Precision Livestock Farming

Nieuws

Kunstmestgift na maaien van grasland kan een week uitgesteld worden

Gepubliceerd op
17 mei 2013

De bemesting van grasland met stikstofkunstmest kan gemiddeld tot een week na maaien uitgesteld worden zonder negatieve gevolgen voor de opbrengst. Dat blijkt uit veldonderzoek van Wageningen UR Livestock Research en het Louis Bolk Instituut, gefinancierd door Productschap Zuivel. Uitstel van bemesting geeft meer flexibiliteit in de bedrijfsvoering en zou de beworteling kunnen stimuleren. Dat laatste werd in het onderzoek echter niet aangetoond.

Uit veldonderzoek in 2011 bleek dat gemiddeld uitstel van de bemesting met kunstmest tot zes dagen na maaien geen duidelijk effect had op drogestofopbrengst en stikstofopbrengst (≈ eiwitopbrengst) van grasland. Bij uitstel tot 12 dagen nam de drogestofopbrengst duidelijk af, terwijl de eiwitopbrengst op peil bleef. Bij uitstel met 12 dagen in plaats van 0 dagen nam de jaaropbrengst in 2011 af van 11,1 tot 10,5 ton ds/ha. In tweejarig onderzoek in Engeland (Sheldrick et al., 1994) had uitstel tot 10 dagen geen negatief effect op de opbrengst en stikstofopname. Dit werd mogelijk veroorzaakt door de gemiddeld langere groeiduur van de sneden in dat onderzoek (meer tijd om te compenseren). De hoofdconclusie op basis van de uitgevoerde veldproef is dat Nederlandse melkveehouders de bemesting van grasland na maaien gemiddeld met een week uit kunnen stellen, zonder dat dit negatieve gevolgen heeft voor drogestof- en eiwitopbrengst. In het onderzoek werd geen bewijs gevonden voor de veronderstelling dat een langer uitstel van de bemesting leidt tot een intensievere of diepere beworteling.

Een interessante waarneming uit het onderzoek is het effect van zware regenval direct na bemesting op de opbrengst en stikstofbenutting. Zware regenval (29 mm) op de tweede dag van de groei van de vijfde snede verlaagde de stikstofopname van die snede met 10 kg N/ha, grofweg een kwart van de toegediende kunstmest. Dit verlies trad alleen op als de kunstmest meteen na oogst van de vierde snede werd toegediend, maar niet als de bemesting drie dagen werd uitgesteld. Deze waarneming benadrukt het belang van maatregelen die het risico op stikstofuitspoeling verlagen, en zo de grasopbrengst en stikstofbenutting kunnen verhogen. Een maatregel is om bij een weervoorspelling van veel neerslag in korte tijd (b.v. kans op onweer in de zomer) de bemesting uit te stellen. Bij aanhoudende droogte is het beter om pas kunstmest te geven als er neerslag gevallen is, omdat er op dat moment meestal nog voldoende stikstof in de bodem aanwezig is voor start van de hergroei.

In de veldproef werd onderzocht of uitstel van de stikstofbemesting op grasland onder praktische omstandigheden de beworteling kan stimuleren, en daardoor de kunstmestbenutting kan verhogen. Daarvoor werd de stikstofbemesting na grasoogst (alleen maaien) uitgesteld met 0, 3, 6, 9 of 12 dagen. De behandelingen werden zes keer herhaald op zes verschillende percelen met blijvend grasland op droogtegevoelige zandgrond in Noord-Brabant. Het grasland werd zes keer bemest en geoogst. De jaargift N was 320 kg N/ha met KAS, met een N-gift per snede van 80, 60, 60, 50, 40 en 30 kg N/ha voor respectievelijk de 1e t/m de 6e snede. Het onderzoek werd gefinancierd door het Productschap Zuivel .

Downloaden rapport

Rapport 649 ‘Uitstel van N-bemesting na grasoogst: effecten op opbrengst, N-opname en wortelmassa’ kunt u gratis downloaden. Het betreft een engelstalig rapport met een nederlandstalige samenvatting.