Parameters Grondwaterdynamiek

De Gd-kaarten die recentelijk volgens de nieuwe methode gemaakt zijn geven in tegenstelling tot de oorspronkelijke Gt-informatie van de bodemkaart een continue indeling van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), gemiddelde voorjaars grondwaterstand (GVG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG), waar vroeger alleen Gt-klassen werden gekarteerd. Ook de ruimtelijke weergave is veranderd van kaartvlakken in de oorspronkelijke bodem en Gt-kaart naar raster cellen van 25*25 meter in de nieuwe Gd-kaarten. Naast een continu verloop van GHG, GVG en GLG, samen GXG genoemd, worden ook de voorspelfouten van de GXG op kaart weergegeven.

De dynamiek van het grondwater wordt op kaart weergegeven door de volgende set van parameters:

  • GHG: voor de gemiddeld hoogste grondwaterstand worden jaarlijks de 3 hoogste grondwaterstanden gemiddeld over de periode van 1 april tot en met 31 maart (hydrolisch jaar), het gemiddelde van deze jaarlijkse waarden over een periode van tenminste 8 jaar, waarin geen ingrepen hebben plaatsgevonden, wordt gebruikt als GHG.
  • GLG: voor de gemiddeld laagste grondwaterstand worden jaarlijks de 3 laagste grondwaterstanden gemiddeld over de periode van 1 april tot en met 31 maart (hydrolisch jaar), het gemiddelde van deze jaarlijkse waarden over een periode van tenminste 8 jaar, waarin geen ingrepen hebben plaatsgevonden, wordt gebruikt als GLG
  • GVG: Voor de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand worden jaarlijks de grondwaterstanden van 14 maart, 28 maart en 14 april gemiddeld, het gemiddelde van deze jaarlijkse waarden over een periode van tenminste 8 jaar, waarin geen ingrepen hebben plaatsgevonden, wordt gebruikt als GVG
  • Gt: voor de grondwatertrap worden de GHG en GLG in klassen ingedeeld. Typische combinaties van deze klassen vormen dan de Gt.
    Voor meer informatie over de Gt indeling is te vinden in F.de Vries, W.J.M. de Groot, T.Hoogland en J. Denneboom, 2003. De Bodemkaart van Nederland digitaal: Toelichting bij inhoud, actualiteit en methodiek en korte beschrijving van additionele informatie. Wageningen, Alterra-rapport 811.
  • Regimecurve: deze geeft aan wat de verwachte grondwaterstand is op een dag in een willekeurig (toekomstig) jaar. Uit 30 jarige meetreeksen (of gemodelleerde reeksen) kan voor elke dag in het jaar een set grondwaterstanden worden gehaald. Voor deze set kan de statistische verwachting en ook de spreiding in die verwachting worden berekent en in kaart gebracht.
  • Duurlijn: deze geeft aan over welke totale tijdsduur binnen een jaar een bepaalde grondwaterstand wordt overschreden. Uit 30 jarige meetreeksen (of gemodelleerde reeksen) kan worden geteld hoeveel dagen een bepaalde grondwaterstand voorkomt, de verdelingsfunctie. Met behulp deze functie kan voor elk punt op een kaart op basis van de GHG, GVG en GLG de duurlijn worden berekend.