mestscheiding in melkveestallen

Project

Mestscheiding in melkveestallen

Dit project ambieert het verminderen van broeikasgasemissies en ammoniakemissie in bestaande stallen door snellere (primaire) scheiding van feces en urine en afvoer. Door de apart opgevangen fracties op te waarderen en praktische oplossingen aan te bieden draagt het bij aan een verdere verduurzaming van de melkveesector. Hierbij wordt rekening gehouden met welzijn, gezondheid en economie.

Er worden data en kennis van bestaande en vernieuwende systemen in Nederland en het buitenland verzameld. Bij de data verzameling op praktijkbedrijven wordt ook gebruik gemaakt van data, die in het kader van het LNV Klimaatenvelop programma zijn verkregen. De meest kansrijke nieuwe stalaanpassingen en bijbehorende mestketen qua vloer-, mestverwijdering / reinigingstechniek, opslagmethode en aanwendingstechniek worden geïdentificeerd in het eerste jaar (fase 1).

Drie fasen

Met LNV is afgesproken om op basis van de uitkomsten van het eerste jaar te besluiten over een eventueel vervolg en op welke wijze (go/no go). Aan het einde van het 1e jaar vindt een evaluatie plaats qua emissies, dierenwelzijn en economisch perspectief. Afhankelijk van deze afwegingen wordt besloten of kan worden doorgegaan met testen en monitoren in samenwerking met het bedrijfsleven (stallenbouwers en -inrichters). Bij doorgaan worden in fase 2 testresultaten verzameld over samenstelling van verschillende mestfracties, emissies, scheidingsrendementen, welzijn, economie en de opwaarderingsopties voor de dikke en dunne fracties. In fase 3 worden deze resultaten verwerkt in een nog te ontwikkelen bedrijfsmodel. Dit bedrijfsmodel geeft inzicht in welke factoren de grootste effecten hebben op economie en milieu in bedrijfsverband, met oog voor zowel sterk grondgebonden melkveebedrijven als ook bedrijven met een mestoverschot.

Toepassing resultaten

De kennis wordt via verschillende media, websites, (wetenschappelijke) artikelen en rapporten breed verspreid met een toelichting hoe in te passen in verschillende bedrijfssituaties. De focus ligt op toepassing in bestaande stallen om een grote reductiedoelstelling te realiseren, namelijk een reductie op de lange termijn (2050) van 1,8 Mton CO2 equivalenten door reductie van methaan en lachgas via mestmaatregelen en een reductie van 5 kton ammoniak door stal- en opslag maatregelen.

Achtergrondinformatie