Ongerief Nederlandse vleeskuikens sinds 2011 verminderd

Nieuws

Ongerief Nederlandse vleeskuikens sinds 2011 verminderd

Gepubliceerd op
20 augustus 2018

Het Vleeskuikenbesluit en de ontwikkeling van diverse marktconcepten hebben een gunstige invloed gehad op de aanwezigheid van ongerief bij vleeskuikens. Dat concluderen onderzoekers van Wageningen Livestock Research in een sectoranalyse van de Nederlandse vleeskuikenhouderij. Vooral de incidentie van het aantal voetzoolaandoeningen is in de periode van 2011 tot 2018 ruim gehalveerd. Dit zijn de eerste bevindingen van een brede sectoranalyse uitgevoerd in opdracht van Stichting Wakker Dier.

30% omgeschakeld naar 'nieuwe' kip

De Nederlandse vleeskuikenhouderij omvat ca 48 miljoen dierplaatsen op ca 625 bedrijven. Intussen is ruim 30% van de vleeskuikensector overgeschakeld naar systemen waarin pluimveevlees geproduceerd wordt met een ander type dier, op wat minder intensieve wijze en met verbeterde houderijomstandigheden. Dit betreft vooral supermarktketen-specifieke invullingen van het ‘Kip van Morgen’-convenant (2013), maar ook ‘Beter Leven’-initiatieven en biologisch vallen onder deze omschrijving. Desondanks zijn de eisen in het Vleeskuikenbesluit (aanvullend op de EU-richtlijn) en bij de supermarktconcepten onvoldoende om frustraties door te hoge bezetting te voorkomen. Wel is de incidentie van poot- en gezondheidsproblemen bij de minder intensieve systemen minder dan bij het reguliere systeem. Problemen met het bewegingsapparaat vormen nog steeds één van de belangrijkste welzijnsproblemen bij reguliere vleeskuikens.

Beter welzijn voor 250 miljoen kippen

Door het Vleeskuikenbesluit en autonome ontwikkelingen is de levenskwaliteit van circa 250 miljoen reguliere kuikens per jaar verbeterd. Het meest in het oog springend zijn de belangrijke vermindering van pootproblemen, onder andere door verbetering van de strooiselkwaliteit. Door de grootschalige introductie en uitgroei van de diverse marktconcepten naast de reguliere sector ervaren bovendien jaarlijks naar schatting ruim 100 miljoen dieren een aantoonbaar betere kwaliteit van leven door het minder optreden van huisvestings- en genetica gerelateerd ongerief.

Rapport

Eerste deelrapportage