Soil navigator: een tool om optimaal gebruik te maken van de bodem in Europa

Longread

Soil navigator: een tool om de bodem optimaal te gebruiken

7 minuten

De bodem is een belangrijk deel van de oplossing voor zowel het tegen gaan van klimaatveranderingen, het voeden van 10 miljard mensen in 2050, als voor het behoud en herstel van biodiversiteit. Een groot deel van de bodem is eigendom van boeren, waardoor de druk van het oplossen van deze vraagstukken bij hen ligt. In het LANDMARK-project hebben Wageningse wetenschappers met 21 partners uit 14 Europese landen met financiering van de Europese Unie gewerkt aan een ‘soil navigator’ voor boeren, een beoordelingstool voor beleidsmakers en een beleidsraamwerk voor Brussel.

De nieuwe LANDMARK-tool Soil Navigator gaat over de maatschappelijke functies van de agrarische bodem en hoe die beter kunnen worden vervuld. In welke mate draagt het bij aan de optimalisatie van het boerenbedrijf en vanaf welk punt is het enkel een oplossing voor onze maatschappelijke vraagstukken? Zomaar afschuiven op de boeren is geen optie.

Soil navigator helpt boeren met de vraag ‘Hoe kan ik mijn land managen om aan alle verwachtingen te kunnen voldoen?’.

Stukje gereedschap

Het LANDMARK-project brengt voor alle lidstaten van de Unie in kaart welke eisen de samenleving aan de bodem stelt, in hoeverre de verschillende soorten bodem daaraan kunnen voldoen en hoe lang de weg nog is voordat ze dat ook doen. Beleidsmakers in Brussel kunnen daardoor zien in welke mate, verspreid over de gehele Unie, hun doelen worden benaderd en waar dat niet het geval is. Beleidsmakers in de lidstaten en regio’s krijgen inzicht in de terreinen waarop ze voor- of achter lopen. Nederland komt in die vergelijking naar voren als het land waar met afstand het grootste verschil bestaat tussen de gemiddelde situatie in Europa wat betreft de realisatie van de gewenste functies en de werkelijkheid. ‘Dat betekent dus niet dat onze landbeheerders niet goed bezig zijn geweest, integendeel’, zegt prof. Rachel Creamer. Zij is hoogleraar Bodembiologie aan Wageningen University & Research. ‘Het betekent alleen dat de afstand tussen wat vanuit de samenleving wordt gevraagd en de werkelijkheid het grootst is en dat er dus nog een lange weg te gaan is als we streven naar een optimaal gebruik van de bodem voor de duurzaamheidsdoeleinden van de samenleving.

Voor de boeren levert het project een mooi stukje gereedschap op waarmee ze kunnen beoordelen welke maatregelen welk effect opleveren aan de verschillende fronten waar de strijd voor een goede bodem wordt geleverd. ‘Goed te combineren met instrumenten als de Kringloopwijzer in Nederland,’ zeggen de onderzoekers.

Functies in plaats van dreigingen

Aan de basis van het onderzoek liggen de verschillende functies die de bodem voor de samenleving heeft, en de vraag van de samenleving naar die functies. Die aandacht voor functies was nieuw in dit project. Eerder was in Europees onderzoek de focus gericht geweest op de dreigingen waarmee de bodem te maken zou krijgen, maar die aanpak was vastgelopen in discussies en verzet. Vooral boeren hadden weinig trek om te worden betrokken bij het bestrijden van dreigingen die ze zelf niet ervoeren. De bodem is van ons, zeiden ze; wij beschermen die al.

Nu het over functies gaat, bleek het beter mogelijk om een compleet en evenwichtig beeld te krijgen, waarbij van meet af aan duidelijk is dat het voor een belangrijk deel de samenleving als geheel is, die er belang bij heeft. ‘Slechts een deel van de vraag naar die functies komt van landgebruikers,’ legt onderzoekleider prof. Rogier Schulte uit. Hij is hoogleraar Farming Systems Ecology aan Wageningen University & Research en projectleider binnen LANDMARK. ‘De rest komt van de maatschappij en het is belangrijk om dat onderscheid te maken. Boeren willen bijvoorbeeld graag organische stof in hun bodem hebben, maar tot een bepaalde hoeveelheid. Alles wat er meer gebeurt uit oogpunt van koolstofopslag voor het klimaat, is bedoeld om in een behoefte van de samenleving te voorzien - niet in die van de boer.’ Koolstof vastleggen is een van de functies die de bodem heeft voor de samenleving. Welke zijn de andere?

