Nieuws

Krimp van de veestapel: Medaille met twee kanten

Gepubliceerd op
1 maart 2021

Bijna alle beleidsmaatregelen die de milieu-impact van de agrosector moeten verminderen, leiden tot verkleining van de veestapel. Dat kost geld en banen, maar het economische effect op Nederland is klein. Dat blijkt uit een vergelijkende studie door landbouweconomen Petra Berkhout en Linda de Puister van Wageningen Economic Research. Berkhout: 'Om de milieuproblemen écht op te lossen moeten we niet alleen de productie, maar ook onze consumptie aanpassen.'

Beleidsmaatregelen in de agrosector en hun gevolgen

Bij het tegengaan van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies is de agrarische sector een van de focuspunten van beleid. Zo wil D66 het aantal kippen en varkens halveren en pleiten veel andere partijen in de aanloop naar de verkiezingen ook voor hervorming van de landbouw.

Effect op de economie is klein...

De onderzoekers vergeleken in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) ingrepen zoals een plafond aan stikstof- en fosfaatproductie, ingrijpen in de mestmarkt en technische maatregelen. Zo kan een klimaatneutraal plafond aan de stikstof- en fosfaatproductie leiden tot 12% minder melk- en kalfkoeien, 30% minder fokvarkens, en 35% minder vleesvarkens. Dat kost de sector, die naast de veebedrijven zelf ook toe- en afnemende industrie en dienstverlening omvat, 32.000 banen in een jaar.

De rode draad uit de analyses van gevolgen van krimp voor de toegevoegde waarde en werkgelegenheid is dat de effecten voor de betrokken sector en bedrijven behoorlijk kunnen zijn. Afgezet tegen de toegevoegde waarde van het gehele agrocomplex, zijn de gevolgen echter te overzien en varieert het percentage waarmee de sector krimpt tussen de 1 en 9, melden de onderzoekers. Afgezet tegen de totale toegevoegde waarde van Nederland is het effect nog beperkter, omdat het economisch belang van de agrosector in Nederland relatief klein is.

...maar pas op voor het waterbed-effect

Stel dat het volgende kabinet een flinke klapper wil maken met milieudoelstellingen in de landbouw, dan is krimp van de veestapel slechts één kant van de medaille. Berkhout: "Als beleidsmakers alleen kijken naar de productie in Nederland, krijg je een waterbed-effect. We drukken het aanbod vanuit Nederland omlaag, maar ergens anders komt het zeker omhoog als de vraag niet mee daalt. Dan verschuif je de problemen alleen maar.”

Dus vergeet de consumptie niet

Als we in Nederland minder vleeskoeien gaan houden, maar wel evenveel rundvlees blijven eten, zal in het buitenland het aanbod stijgen. Nederland exporteert ruwweg 75% van de agrarische productie en importeert circa 75% van de voedselconsumptie. Berkhout roept beleidsmakers dan ook op breder te kijken dan productie, en ook consumptie te beïnvloeden met beleid. Dat kan bijvoorbeeld met een belastingheffing op dierlijk eiwit: een vleestaks.

De studie van Berkhout en De Puister is een puzzelstukje in de grote vraag waar het naartoe moet met ons voedselsysteem en wat dat dan betekent. Berkhout beaamt: “Deze studie alleen is niet genoeg om conclusies te trekken over waar het beleid naartoe moet. Er wordt bijvoorbeeld niet gekeken naar ruimtegebruik, terwijl dat een ontzettend belangrijke discussie is wat betreft landbouw, biodiversiteit.”

Deze studie alleen is niet genoeg om conclusies te trekken over waar het beleid naartoe moet. Er wordt bijvoorbeeld niet gekeken naar ruimtegebruik, terwijl dat een ontzettend belangrijke discussie is wat betreft landbouw, biodiversiteit.

De opdrachtgever van deze studie, het Planbureau voor de Leefomgeving, heeft de resultaten van de studie gebruikt om de verkiezingsplannen van de partijen te analyseren. Dus D66 en de andere partijen die in deze richting denken, weten binnenkort precies wat halveren van de veestapel betekent in sociaaleconomisch opzicht.