Nieuws

Zonnige lente kwam niet door lockdown, wel zonrecords verbroken in 2020

Gepubliceerd op
15 februari 2021

De lente van 2020 was uitzonderlijk zonnig. De link met een schonere lucht als gevolg van de COVID-19 lockdown werd al snel gemaakt. Onterecht, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Het zonnige lenteweer werd vooral veroorzaakt door droogte en weinig bewolking. Dat het lenteweer uniek was staat wel vast: sinds 1928 is er nog nooit zoveel zonnestraling gemeten.

De lente van vorig jaar brak op verschillende plekken in Europa het recordaantal zonuren. Op het weerstation in Wageningen werd de meeste zonnestraling gemeten in bijna 100 jaar: een unieke meetreeks van 206 W/m2 gemiddeld, 13% meer dan het vorige record uit 2011. Ook in Groot-Brittannië, Duitsland en België zijn zonrecords verbroken.

Invloed zeer beperkt

Dat het zonnige lenteweer tegelijk viel met de opkomende COVID-19 pandemie, deed vermoeden dat dit veroorzaakt werd door een schonere lucht. Veel landen waren van eind maart tot en met mei in (gedeeltelijke) lockdown, waardoor er minder verkeer en industriële activiteit was. Dit leidde tot een afname in de uitstoot van NOx, SO2 en CO2 van tientallen procenten. Volgens onderzoekers van Wageningen University & Research, KNMI, PMOD en de Universiteit van Keulen, had de schonere lucht echter weinig invloed op het zonnige weer. De recordhoeveelheid zonnestraling werd vooral verklaard door de ligging van hoge- en lagedrukgebieden die ideaal was voor wolkeloos weer.

Minder aerosolen, blauwere lucht

De afname in luchtvervuiling zorgde wel voor blauwere luchten, berichtte KNMI eerder al. “Dit kwam door de droge lucht, maar ook omdat er minder aerosolen en vliegtuigstrepen in de lucht waren,” legt meteoroloog Chiel van Heerwaarden van WUR uit. “Aerosolen zijn kleine zwevende deeltjes in de lucht die onder andere uitgestoten worden bij verbrandingsprocessen, bijvoorbeeld in het verkeer. Bij luchtvervuiling zijn er veel aerosolen in de lucht waar zonnestraling op afketst. Dit zorgt voor extra diffuus licht en dus een minder blauwe hemel. Ook vliegtuigstrepen verstrooien het licht. We zien dat er tijdens de lockdown minder diffuus (38% van de totale hoeveelheid zonlicht) en meer direct zonlicht (62%) was. In eerdere zonnige lentes was deze verhouding dicht bij de 50%. Minder menselijke activiteit zorgde dus voor minder aerosolen, een schonere lucht en een blauwere hemel.”

Dalende trend

In Europa is al langer een dalende trend in het aantal aerosolen. Over de afgelopen tientallen jaren neemt de luchtkwaliteit toe, waardoor de condities voor zonlicht veel gunstiger zijn dan vroeger. “Om in te kunnen schatten wat we in de toekomst kunnen verwachten qua stralingsrecords, is het vooral van groot belang om te begrijpen hoe het weer in de lente, en de daarbij behorende hoeveelheid wolken, gaan veranderen ten gevolge van klimaatverandering,” aldus Van Heerwaarden.

De publicatie is hier te downloaden.