‘Oranje Boven’ in de vishandel, maar met steeds minder Noordzeevis

Nieuws

‘Oranje Boven’ in de vishandel, maar met steeds minder Noordzeevis

Gepubliceerd op
27 juni 2019

Bezoekers konden er niet omheen; drie dagen lang wapperde de Nederlandse vlag bij vele Nederlandse visbedrijven op de Seafood Expo in Brussel. Geert Hoekstra, Sander van den Burg en Maggie Skirtun, onderzoekers 'visserij en aquacultuur' bij Wageningen Economic Research bezochten de Seafood Expo in Brussel van 7 tot 9 mei. Dat is 's werelds grootste beurs voor handel en verwerking van visproducten. Vervolgens bezochten Hoekstra en Skirtun in Zaragoza een workshop van de FAO over 'Seafood Value Chain Analysis' van 13 tot en met 17 mei.

Er vindt steeds meer substitutie plaats; de markt vervangt Nederlandse vis door vissoorten die niet in onze eigen Noordzee zwemmen.
Geert Hoekstra

De onderzoekers spraken veel visverwerkende- en handelsbedrijven. Ook brachten ze trends en ontwikkelingen in kaart.[1] Hoekstra wijst op belemmeringen voor vissers op de Noordzee: ruimtegebrek door windmolens, selectiever vissen vanwege de aanlandplicht, het verbod op pulsvisserij en de aankomende Brexit. Dat zou tot gevolg kunnen hebben dat de Britse wateren gesloten worden, waar sommige individuele visserijondernemers 80-90% van hun inkomsten verdienen. Uit eerder onderzoek door WUR blijkt dat gemiddeld 35% van de vangsten van Nederlandse kotters uit Britse wateren komt. Voor de grote Nederlandse pelagische trawlers is dit gemiddeld zelfs 60% van de vangsten. Hoekstra:

'Door deze belemmeringen worden we steeds afhankelijker van vis die van buiten Nederland komt, vooral uit andere EU-lidstaten, Noorwegen voor zalm en Azië voor de kweekvis. De geïmporteerde vis wordt in Nederland verwerkt en gaat vervolgens in de verpakking van een Nederlandse verwerker of handelaar de grens over. Er vindt steeds meer substitutie plaats; de markt vervangt Nederlandse vis door vissoorten die niet in onze eigen Noordzee zwemmen.'

Vis als 'onbewerkte grondstof' wordt steeds schaarser constateert Hoekstra. De mondiale vraag naar vis is groter dan het aanbod. Een vishandelaar vertelde Hoekstra dat op dit moment de inkoopkanalen misschien wel belangrijker zijn dan de verkoopkanalen. Door de schaarsere onbewerkte vis is 'sourcing' essentieel. Europa is voor Nederland nog steeds de belangrijkste afzetmarkt, namelijk 81% van de export. Ook ziet Hoekstra dat er de afgelopen jaren een vergaande ketenintegratie is, in toenemende mate door de wereldwijde schaalvergroting onder bedrijven:

'Veel handelsbedrijven met financiële buffers kopen nu andere ketenpartijen op. Zowel visserijbedrijven als verwerkende- en handelsbedrijven. Voorheen had je misschien 300 individuele bedrijven, over tien jaar zijn dat er misschien nog maar 150.'

Tegelijk neemt de wereldwijde consumentenvraag naar vis toe, met name vanwege het kenmerk 'gezond' en de diversiteit die de vele vis-, schaal- en schelpdiersoorten bieden in het Westen. In opkomende economieën en grote visetende continenten zoals Azië groeit de consumptie door de bevolkingsgroei. Volgens de FAO aten we in 1961 gemiddeld 9 kg per persoon, terwijl dit in 2016 al 20,5 kg was. De visconsumptie groeide in die 55 jaar met 3,2% per jaar terwijl de bevolking met 1,6% per jaar groeide. Voor 2030 wordt verwacht dat de visconsumptie verder groeit met 20% ten opzichte van 2016.

Op de Seafood Expo was ook aandacht voor productie en consumptie van zeewier. Wageningen Economic Research verkent in een Seed Money Project de mogelijkheden voor samenwerking tussen Nederlandse en Chinese zeewierbedrijven. Het bezoek aan de Seafood Expo heeft niet alleen nuttige contacten opgeleverd, het bood ook inzicht in de laatste ontwikkeling wat betreft productontwikkeling en duurzaamheid certificering in de globale zeewierketen.

