De effectiviteit van verjaging van schadelijke diersoorten

Nieuws

De effectiviteit van verjaging van schadelijke diersoorten

Gepubliceerd op
26 juli 2018

In opdracht van BIJ12 is door Wageningen Environmental Research een overzicht gemaakt van het onderzoek naar de effectiviteit van middelen voor de verjaging van schadelijke diersoorten. Er is veel onderzoek gedaan naar de toepassing van wildverjagende middelen voor het voorkomen en bestrijden van de faunaschade. Van de ‘top-tien’ van meest schadelijke soorten in Nederland zijn de meest succesvolle middelen van wildverjaging en schadereductie op een rij gezet.

Het rapport geeft een compleet en actueel beeld van de wetenschappelijke inzichten voor de aanpak van de faunaschade. De inzichten kunnen de praktijk helpen bij de opstelling en uitvoering van faunabeheerplannen en agrariërs bij het voorkomen en bestrijden van faunaschade.

Leidraad voor beoordeling onderzoek

Het rapport van Ralph Buij, Dennis Lammertsma en Dick Melman bevat ook een methodiek voor de beoordeling van de opzet en rapportages van effectiviteitstudies. Ook doet het rapport voorstellen voor het doen van nieuw onderzoek. De leidraad voor de beoordeling is te zien als een ‘gouden standaard’ om naar veldresultaten van onderzoek te kijken en de resultaten te benutten voor het opzetten van nieuwe studies. De beoordelingsmethodiek voegt kwaliteit toe aan het onderzoekmodel van BIJ12 en helpt deze in de beoordeling. De leidraad is niet statisch. De verwachting is dat de leidraad door het gebruik aan de hand van nieuwe inzichten in het onderzoek en de beoordeling als een lerend protocol steeds verder wordt ontwikkeld.

Achtergrond

Sinds de introductie van de huidige regeling tegemoetkoming faunaschade aan landbouwgewassen of bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren is veel onderzoek gedaan naar de toepassing van wildverjagende middelen voor het voorkomen en bestrijden van de faunaschade. Uit die onderzoeken is, afgezien van fysiek-werende middelen zoals rasters, tot nog toe niet één verjagingsmiddel naar voren gekomen dat, zonder gewenning van de dieren, kon zorgen voor een effectieve en structurele vermindering van de schade.

De toepassing van de uitkomsten van al deze onderzoeken in de praktijk maakt daarentegen wel steeds duidelijker dat alleen met een in tijd, tijdsduur en plaats afwisselende inzet een optimaal resultaat kan worden bereikt. Met voor sommige soorten eventueel in combinatie met ondersteunend afschot. Ook is duidelijk dat voor de preventie of vermindering van de faunaschade geen generiek recept valt uit te schrijven maar vaak om maatwerk op bedrijfsniveau vraagt, en - vanwege het risico op gewenning - ook veel discipline en continuïteit in de uitvoering.

Daarom is er vanuit de landbouw, als belang met de grootste schade, en bij betrokken Faunabeheereenheden en provincies behoefte aan een dekkend en actueel inzicht in de effectiviteit van wildverjagende middelen. Het nu gepubliceerde rapport is een meer uitgewerkt vervolg op de in 2016 door BIJ12 uitgebrachte rapportage “Effectiviteit wildschadepreventie”, opgesteld door Alterra, de voorganger van Wageningen Environmental Research. Daarin werden wetenschappelijke criteria voor de beoordeling van wildverjagingstechnieken opgesteld en getoetst aan een selectie van de wetenschappelijke literatuur.

Klik hier voor ‘Overzicht onderzoek schadesoorten in Nederland en leidraad beoordeling onderzoek wildschade’