Van plant tot product op Dutch Design Week

Nieuws

Van plant tot product op Dutch Design Week

Gepubliceerd op
17 oktober 2019

Veel alledaagse producten zullen in de toekomst uit plantaardige grondstoffen gemaakt zijn. Tijdens de Dutch Design Week 2019 laat Wageningen University & Research het publiek kennismaken met de producten van morgen. Bioplastics uit maïs, bijvoorbeeld, of biobeton uit miscanthus.

Wageningen University & Research geeft bezoekers van 19 tot en met 27 oktober een inkijkje in de vele mogelijkheden om hoogwaardige producten uit planten te maken. En wie zijn kennis van de bio-economie wil toetsen, krijgt in het Innovation Powerhouse een test voorgeschoteld.  Naar verwachting trekt Dutch Design Week dit jaar meer dan 350.000 bezoekers.

Burger betrekken bij bio-economie

De tentoonstelling is een onderdeel van het EU Horizon2020-project BLOOM. Wageningen University & Research is een van de partners is dit project, dat de Europese burger dichter bij de bio-economie wil betrekken. Harriëtte Bos en Remco Kranendonk zijn de Wageningse trekkers de ‘Dutch hub’, een van de vijf hubs waaraan in BLOOM wordt gewerkt. “De Europese Unie heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in technische kennis en innovatie”, aldus Kranendonk. “Het publiek weet alleen nog weinig van de mogelijkheden van de bio-economie, terwijl hun betrokkenheid heel belangrijk is om deze verder van de grond te krijgen.”

Van lespakket tot regionale cocreatie

BLOOM volgt twee sporen. Eén: Europese docenten opleiden om binnen hun vakgebied lespakketten over de bio-economie te ontwikkelen. Kranendonk: “De jongeren die nu worden opgeleid, zijn straks in de bio-economie keihard nodig. Via het onderwijs willen wij hen interesseren voor een carrière in deze richting. Vanuit de onderwijsinstellingen is er veel interesse om de bio-economy onderdeel van het curriculum te maken.”

De jongeren die nu worden opgeleid, zijn straks in de bio-economie keihard nodig. Via het onderwijs willen wij hen interesseren voor een carrière in deze richting.

Het tweede spoor loopt via is via regionale ontwikkeling. Harriëtte Bos heeft leiding aan Noord4Bio, de naam van de Nederlandse hub binnen BLOOM. “We hebben allereerst de bestaande infrastructuur in kaart gebracht: welke biomassa is er, in welke fabrieken kan deze worden verwerkt en welke chemische faciliteiten zijn inzetbaar voor de productie van chemische bouwstenen uit biomassa? We zitten nu in de fase dat we in cocreatiesessies met ondernemers, overheid, onderwijs én burgers kijken welke activiteiten in de regio passen en hoe we de bestaande faciliteiten verstandig kunnen inzetten. Denk aan tapijtgarens die Akzo in Emmen nu nog uit synthetische bouwstenen maakt, maar straks uit plantaardige vezels.”

Als mensen zien hoe bedrijven in hun omgeving zich onderscheiden met het maken van producten uit planten, krijgen zij een beter beeld van de bio-economie.

De volgende stap is: kansrijke economische activiteiten verder ontwikkelen in de regio. Kranendonk: “Als mensen zien hoe bedrijven in hun omgeving zich onderscheiden met het maken van producten uit planten, krijgen zij een beter beeld van de bio-economie. Er ontstaat dan ook meer begrip voor de noodzaak om fossiele grondstoffen te vervangen door bouwstenen uit planten.”