Vismigratie

Vissen maken gebruik van verschillende typen leefgebieden om hun levenscyclus te voltooien. Een gezonde visstand ontstaat als niet alleen de leefgebieden van de vissen goed zijn, maar ook de uitwisseling tussen belangrijke leefgebieden goed is. Elk jaar monitort Wageningen Marine Research op verschillende momenten de vismigratie in de Nederlandse wateren. Met onze kennis van visgedrag kunnen wij adviseren welke aanpassingen aan sluizen, stuwen en waterkrachtcentrales het meest effectief zijn om de vismigratie te bevorderen.

  • Brasem zenderen vismigratie


Barrières voor vissen

Migratie tussen leefgebieden is van wezenlijk belang voor vrijwel alle soorten vis, van zalm tot brasem en van aal tot snoekbaars. Vissen worden in hun migratie vaak belemmerd door de aanwezigheid van onnatuurlijke hindernissen zoals stuwen en gemalen in de watersystemen. Veel van deze kunstwerken zijn namelijk niet of moeilijk passeerbaar voor vis. Voor vis kunnen hierdoor meerdere problemen ontstaan:

  • Het afsluiten van migratieroutes, waardoor de benodigde (deel)leefgebieden niet meer kunnen worden bereikt
  • Het beschadigen en doden van vissen door gemalen
  • Het compartimenteren (versnippering) van leefgebieden, waardoor gebieden voor vispopulaties te klein in omvang zijn geworden
  • Onvoldoende uitwisseling tussen vispopulaties, waardoor de vitaliteit van de vispopulatie wordt aangetast.

Aandacht voor vrije vismigratie

Vismigratie staat onder de aandacht van water-, natuur en visstandbeheer. Binnen verschillende wet- en regelgevingen, waaronder de  Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), Natura 2000 en het Europese Aalplan wordt aandacht gevraagd voor de vrije migratie van vis. Op steeds meer plaatsen worden vismigratievoorzieningen gebouwd, van vistrappen in beken en rivieren tot een vismigratierivier in de Afsluitdijk.

Ons aanbod

Downloads

Showcase

Stel uw vragen over vismigratie aan onze expert: