoring van vergelijkbare bedrijven zonder derogatie niet mogelijk.

Aantasting drinkwater

Als de grond- en oppervlaktewaterkwaliteit aangetast wordt, kan ook het drinkwater aangetast worden. Dat betekent onder andere dat drinkwaterbedrijven extra inspanningen moeten verrichten. Daarnaast is er ook het risico dat fosfaten naar het oppervlaktewater gaan en dan kan er eutrofiëring ontstaan: een lap van veel kroos en algengroei op het water. Het leven in een sloot wordt daardoor aangetast.

De uitkomsten van LMM kunnen tot beleidsveranderingen leiden. Eens in de vier jaar wordt de Evaluatie Meststoffenwet uitgevoerd en daarin worden de resultaten gebruikt om beleid te evalueren en om aanbevelingen te geven. Op basis van de evaluatie wordt er een nieuw actieprogramma inclusief verzoek om derogatie gemaakt en dat wordt ter goedkeuring aan Brussel voorgelegd.

Waterkwaliteit voldoet aan de norm

Sinds er in 2006 derogatie aan Nederland is verleend, zijn er 300 bedrijven die meedoen aan het derogatiemeetnet, wat geïntegreerd is in het al bestaande LMM-meetnet (basismeetnet). Hoogeveen:

'We kijken grosso modo naar dezelfde indicatoren als bij het basismeetnet, alleen gaat dit speciaal om bedrijven met derogatie. Het gaat dus nog steeds om het kijken naar hoe er bemest wordt en om de geteelde gewassen.'

Het blijkt dat de waterkwaliteit op bedrijven met derogatie door de jaren heen beter is geworden en gemiddeld genomen de laatste jaren voldoet aan de norm. Het steeds efficiënter gebruiken van stikstofmeststoffen zou daar een verklaring voor kunnen zijn.

'Een voorwaarde voor een bedrijf om derogatie te krijgen is dat 80% van het areaal uit grasland bestaat en daarmee bouw je al een soort borg in voor de waterkwaliteit. De uitspoeling onder een gewas dat ook in de winter de bodem bedekt, is in het algemeen lager.'

Belang van derogatie voor waterkwaliteit in een model

Om de effecten van het derogatiebeleid te kunnen voorspellen, maken de onderzoekers gebruik van de empirische gegevens die uit het meetnet komen voor de ontwikkeling van een model waarmee de effecten bij verschillende scenario’s worden geanalyseerd. Hoogeveen:

'Je hebt nu derogatie maar je weet niet hoe het nutriëntengebruik en -overschot en de waterkwaliteit zich ontwikkeld zouden hebben zonder derogatie op die bedrijven. Een bedrijf dat baat heeft bij derogatie en graag wil meedoen, moet nu aan die voorwaarde van 80% grasland voldoen. Maar het is mogelijk dat het teeltplan er anders uit zou zien als er geen derogatie was, bijvoorbeeld 70% gras en 30% mais.'

Met de modelberekeningen kunnen we ook voor andere verhoudingen aandelen gras/overig het belang van derogatie voor de waterkwaliteit als gevolg van het relatief grote aandeel grasland op die bedrijven monitoren.