Soil navigator

Vijf functies

Creamer: ‘De bodem van een agrarisch landschap heeft voor de samenleving vijf functies. Vrijwel alle gronden hebben alle vijf die functies, maar sommige bodems zijn beter in de ene functie dan in de andere’. De bodem is in staat tot het ‘leveren’ van:

  • Primaire productie: het voortbrengen van ‘stuff’, zoals Schulte het noemt. Dat kan voedsel zijn, veevoer, brandstof of vezel. In het Engels zijn dat allemaal ff-en: food, feed, fuel and fibre, en dat komt goed uit want dan past de vijfde categorie, waarover in Nederland nog wel eens wordt gediscussieerd, flowers, er ook bij;
  • Reguleren en zuiveren van water: zorgen voor genoeg schoon water;
  • Vastleggen van koolstof met het oog op de klimaatdoelen;
  • Biodiversiteit, zowel in de bodem zelf als in de gewassen die erop groeien;
  • Hergebruik van voedingsstoffen, bijvoorbeeld van het cruciale element fosfor (P).

Inzicht in vraag

Tussen de functies zijn er verschillen in schaalniveau. Schulte: ‘Schoon water heb je overal nodig. Je kan niet zeggen: doe in dit gebied maar wat minder schoon water, want daar doen we al zoveel aan biodiversiteit. Maar met dat laatste, biodiversiteit, kan dat wel en bijvoorbeeld ook met het vastleggen van koolstof. Daar kan je aan trade-offs tussen gebieden en functies denken. Op sommige typen gronden kàn je trouwens niets extra’s doen aan het vastleggen van koolstof. Natuurgebieden - daar màg je zelfs geen organische stof op brengen.

Soil navigator biedt een duidelijk handvat voor de nationale regeringen bij het uitstippelen van beleid om dichter bij de duurzaamheidsdoelen te komen.

Leidraad voor prioriteiten

Voor de maatschappelijke vraag werd eerst het web aan Europese regels voor elke functie ontward en in kaart gebracht. ‘Dat zijn er heel veel,’ verzekert Schulte. Zo ontstond voor elk land en elke regio een beeld van wat de samenleving vraagt op het gebied van de vijf functies. Het gaat hierbij dus niet om toekomstige of gewenste regels, maar alleen om regels en normen die al bestaan. Juist die veelheid aan regels en eisen maakt het moeilijk om overzicht te krijgen over de mate waarin een land of regio aan de maatschappelijke vragen voldoet. Daarom werden per functie indicatoren gekozen die er representatief voor zijn èn in datavorm beschikbaar over de gehele Unie. Voor het recirculeren van grondstoffen werd bijvoorbeeld de hoeveelheid grond genomen die nodig is om fosfor in dierlijke mest terug te brengen op het land zonder opeenhoping in de grond te veroorzaken.

Het vaststellen van zo’n indicator maakt het vervolgens mogelijk om de afstand te bepalen tussen realiteit en vastgesteld Europees beleidsdoel. Dat levert een gevarieerd beeld op van de afstand tussen maatschappelijke wens en realiteit, per functie per regio (figuur 1). ‘Niet om schuldigen aan te wijzen maar om als leidraad te dienen voor regeringen en besturen om te zien waar ze hun prioriteiten zouden kunnen leggen,’ aldus de onderzoekers. Die uitspraak moeten we in het bijzonder betrekken op een interessante vergelijking tussen lidstaten, die het onderzoek ook opleverde (zie figuur 2). Er blijken flinke verschillen te bestaan in de maatschappelijke vraag op het gebied van de vijf bodemfuncties. Figuur 2 geeft daar een overzicht van, dat laat zien op welke van de vijf functies landen een grotere vraag kennen dan het EU-gemiddelde en op welke een kleinere: een duidelijk handvat voor de nationale regeringen bij het uitstippelen van beleid om dichter bij de duurzaamheidsdoelen te komen.

Figuur 1: Maatschappelijke vraag en afstand tot beleidsdoel per functie per regio
Figuur 1: Maatschappelijke vraag en afstand tot beleidsdoel per functie per regio
Figuur 2: Relatieve vraag naar bodemfuncties
Figuur 2: Relatieve vraag naar bodemfuncties

Een glossary als spin-off

Om de hoofdvraag te beantwoorden moest uiteraard ook in beeld worden gebracht welke middelen boeren en land managers hebben om aan de maatschappelijke wens te voldoen. Dat gebeurde met behulp van tweeëndertig stakeholder workshops in evenzovele EU-lidstaten, bestaande uit mensen uit de industrie, land- en tuinbouw, bosbouw, politiek, wetenschap en andere sectoren. Daarin moest eerst overeenstemming worden bereikt over de gehanteerde begrippen: op zichzelf al een omvangrijke taak, die echter zeer de moeite waard was om heldere resultaten te verkrijgen. Er kwam een complete begrippenlijst of glossary uit tevoorschijn die nu al door andere partijen in wetenschap en beleid wordt gebruikt.

