Landbouw in Nederland

Persbericht

Inkomen land- en tuinbouw sterk gedaald na topjaar 2017

Gepubliceerd op
18 december 2018

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf voor de land- en tuinbouwbedrijven in 2018 wordt geraamd op ongeveer 42.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Dat is een daling van bijna 30.000 euro ten opzichte van het historische topjaar 2017. Ook komt het inkomen lager uit dan het meerjarig gemiddeld inkomen van 51.000 euro over de periode 2013-2017.

Alleen de boomkwekerijsector kan rekenen op een inkomensstijging. De hardste klappen vallen op zeugenbedrijven waar het inkomen in 2018 diep in het rood belandt. Door de droge en warme zomer van 2018 zullen de inkomensverschillen tussen individuele ondernemers groter zijn dan normaal.

Varkenshouders worden geconfronteerd met fors lagere prijzen van biggen en vleesvarkens waardoor hun inkomen in het rood belandt. Melkveehouders zien hun inkomen meer dan halveren door een combinatie van hogere kosten van veevoer en lagere zuivelopbrengsten.

Voor akkerbouwers wordt het inkomen in het oogstjaar 2018 gelijk geraamd aan vorig jaar. De droogte en (on)mogelijkheden van beregenen zorgen voor grote regionale verschillen in gewasopbrengsten en inkomens tussen de bedrijven. In de glastuinbouw dalen zowel in de glasgroente- als de sierteelt de inkomens door een sterkere toename van de kosten, met name energie, dan de opbrengsten. Belangrijke uitzondering zijn de telers van komkommers, die door hoge komkommerprijzen een hoger inkomen realiseren.

Ontving het gemiddelde land- en tuinbouwbedrijf in 2017 voor het eerst een marktconforme beloning voor de inzet van eigen arbeid en eigen vermogen, in 2018 daalt de rentabiliteit naar 96 euro opbrengsten per 100 euro kosten. Binnen de land- en tuinbouw zijn er ieder jaar grote inkomensverschillen rondom het gemiddelde, zowel tussen als binnen de verschillende bedrijfstypen.

Veehouderij: hoge voerkosten, lage prijzen

Na een historisch goed 2017 daalt het gemiddelde inkomen van melkveehouders met 34.000 euro tot 30.000 euro. De oorzaak ligt vooral in extra betaalde kosten voor aangekocht veevoer van ruim 20.000 euro als gevolg van de droogte. Ook de zuivelopbrengsten dalen met 1,5%. Weliswaar stijgt de melkproductie per koe met 3%, echter hier staat een daling van de melkprijs (-5,5%) tegenover. Door droogte daalt het inkomen van melkveebedrijven op zandgronden sterker dan van bedrijven in het veenweidegebied en op de kleigronden.

De biologische melkprijs daalde in 2018 met 2% door een groter aanbod. Het inkomen van biologische melkveebedrijven daalt met 25.000 euro tot gemiddeld 20.000 euro. Het inkomen op melkgeitenbedrijven wordt bijna 50% lager geraamd op gemiddeld 40.000 euro door lagere melkprijs en hogere voerkosten vanwege de droogte.

Varkenshouderij in dal cyclus

Na twee goede jaren belandt de varkenshouderij in 2018 in het dal van de varkenscyclus. Het inkomen daalt sterk met 167.000 euro tot -/- 29.000 euro negatief; het laagste niveau sinds 2007. Oorzaken zijn de ongunstige prijsontwikkelingen van biggen (-30%), vleesvarkens (-12%) en voer (+6%) en gestegen mestkosten.

Binnen de sector zijn er ook dit jaar verschillen tussen zeugen- en vleesvarkensbedrijven. De prijs voor biggen ligt 30% lager dan in 2017, Het inkomen op zeugenbedrijven keldert hierdoor naar gemiddeld 86.000 euro negatief. Vleesvarkenshouders zien de prijzen dalen met 12%, door groter aanbod in de EU en moeizamere export naar China als gevolg van toenemende concurrentie vanuit de Verenigde Staten. De lagere prijs voor biggen dempt de inkomensdaling van de vleesvarkenshouders. Het inkomen daalt met ongeveer 45.000 euro en wordt geraamd op 26.000 euro.