Value Chain Analysis en circulaire economie

Vanaf de visbeurs in Brussel werd de reis vervolgd naar Spanje. De FAO hield in Zaragoza een workshop voor zowel jonge als ervaren onderzoekers over Seafood Value Chain Analysis. Aanleiding is de wens van de Europese Commissie om naar 'zero waste' te gaan. Op dit moment gaat maar liefst een derde van de gevangen vis (in gewicht) verloren. Value Chain Analysis (VCA) is geen nieuwe tool, maar wel zeer geschikt om de hele keten onder de loep te nemen zodat er inzichtelijk gemaakt kan worden waar in de keten verliezen teruggedrongen kunnen worden en wat de gevolgen daarvan zijn voor ondernemers (economische derving) en consument (voedselverspilling). VCA geeft inzicht in de waarde die iedere stakeholder (visser, verwerker, groothandel, retail etc.) meegeeft aan het visproduct. Zo kunnen vissers en producenten analyseren waar zij hun verdienvermogen kunnen verbeteren en hoe ze meer betrokkenheid van de eindconsument bij het product kunnen creëren.

Geert Hoekstra

In groepen werden tijdens de workshop gekeken naar de herkomst van verschillende vissoorten. De groep van Hoekstra en Skirtun, met onderzoekers uit IJsland, Noorwegen, Frankrijk en België, focuste zich op de kabeljauwmarkt in Spanje: de herkomst van de kabeljauw, de prijs aan de voorkant, de marges enzovoort. Gewapend met data van de FAO en Spaanse universiteiten, zoals veiling- en exportprijzen van het land van herkomst, gingen ze naar een supermarkt om die te vergelijken met de prijzen in de winkel.

Wil je je onderscheiden, dan is het belangrijk dat iedere partij in de waardeketen dezelfde boodschap en waarde vertegenwoordigt. Een sterk merk kan je helpen om je dan alsnog te onderscheiden en je unieke verhaal te vertellen.
Geert Hoekstra

Veel winst te behalen door 'branding'

Veel kabeljauw in Spanje komt uit het buitenland, meestal uit Noorwegen en Denemarken, en er valt volgens Hoekstra nog veel winst te behalen door voor 'branding' te zorgen. Het was bijvoorbeeld moeilijk om uit de verpakking af te leiden waar de vis gevangen was. Hoekstra:

'Als een vis verwerkt is tot filet is het voor de consument vaak lastig te zien wat voor vis het is en wat het verhaal achter het product is. Wil je je onderscheiden, dan is het belangrijk dat iedere partij in de waardeketen dezelfde boodschap en waarde vertegenwoordigt. Een sterk merk kan je helpen om je dan alsnog te onderscheiden en je unieke verhaal te vertellen. Branding wordt nog weinig toegepast terwijl er veel competitie is.'

VCA geeft ook inzicht in hoeverre de eindconsument betrokken is bij de herkomst van zijn eten. Hoekstra geeft een voorbeeld:

'Spanjaarden zijn veel meer betrokken bij en gepassioneerd over hun voedsel dan Nederlanders. Met name in de Spaanse horeca viel het op dat er veel lokaal gevangen vis en verse groenten voor culinaire gerechten worden gebruikt.'

Plastic verpakkingen zijn een probleem

De lezing van een professor Seafood Marketing uit Noorwegen die week zette Hoekstra aan het denken over vervangende verpakkingen voor vis- en andere foodproducten:

'We moeten kijken hoe we in de nabije toekomst het gebruik van plastic kunnen terugdringen door alternatieve verpakkingsmaterialen te gebruiken of door het verwerken van vis ter plekke zodat de vis getransporteerd kan worden in zijn eigen natuurlijke verpakking: zijn huid.'

WUR onderscheidt zich door nauwe samenwerking in de 'Dutch Diamond'

In Spanje wordt heel goed bijgehouden wat import- en exportprijzen zijn en om welke hoeveelheden het gaat. Wat opviel tijdens de presentaties van de workshop en feedback van andere deelnemers is dat WUR internationaal heel goed scoort op economische berekeningen. Hoekstra:

'Bij WUR hebben we veel kennis van de vissector door nauwe samenwerking met zowel de overheid als de visserij-, visverwerkende- en -handelsbedrijven. Dit noemen we de gouden driehoek of 'Dutch Diamond'. Die samenwerking is in sommige landen geheel afwezig. Ik denk dat dat ons wel onderscheidt van andere instituten op het gebied van seafood.'


[1] Momenteel wordt het onderzoek afgerond.