Nieuws

Toolkit helpt Europese regio’s op weg naar bio-economie

Gepubliceerd op
1 april 2021

Hoe kunnen regio’s reststromen uit de agro- en foodindustrie succesvol omzetten in voedsel, veevoer, chemicaliën, materialen of energie? Sinds kort is er een uitgebreide toolkit waarmee regio’s stap-voor-stap een regionale strategie voor de ontwikkeling van de bio-economie kunnen opzetten. De toolkit is ontwikkeld in het EU-project POWER4BIO, waarin Wageningen University & Research samenwerkt met vier andere Europese kennisinstellingen.

De Bioeconomy Strategy Accelerator Toolkit biedt regionale beleidsmakers 30 downloadbare documenten waarmee zij in vier stappen een strategie kunnen opzetten. De methode is gebaseerd op strategieën die 10 Europese regio’s als onderdeel van POWER4BIO hebben ontwikkeld. Volgens Martien van den Oever, projectleider van Wageningen Food & Biobased Research, begint strategieontwikkeling met het analyseren van de potentie die al regionaal aanwezig is: “Welke grondstoffen zijn bijvoorbeeld al beschikbaar, welke industrie is er en hoe zit het met de infrastructuur? Vervolgens heb je een netwerk met alle belanghebbenden die een rol kunnen spelen in de bio-economie. De volgende stap is om samen met stakeholders een visie op de regionale bio-economie te ontwikkelen. In de laatste stap ontwikkel je de regionale strategie, inclusief een routekaart om die strategie te implementeren. De toolkit ondersteunt regio’s in alle vier de stappen.”

Catalogus

Een onderdeel van de toolkit is een door Wageningse onderzoekers ontwikkelde catalogus met 35 ideeën om reststromen uit de agrofoodindustrie om te zetten in voedsel, veevoer, chemicaliën, materialen en energie. “Deze voorbeelden dienen als inspiratie voor beleidsmakers om in hun eigen regio op zoek te gaan naar kansen”, legt Van den Oever uit. “Van alle voorbeelden is ten minste op pilotniveau aangetoond dat ze succesvol zijn.”  

Vertaalslag naar technologie

De tookit geeft regio’s houvast bij het ontwikkelen van een strategie voor de regionale bio-economie. Daarna is het aan de regio’s om de vertaalslag te maken naar concrete waardeketens om regionale grondstoffen middels technologieën om te zetten in hoogwaardige toepassingen. Van den Oever: “Uiteindelijk gaat het erom dat je weet hoe je reststromen moet omzetten zodat de volgende schakel in de keten er wat mee kan. En dat is precies waar wij veel verstand van hebben. Wij helpen regio’s daar dan ook graag bij.”