Retrofitting van de Bijlmerbajes

Nieuws

Retrofitting van de Bijlmerbajes

Gepubliceerd op
23 mei 2018

Om de aansluiting te maken op een duurzame, circulaire toekomst kiezen Europese steden zoals Amsterdam voor een benadering die vooral gericht is op aanpassingen aan bestaande steden. 'Retrofitting' is het duurzamer maken van een bestaande stad door bijvoorbeeld oude huizen beter te isoleren en zonnecellen op de daken plaatsen. Innovatieve ideeën, verbindingen leggen, openstaan voor andere disciplines en het op het juiste moment 'inpluggen' voor een optimale, duurzame gebiedstransformatie.

Ontwikkel een toekomstvisie voor voormalig Bijlmerbajescomplex

De gemeente Amsterdam heeft via een tender partijen uitgenodigd een toekomstvisie te ontwikkelen om van het voormalige Bijlmerbajescomplex een stadswijk te maken. Duurzaamheid was bij de selectie van het winnende plan een belangrijk punt: bijvoorbeeld minimaal energieverbruik, eigen energieopwekking in de wijk, milieuvriendelijke afvalverwerking, hergebruik van sloopmateriaal en het gebruik van duurzame bouwmaterialen met de mogelijkheid van hergebruik op lange termijn (circulair bouwen). De gemeente heeft uiteindelijk gekozen voor de visie van het consortium onder leiding van gebieds- en vastgoedontwikkelaar AM, onderdeel van Koninklijke BAM Groep. Er komen in totaal 1.350 woningen. Vijf gevangenistorens worden gesloopt, één wordt getransformeerd tot 'groene toren' met een verticaal park en stadslandbouw. En bij deze laatste transformatie komt de expertise van Jan-Willem van der Schans, werkzaam voor Wageningen Economic Research en expert op het gebied van stadslandbouw, goed van pas.

De samenwerking tussen een van de grootste Nederlandse projectontwikkelaars AM en WUR gaat meer dan tien jaar terug en komt nu tot volle ontplooiing in de vergevorderde plannen voor 'verticale landbouw' en 'circulariteit' in de voormalige Bijlmerbajes. WUR heeft veel kennis, maar hoe zet je die op precies het juiste moment in? Van der Schans is voor dit project de verbindende schakel tussen zijn collega's bij WUR en de architecten, vormgevers en projectontwikkelaars.

Het is een uitdaging om precies op het juiste moment en op de juiste plek de WUR-kennis te pluggen.
Jan-Willem van der Schans

WUR heeft weliswaar diepgaande kennis over circulariteit, maar projectontwikkelaars als AM hebben deadlines en moeten verder. Het is belangrijk om goed te luisteren naar de behoeften van je klant om snel te kunnen schakelen. Zo bedacht AM een paar dagen voor de deadline van de tender dat er meer aandacht voor groen in het voorstel moest en werd Van der Schans benaderd om met zijn kennis over urban farming bij te dragen aan een film voor de tender. Mede dankzij de betrokkenheid van de WUR is de tender toegewezen aan het AM-consortium. De financiers van het project staan erop dat de groene ambities stand houden, ook bij de uitvoering.

De groene toren

Het eerste onderdeel van de opdracht gaat over een 'groene toren'. Van der Schans legt uit dat de torens van de Bijlmerbajes niet geschikt zijn om in te wonen. Daarvoor zijn ze toentertijd te licht uitgevoerd. Een architect kwam op het idee één toren te laten staan omdat het 'cultureel erfgoed' van deze plek voor de gemeente Amsterdam belangrijk is. Vervolgens vroegen ze zich af wat ze met die toren gingen doen. Vertical farming is een optie, en de WUR werd gevraagd om mee te denken. Van der Schans verbind AM aan bedrijven die daadwerkelijk kunnen helpen bouwen en exploiteren, zoals een coalitie van mkb dat verticaal groenten teelt, en een exploitant van een restaurant.

Daarnaast is er ook het 'horizontaal groen gedeelte': de tuinen en plantsoenen op het maaiveld. Als je door de wijk loopt, zie je verschillende microklimaten in de groene bebouwing. Sommige plekken staan in de zon, andere in de schaduw. Sommige plekken hebben te weinig water, andere te veel. Van der Schans stelde voor de verschillende disciplines van de WUR in te zetten om deze microklimaten zo optimaal mogelijk te benutten: 'Hoe zet je die verschillende microklimaten het beste in om water te bufferen, om groente of noten en zaden te telen, en struiken te planten om de gezondheidsuitstraling van de wijk te vergroten?'

Niet alle ideeën worden met gejuich ontvangen. AM wil samen met WUR zorgen dat die buitenruimte veel gedifferentieerde vegetatie heeft. Dat levert een rijke, biodiverse buitenruimte op. Maar hoe zit het met het beheer van die buitenruimte? De gemeente Amsterdam is bang dat bewoners na verloop van tijd geen zin meer hebben om zo'n complexe buitenruimte te onderhouden en dan kost het de gemeentelijke plantsoenendiensten relatief veel geld. Maar er zijn ook tussenoplossingen. Denk bijvoorbeeld aan het beheer van zo'n openbare ruimte overlaten aan een vereniging van eigenaren. Een vve stelt bijvoorbeeld één keer per jaar vast met welke hovenier ze in zee gaan om het grove buitenwerk te doen en ze stellen een rooster op voor de bewoners in de wijk. Er zijn genoeg voorbeelden van zulke constructies waarbij de eigenaren zelf voor het onderhoud zorgen. Dus ook dat is de rol van WUR in zo'n project: adviseren en met alternatieven komen.