‘Als wij het in Nederland over het vastleggen van koolstof hebben, dan hebben we het over organisch materiaal, maar in Frankrijk gebruiken boeren het woord humus,’ legt Creamer uit. De deelname was geanimeerd en hier bleek nog eens extra dat de beoogde tools in een behoefte zouden voorzien. Grondbeheerders drongen aan op gereedschap om hun beslissingen te kunnen funderen, beleidsmakers zaten te wachten op mogelijkheden om de toestand in hun land of regio op het gebied van de bodem te volgen en beoordelen, en binnen de sturende organen van de Europese Unie was behoefte aan een policy framework om inhoud te geven aan het verhoogde ambitieniveau van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

Het belang van de bodem voor duurzame agrarische productie wordt de laatste jaren steeds meer onderkend. Dat blijkt ook uit en veelheid aan maatregelen en beleidsvoornemens vanuit de Europese Unie. Momenteel legt de EU de laatste hand aan het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2021-2027. In dat nieuwe GLB worden de ambities op het gebied van duurzame productie verder opgeschroefd, terwijl de lidstaten meer ruimte krijgen om die ambities op hun eigen manier te realiseren.

Met behulp van de informatie uit de workshops konden voor elke functie zogenaamde DEX-modellen worden aangelegd, omvangrijke beslisbomen die plaats bieden aan alle varianten van factoren die in het management van de grond een rol spelen. Aan de hand van die modellen kunnen voor bepaalde grondsoorten en in bepaalde landen en situaties maatregelen worden gevonden die aan een optimale vervulling van de vijf functies bijdragen.

soil navigator landmark2020

Bruikbaar voor ecoschema’s

Blijft natuurlijk de vraag over hoe het zo ver moet komen dat landgebruikers ook daadwerkelijk de vereiste stappen gaan nemen. Daarin zal beleid een belangrijke rol moeten spelen, denken Creamer en Schulte. Je moet onderscheid maken tussen functional objectives en societal objectives. ‘Daar willen we graag duidelijkheid over. Bij de eerste van die twee gaat het om doelen waarvan het nut voor het bedrijf van de boer duidelijk is. De tweede, de societal objectives, dat is het stuk waar wij als samenleving aan de boeren vragen om ons probleem op te lossen - een probleem dat we grotendeels ook zelf hebben veroorzaakt met onze fabrieken, auto’s, verwarming en noem maar op.’ Voor dat stukje is het dus heel belangrijk dat de overheid prikkels instelt die het voor de landgebruikers aantrekkelijker maken om de vereiste stappen te nemen.

Daarvoor maken modellen de complexiteit inzichtelijk voor het ontwerpen van het policy framework. ‘Vooral voor de invulling van de ecoschema’s, een belangrijk deel van het nieuwe GLB, zijn die heel behulpzaam,’ zegt Schulte. Ecoschema’s zijn pakketten van maatregelen gericht op milieu- en klimaatdoelen, waaraan boeren kunnen deelnemen en waarvoor ze een vergoeding krijgen in het kader van het nieuwe GLB. Ze moeten per land worden vastgesteld, gericht op bepaalde soorten bedrijven die er dan vrijwillig op kunnen intekenen. ‘Dat onderscheid naar land en type bedrijf zit ook in het policy framework dat ons project oplevert, dus dat past daar precies op.’

Belangstelling voor Navigator

Het gereedschap waarmee boeren op hun bedrijf aan de gang kunnen heet Soil Navigator. Het helpt boeren met de vraag ‘Hoe kan ik mijn land managen om aan alle verwachtingen te kunnen voldoen?’. Sommige gegevens zitten er al in, andere moet de landgebruiker er zelf aan toevoegen. Ook zijn ambitieniveau op het gebied van de vijf functies stopt hij erin. De navigator geeft dan bijvoorbeeld aanwijzingen op gebieden als akkerrandenbeheer, nutriëntenmanagement, bemesting en kalkgift. Hij is dus bedoeld voor individueel gebruik op het bedrijf maar, melden de onderzoekers enthousiast, onder regionale en nationale beleidsmakers is er al grote belangstelling voor. ‘Ook zij kunnen de Navigator gebruiken om beter inzicht te krijgen in de positie van de bodem in hun gebied ten opzichte van de vijf functies.’