Nieuws

Efficiëntere en duurzamere land- en tuinbouw door versterking ondernemerschap

Gepubliceerd op
4 juli 2013

De land- en tuinbouw wordt in zijn geheel responsiever, innovatiever, duurzamer, efficiënter en flexibeler als ondernemerschap op drie niveaus wordt versterkt: in de primaire land- en tuinbouw, bij medewerkers en (coöperatie)bestuurders in het agro-bedrijfsleven, en in de vorm van integraal ketenondernemerschap, dus over de keten heen. Dit blijkt uit onderzoek van LEI Wageningen UR in opdracht van het ministerie van Economische Zaken.

Foto: de Nationale Beeldbank / Leo de Kort

Om ondernemerschap in de primaire land- en tuinbouw te stimuleren, zijn een aantal randvoorwaarden belangrijk. Bundeling van ondernemersinitiatieven, een betere kwaliteit van deze initiatieven en een groter bereik onder boeren en tuinders zijn nodig voor een succesvolle implementatie van een programma Agrarisch Ondernemerschap 2.0. Dit programma zou ontwikkeld kunnen worden door kennisinstellingen als het LEI in nauwe samenwerking met het agro-bedrijfsleven.

De grootste uitdaging van het programma ligt in het bereiken van de agrarisch ondernemers. Net als in andere sectoren is ook in de land- en tuinbouw sprake van grote verschillen tussen personen qua niveau van ondernemerschap. Dit betekent dat het aanbod van het programma moet worden ingestoken op verschillende ambitieniveaus, variërend van basiskwaliteit van agrarische producten tot innovaties in de vorm van nieuwe productiewijzen, producten, diensten, markten en/of nieuwe bedrijfs-, organisatie- of samenwerkingsvormen.

Overige aanbevelingen

Verder beveelt het onderzoek aan competenties en vaardigheden van medewerkers en (coöperatie)bestuurders te blijven ontwikkelen en regelmatig te toetsen. Ook communicatie en samenwerking tussen de ketenschakels is essentieel. Het gaat hierbij dan onder andere over thema’s als consumentenvoorkeuren, marktontwikkelingen en maatschappelijke vraagstukken.