Spreeuwensterfte Den Haag waarschijnlijk door natuurlijke vergiftiging

Nieuws

Spreeuwensterfte Den Haag waarschijnlijk door natuurlijke vergiftiging

Gepubliceerd op
21 december 2018

Eind oktober en begin november 2018 zijn in Den Haag enkele honderden spreeuwen dood gevonden. De vogels werden op meerdere avonden levenloos aangetroffen rondom het Huijgenspark, waar de dieren overnachten. De spreeuwen zijn waarschijnlijk gestorven door een natuurlijke vergiftiging van de taxusplant.

Test op virussen en vergiftigingen

Na de vondst werden enkele dieren voor onderzoek naar Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) in Lelystad gestuurd om virussen als vogelgriep, Westnijlvirus en usutuvirus uit te sluiten. Daarna zijn meer vogels onderzocht op onnatuurlijke vergiftigingen. In een brede screening naar landbouwbestrijdingsmiddelen en muizen- en rattengif werden geen aanwijzingen aangetroffen voor een mogelijk opzettelijke vergiftiging. Daarnaast is naar natuurlijke gifstoffen gekeken, zoals het gif van de gewone taxus (Taxus baccata).

Gifstoffen Taxus gevonden

WBVR heeft samen met het RIKILT gifstoffen van Taxus baccata gevonden in de organen van de onderzochte spreeuwen. In combinatie met het kunnen uitsluiten van andere doodsoorzaken, lijkt dit nu de meest waarschijnlijke doodsoorzaak.

Extra analyse volgt

Om er helemaal zeker van te zijn dat een natuurlijke vergiftiging met taxusgif inderdaad de oorzaak is van de spreeuwensterfte, wordt nog een extra analyse uitgevoerd. De uitslag daarvan wordt pas begin januari verwacht.

Normaal gesproken eten vogels de besjes van de Taxus baccata. In het vruchtvlees van deze besjes zitten geen gifstoffen. De gifstoffen zitten wel in de pitten van de besjes, maar deze worden normaliter ongeschonden uitgescheiden door de vogels. Dit in tegenstelling tot zoogdieren, die de pitten wel afbreken in het maagdarmstelsel en daar een vergiftiging van oplopen. Dit geldt ook voor mensen. Daarnaast zitten er gifstoffen in de naalden en het hout van de taxus. Vogels zijn wel degelijk gevoelig voor het gif, maar komen daar normaal niet mee in aanraking. Hoe de spreeuwen het gif hebben binnen gekregen is door het onderzoek vooralsnog niet komen vast te staan.