Circulaire stadslandbouw

'Circulariteit' is ook een onderdeel van de opdracht. Van der Schans ziet hier een rol voor Wageningen Environmental Technology. Daar is men immers onder leiding van Huub Rijnaarts bezig met het terugwinnen van nutriënten en fosfaten uit rioolwater. Hoe zorg je dat de stadslandbouw van nutriënten voorzien wordt? Het gaat om het weer terugbrengen van 'de circulariteit van de nutriëntenstroom'. Van der Schans heeft aan deze onderzoeksgroep gevraagd bij welke grootte in een Nederlandse situatie het sluiten van de kringlopen rendabel is: 'De vraag is vooral of het terugwinnen op het niveau van de wijk kan plaatsvinden of op stadsniveau. De schaal van het Bijlmerbajeskwartier is misschien precies groot genoeg om een circulair terugwinningssysteem van nutriënten te introduceren.'

Die circulariteit wordt ook en vooral ingevuld door het hergebruiken van bouwmaterialen van de gesloopte torens. Deuren van de gevangenis worden bijvoorbeeld gebruikt om loopbruggen te bouwen op verschillende hoogtes om zo de verschillende plekken met elkaar te verbinden. Voor een bouwbedrijf is dat vooral wat er met circulariteit wordt bedoeld, het hergebruiken van bouwmaterialen.

Voor WUR betekent circulariteit vooral hergebruik van water, energie en nutriënten, want dat is ons ding. De kracht zit in het combineren van de verschillende uitgangspunten.
Jan-Willem van der Schans

Aan de komst van een vertical farm in de nu nog kale toren van de Bijlmerbajes zitten een aantal voorwaarden. Enerzijds bouwtechnische condities, anderzijds kun je vanuit de agronomie stellen dat sommige opties efficiënter zijn dan andere. Een volledig voor daglicht gesloten kas in die toren is waarschijnlijk voor Nederland niet het meest efficiënt. Het is hier waarschijnlijk effectiever om gebruik te maken van zonlicht en een kas op het dak. Naast agronomische overwegingen spelen ook technische overwegingen met betrekking tot het bestemmingsplan. De groene toren is nu bestemd als openbaar toegankelijk verticaal park, en het is de vraag hoe deze bestemming zich verhoudt tot efficiënte voedselproductie in gesloten ruimten. Er zijn dus gemeentelijk regels die bepaalde consequenties hebben voor de keuzes die worden gemaakt in het bouwtraject. Er komt dus heel veel bij kijken en dat maakt het volgens Van der Schans ook interessant.

Twee trajecten worden één

Naast het adviestraject is de Bijlmerbajes nu ook de locatie voor de Student Challenge in het kader van het honderdjarig bestaan van Wageningen UR. Het project in Amsterdam voldoet precies aan de wensen voor de 'Ultimate Urban Greenhouse'-uitdaging.

Sommige studenten komen met ideeën als het houden van krekels in de toren en het beginnen van een insectenfarm. Enerzijds is het voor partners als AM belangrijk te realiseren dat innovatie kan ontstaan uit ideeën die in eerste instantie 'gek' of vergezocht lijken, anderzijds is het voor de studenten belangrijk te weten dat het om een echt gebouw gaat in een wijk waar echt gewoond wordt en waar aandacht is voor duurzaamheid. Voor de studenten is dat een complexe opgave.

We hopen dat ze met verrassende oplossingen komen, maar willen ook dat ze rekening houden met duurzaamheidsregels, de doelgroep van jonge gezinnen met kinderen en economie.
Jan-Willem van der Schans

Sociale aspecten van het project

De projectontwikkelaar had kunnen kiezen voor het op een klassieke manier 'schoonvegen' van het terrein om er voor gezinnen met kinderen een hoogwaardige woonomgeving te creëren. Maar AM koos voor een andere aanpak. In de voormalige directiewoningen van het 'bajesdorp' zitten bijvoorbeeld al jaren krakers. AM heeft de verschillende partijen uitgenodigd om tijdens de transitie gewoon te blijven, maar ook gevraagd wat hun visie is op de nieuwe wijk en of ze daar een nieuwe plek willen krijgen. De krakers hebben een moestuintje, om maar iets te noemen. In het consortium zit ook een sociale woningbouwcoöperatie, dus de huidige bewoners kunnen in principe terugkeren mét behoud van die gemeenschappelijke tuin, maar dan bijvoorbeeld op een andere plek. Het risico bestaat dat in de uitvoeringsfase zal blijken dat niet alle groene ideeën gerealiseerd kunnen worden. Mogelijke kritiek hierop legt Van der Schans nuchter naast zich neer:

'Het is gewoon een metropolitan solution. We hebben het AMS instituut (Amsterdam Metropolitan Solutions) in Amsterdam, we werken samen met de MIT en de TU Delft aan leefbare steden van de toekomst. Dit is gewoon een casus, een laboratorium! De WUR kan hier een grote positieve bijdrage aan leveren, en het zou niet zinnig zijn om aan de kant te blijven staan.'