Nieuws

Meetmethode voor effecten van methaan van belang voor klimaatbeleid

Gepubliceerd op
14 januari 2022

Hoe goed werkt het stimuleren van beperkte vleesconsumptie om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen in vergelijking met CO2-beprijzing wanneer de effectiviteit van mitigatiebeleid wordt afgemeten aan het gedrag van methaan op korte of lange termijn? Een internationaal team van wetenschappers heeft onderzocht welke invloed de focus op de opwarmingseffecten van methaan op korte of lange termijn kan hebben op het effect van beleidsmaatregelen om klimaatverandering te beperken en van voedingstransities in de landbouw.

In tegenstelling tot andere belangrijke broeikasgassen, en dan met name koolstofdioxide (CO₂), heeft methaan (CH₄) een korte levensduur in de atmosfeer (ongeveer 10 jaar). Het opwarmende effect ervan is aanzienlijk op korte termijn, maar neemt af op lange termijn. Afhankelijk van de tijdschaal die in aanmerking wordt genomen, kan de bijdrage van methaan aan de landbouwemissies en klimaatverandering flink variëren. Dit heeft belangrijke gevolgen voor het ontwikkelen van landbouwbeleid om wereldwijde klimaatverandering te beperken.

Op basis van prognoses uit drie agro-economische modellen toont het onderzoek, dat onlangs is gepubliceerd in het tijdschrift Nature Food, aan hoe verschillende waarderingen van methaan, vanuit een korte- of lange termijnfocus, van invloed kunnen zijn op hoe rendabel mitigatiebeleid is en in hoeverre een beperkte vleesconsumptie voordeel heeft. Het MAGNET-model van Wageningen Research, waarin de hele wereldeconomie wordt meegenomen, is een van deze modellen.

Emissiemaatstaven beïnvloeden de keuze van beleidsmaatregelen om klimaatverandering te beperken

Gewoonlijk wordt het klimaateffect van een bepaalde sector geëvalueerd aan de hand van jaarlijkse broeikasgasemissies, meestal aan de hand van het aardopwarmingsvermogen (global warming potential) over een periode van 100 jaar, de GWP100. Daarmee wordt een schatting gegeven van de verandering in de atmosferische energiebalans als gevolg van een bepaald type broeikasgasemissie. Aangezien broeikasgasemissies worden gerapporteerd als CO₂-equivalenten, kan met de GWP100 echter niet worden weergegeven hoe de relatieve effecten van verschillende gassen in de loop van de tijd veranderen.

‘Het kortdurende karakter van methaanemissies is in de meeste beoordelingen van emissiereducties die nodig zijn vanuit de landbouwsector om de klimaatdoelstellingen te bereiken nog niet meegenomen’, legt co-auteur Hans van Meijl, wetenschappelijk coördinator bij Wageningen Economic Research, uit. ‘De specifieke kenmerken van methaan – en daarmee doelen we op een aanzienlijk opwarmingseffect en het daarmee samenhangende mitigatiepotentieel op korte termijn en de “klimaatneutraliteit” van een stabiel emissieniveau op lange termijn – verdienen een aparte benadering in klimaatmitigatiebeleid. Dit wordt ook erkend in de Global Methane Pledge van de VS en de EU die wordt ondersteund door meer dan 100 landen, waarin de landen zich erop toeleggen om in 2030 met name de wereldwijde methaanemissies met ten minste 30 procent te verminderen ten opzichte van het niveau uit 2020. In dit onderzoek hebben we bekeken hoe verschillende waarderingen van methaan van invloed zijn op de rangorde van het mitigatiebeleid in de landbouw en, als gevolg daarvan, op de bijdrage van de sector aan de opwarming van de aarde.’

Mitigatiebeleid gericht op kortetermijneffecten van methaan leidt tot grotere emissiereducties

Uit de bevindingen blijkt dat mitigatiebeleid dat is gericht op de korte termijneffecten van methaan tot grotere emissiereducties leidt. De auteurs wijzen erop dat specifieke aandacht voor de korte termijn effecten van methaan tot grotere emissiereducties leidt dan beleid waarbij geen rekening wordt gehouden met de kortstondige levensduur van methaan. Dergelijk streng mitigatiebeleid kan er zelfs toe leiden dat de bijdrage van methaan aan klimaatverandering tot onder het huidige niveau daalt (aangezien het opwarmende effect van methaan verdwijnt). In dat opzicht heeft een vermindering van de methaanuitstoot hetzelfde algehele effect als CO₂-opname of technologieën voor koolstofvastlegging en -opslag.

De bijdrage van methaanemissies uit de landbouw aan de totale temperatuurstijging daalt tot onder het huidige niveau bij een streng mitigatiebeleid (CP500: CO2 prijs van 500 US Dollar, LT: lange termijn, ST: korte termijn. CAPRI, GLOBIOM & MAGNET zijn de gebruikte modellen)
De bijdrage van methaanemissies uit de landbouw aan de totale temperatuurstijging daalt tot onder het huidige niveau bij een streng mitigatiebeleid (CP500: CO2 prijs van 500 US Dollar, LT: lange termijn, ST: korte termijn. CAPRI, GLOBIOM & MAGNET zijn de gebruikte modellen)

In een bijbehorend News and Views-artikel over dit onderzoek benadrukt Jan Peter Lesschen van Wageningen Environmental Research: ‘Hoewel dit probleem wordt onderkend in het zesde IPCC-evaluatierapport, beveelt het IPCC niet het gebruik van één specifieke emissiestandaard aan. De keuze hangt namelijk af van de doeleinden waarvoor de broeikasgassen worden vergeleken. De keuze voor een bepaalde standaard is dus grotendeels een politieke beslissing, aangezien deze afhangt van de vraag welke aspecten van klimaatverandering voor een bepaalde toepassing of stakeholder over een bepaalde tijdshorizon het belangrijkst worden geacht. Het gebruik van de GWP*-standaard, waarbij de levensduur van methaan op korte termijn beter wordt weergegeven, zou op wereldwijd niveau gunstig zijn om het effect van methaan op de mondiale temperatuur beter te weerspiegelen en om mitigatiestrategieën uit te stippelen. Het is echter nog niet direct geschikt voor rapportagedoeleinden op nationaal of productniveau. De studie van Hans van Meijl en collega’s kunnen deze discussie voeden door de gevolgen van verschillende meetmethoden en beleidsmaatregelen te laten zien.’

Beperkte vleesconsumptie is effectiever bij een soepeler landbouwemissiereductiebeleid

De auteurs benadrukken dat het effect van voedingspatronen met weinig dierlijke eiwitten als mitigatieoptie sterk afhangt van de context. Als mitigatiebeleid is gebaseerd op meetmethoden die het gedrag van methaan op lange termijn weerspiegelen (wat leidt tot een lagere relatieve waardering), wordt de methaanemissie minder verlaagd door technische maatregelen. Beperkte vleesconsumptie komt dan naar voren als een effectievere optie om de uitstoot te verminderen. Als het beleid minder streng is, kan een vermindering van de vleesconsumptie en daarmee van de vleesproductie in ontwikkelde economieën dus een bijzonder krachtig mitigatiemechanisme worden.

Een combinatie van innovatieve beleidsmaatregelen aan de productiezijde wereldwijd en veranderingen in het voedingspatroon in landen met een hoge calorieconsumptie per hoofd van de bevolking zou de meest substantiële emissiereductie opleveren. Hiermee zou de bijdrage van de landbouw aan de opwarming van de aarde aanzienlijk kunnen worden omgebogen.