Jonge bastaardsatijnrupsen maken een leerachtig nest waarin ze overwinteren. Foto: Jan Samanek

Bastaardsatijnrups belaagt strandgasten

Een waarnemer schreef: “Ik ben met Pinksteren op Schiermonnikoog geweest en daar verbaasde ik mij over de vele rupsjes die op het strand en op de stuifdijk liepen. Ik heb er verder geen aandacht aan besteed, maar de volgende dag kreeg ik een allergische aanval met vreselijke jeuk en rode blaasjes over mijn hele lichaam alsof ik de mazelen had. Ik had geen idee waardoor het kwam, tot ik op de radio hoorde van problemen met de bastaardsatijnrupsen”.

Maar er kwamen meldingen uit eigenlijk alle kustgebieden – van de Zeeuwse wateren tot de Waddeneilanden. De gemeente Den Haag vaardigde begin juni een waarschuwing uit en sprak van een plaag in het Haagse en Scheveningse duingebied. Vooral op de kalkrijke stukken grond langs het strand, waar veel duindoorn groeit, werd de rups aangetroffen. Er waren zoveel rupsen dat de duindoorn helemaal was ontbladerd. Door honger gedreven gingen de rupsen op zoek naar alternatieve voedselbronnen waarbij ze honderden meters aflegden - zo kwamen ze op het strand. Mensen die de rupsen van hun handdoek wilden weghalen kregen meteen bulten aan hun handen. Er hoeft niet altijd direct contact te zijn met de rups om klachten te krijgen, want waar ze over het zand kropen, hebben ze niet zichtbare irriterende haartjes achtergelaten.

Bij extreem hoge dichtheden treedt voedselgebrek op waardoor de rupsen gaan zwerven, op het strand terechtkomen en overlast veroorzaken. Foto: M.H. Trenning

Een paar weken later was de overlast grotendeels voorbij omdat de rupsen gingen verpoppen. In de duinen zitten ze vooral in duindoorn, op andere plaatsen veel in meidoorn, cotoneaster en eik. De rupsen maken leerachtige nesten in de twijgen waarin ze overwinteren. In vroeger jaren werden de nesten in de winterperiode vaak weggeknipt en verbrand. De bastaardsatijnrups is altijd een bewoner geweest van de kuststroken, maar in de jaren zeventig vormde het insect een enorme plaag in eiken in Noord-Brabant en Limburg. Hele eikenlanen zijn toen door een vliegtuig met insecticide bespoten. Een voorlichtingsfolder in 1977 uitgegeven door Staatsbosbeheer is te zien in de linkerkolom onder “Plagen uit de oude doos”. In latere jaren zou de eikenprocessierups het stokje overnemen. Uit analyse van de Alterra-database is gebleken dat klimaatverandering de oorzaak is voor het verdwijnen van de plagen uit het binnenland. De overwinterende rupsen lijken gevoelig voor de zachter en vochtiger worden winters waardoor ze zijn teruggedrongen tot de drogere kuststroken.