Houders van leghennen leveren in

De inkomens van leghennenhouders dalen in 2018 met gemiddeld 37.000 euro naar 93.000 euro. Dit is vooral het gevolg van lagere eierprijzen in het tweede halfjaar door herstel van de productie. Deze was ingezakt door de fipronilaffaire in 2017. Die zorgde ook voor grote inkomensverschillen in 2017 en 2018. Dit jaar zijn ook de kosten gestegen door hogere voerprijzen en een gemiddeld groter aantal leghennen per bedrijf. Het inkomen van vleeskuikenhouders stabiliseert in 2018 op 112.000 euro. De kosten per bedrijf stijgen door duurder voer, hogere energieprijzen en mestafzetkosten. Dit wordt gecompenseerd door een prijsstijging van vleeskuikens met 4%.

Grote regionale verschillen akkerbouw

Voor akkerbouwbedrijven wordt voor oogstjaar 2018 een gemiddeld inkomen per onbetaalde aje geraamd van bijna 40.000 euro, gelijk aan vorig jaar. Door de droge zomer is de productie per ha van de meeste gewassen sterk gedaald, granen uitgezonderd. De lage productie zorgt voor hoge prijzen van uien (+110%) en consumptieaardappelen (+50%) op de vrije markt. De prijs van suikerbieten (-20%) blijft achter ten opzichte van vorig jaar door toename van de wereldvoorraad suiker.

De warme droge zomer zorgt voor grote regionale verschillen en verschillen tussen bedrijven. In het zuidwestelijk kleigebied kon er veelal niet beregend worden, als gevolg van zilt oppervlakte- en grondwater. Hier zal naar verwachting nauwelijks een gemiddeld positief inkomen worden gerealiseerd. In het noordelijk en centraal kleigebied zal het gemiddelde inkomen verbeteren ten opzichte van vorig jaar naar gemiddeld 80.000 euro.

Als gevolg van de lage productie van zetmeelaardappelen en suikerbieten per ha in combinatie met een lage suikerprijs daalt het inkomen op de zetmeel-aardappelbedrijven in de Veenkoloniƫn met twee derde naar 20.000 euro.

Dalende inkomens glastuinbouw

Op glastuinbouwbedrijven daalt het gemiddelde inkomen zowel in de sierteelt als de glasgroentebedrijven doordat de kosten sterker stijgen dan de opbrengsten. Desondanks blijft het inkomensniveau met gemiddeld circa 160.000 euro op een voor de land- en tuinbouw hoog niveau.

De opbrengsten op een gemiddeld glastuinbouwbedrijf stijgen door hogere productprijzen van sierteeltproducten en komkommers, hogere opbrengsten uit verkoop van energie en schaalvergroting. De kosten nemen toe door groei in bedrijfsomvang waarbij de grootste toename te zien is bij de energiekosten door aanzienlijk hogere prijzen van aardgas en elektriciteit.

Inkomens boomkwekers stijgen binnen opengrondstuinbouw

Boomkwekerijbedrijven realiseren als enige bedrijfstype een stijging van het inkomen met 12.000 euro tot 76.000 euro dankzij een voortgezet herstel van de vraag naar en de prijs van boomkwekerijproducten. Op de vollegrondsgroentenbedrijven wordt een lichte inkomensdaling verwacht. De lagere opbrengsten door de droogte worden onvoldoende goed gemaakt door hogere prijzen.

Fruittelers realiseren hoge kilogram-opbrengsten. Echter een groot aanbod in Europa zet de verwachte afzetprijzen onder druk, waardoor in deze sector een forse inkomensdaling verwacht wordt na het topjaar 2017. In de bloembollenteelt dalen de inkomens met 35.000 euro tot 71.000 euro als gevolg van lagere kg-opbrengsten en lagere opbrengstprijzen bij lelie; bij tulp is de prijsvorming juist goed.