Impact van visserij op biodiversiteit en het ecosysteem

Impact van visserij op biodiversiteit en het ecosysteem

Op zee spelen vele belangen. Enerzijds profiteren we als maatschappij van menselijke activiteiten op zee. Vissers voorzien ons van voedsel, windmolenexploitanten leveren duurzame energie en de scheepvaart transporteert producten over de hele wereld. Al deze activiteiten hebben effecten op de natuur op zee. Dit vraagt om verantwoord beheer dat recht doet aan de verschillende maatschappelijke belangen.

Wageningen Marine Research voedt beheervraagstukken met resultaten uit wetenschappelijk onderzoek. We hanteren daarbij een ecosysteembenadering en onderzoeken hoe de verschillende bouwstenen van het systeem op elkaar reageren. Met onze onderzoeken dragen we bij aan de vorming van Europees en nationaal beleid. Denk aan het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid, het beleid rond Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Marien.

Effecten van gebiedssluiting op het gehele ecosysteem

Een voorbeeld van een ecosysteembenadering is ons onderzoek naar de effecten van visserij in beschermde gebieden (VIBEG). Het natuurbeleid is sterk gericht op bescherming van biodiversiteit en bodemleven. Nederland heeft daarom besloten een aantal delen van de Nederlandse Noordzee (gedeeltelijk) af te sluiten voor sommige vormen van visserij. Wij onderzoeken wat de netto-effecten voor het gehele ecosysteem zijn en hoe deze zich verhouden tot de doelstellingen van het natuurbeleid en de vangsten in de visserij. Een ander voorbeeld zijn verschillende onderzoeken naar de effecten van schelpdierenproductie op de biodiversiteit en het ecosysteem.

Lees ook

Effecten van windmolenparken op zee

Dankzij Europees visserijbeheer staan veel vissoorten in de Noordzee er vergeleken met twintig jaar geleden goed voor. Dit leidt bijvoorbeeld tot meer voedselconcurrentie tussen vissen. In het project PANDORA onderzoeken we de effecten hiervan op het totale ecosysteem. Verder gaat de bouw van windmolenparken gepaard met veel lawaai onder water. We onderzoeken de invloed hiervan op het gedrag van vissoorten zoals kabeljauw, maar ook op het gedrag van bruinvissen en zeehonden.

Lees meer

Dit biedt Wageningen Marine Research

  • Koppeling van VMS-gegevens met kennis over kwetsbare gebieden en biodiversiteit
  • Grootschalige kennis van de risico's van windparken op zee op het mariene ecosysteem en de visserij
  • Kennis over cumulatieve effecten van menselijke activiteiten op zee

Onderzoek in de praktijk

Showcase: Hoe beïnvloeden kweekmosselen het voedselweb en de draagkracht in de Oosterschelde en Waddenzee?

Fytoplankton is de basis van het voedselweb. Deze kleine microalgen vormen in de Oosterschelde en de Waddenzee voedsel voor kweekmosselen. Maar ook andere schelpdieren begrazen deze voedselbron. Wageningen Marine Research bekijkt hoeveel druk de mosselkweek uitoefent op het ecosysteem.

Als de draagkracht van het ecosysteem overschreden wordt, zal de mossel onvoldoende groeien.
Henrice Jansen, onderzoeker bij Wageningen Marine Research

Volop in transitie

“De mosselsector is zich er zeer bewust van dat er gekweekt wordt in natuurlijke ecosystemen en dat zij belang hebben een duurzaam en goed functioneren van deze systemen”, vertelt Henrice Jansen, onderzoeker van Wageningen Marine Research. De mosselsector is volgens haar volop in transitie. Een voorbeeld is de wijze waarop het uitgangsmateriaal voor de kweek wordt verzameld: waar het mosselzaad van oudsher volledig van de bodem gevist werd, wordt het tegenwoordig ook op touwen gevangen die in het water hangen.

Druk op voedselsysteem

Op dit moment onderzoekt Wageningen Marine Research de druk van kweekmosselen op het voedselsysteem in Oosterschelde en Waddenzee. Ze legt uit waarom: “Kweekmosselen eten microalgen, maar ook andere schelpdieren zoals oesters en kokkels doen dat. We kijken enerzijds naar het voedsel dat vanaf de Noordzee wordt aangevoerd en tellen daar de interne productie bij op: de microalgen die onder invloed van stikstof en zonlicht groeien in de Waddenzee en Oosterschelde zelf. Vervolgens gooien we alle schelpdieren als het ware op één hoop en kijken we naar hoeveel die samen eten. En tenslotte proberen we vast te stellen welk deel wordt gegeten door kweekmosselen en welke druk zij dus uitoefenen.”

Vinger aan de pols

Jansen en haar collega’s kijken daarbij naar trends in variabelen als het gewicht van het mosselvlees, de hoeveelheid voedsel en de groei van fytoplankton. “Dit soort variabelen zeggen iets over hoe het ecosysteem functioneert. Hiermee houden we de vinger aan de pols. Dat is belangrijk voor de natuur en het voedselweb, maar ook voor de sector. Want als de draagkracht van het ecosysteem overschreden wordt, zal de mossel onvoldoende groeien.”

In ander onderzoek kijkt Wageningen Marine Research bijvoorbeeld naar de gevolgen van de  nieuwe mosselkweekmethode op de biodiversiteit: leidt minder bodemberoering ertoe dat er meer soorten op de bodem voorkomen?

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan


Showcase: Beter inzicht in kansen herstel bodemleven

Waar liggen de beste kansen voor het herstel van bodemleven in zee? Dit is in het kort de vraag waarop de werkgroep FBIT van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) zich in een driejarig traject richt. Tobias van Kooten, ecoloog van Wageningen Marine Research, is een van de voorzitters van deze werkgroep.

Met dit project krijgen we inzicht in hoeverre minder visserij daadwerkelijk leidt tot bodemherstel.
Tobias van Kooten, onderzoeker bij Wageningen Marine Research

“Onze opdracht borduurt inhoudelijk voort op het EU-project Benthis, dat in 2017 is afgesloten”, legt Van Kooten uit. “In Benthis is een methode ontwikkeld om de toestand van de zeebodem als gevolg van bevissing te beoordelen. Op basis van kennis en aannames kun je daarmee inschatten in hoeverre de zeebodem op een specifieke plek afwijkt van hoe die zonder bevissing zou zijn. FBIT wil deze methode verder ontwikkelen en toepassen. Zo is een aantal aspecten van menselijke verstoring, zoals zandwinning en zandsuppletie, nog niet meegenomen in de methode.”

Assessments op locatie

Het jaar dat de werkgroep draait, is aan de verdere ontwikkeling van de methode besteed. Deze wordt in het vervolg van het project toegepast om op specifieke locaties assessments te doen, zoals de Noordzee, Oostzee, de Barentszee, de Middellandse Zee, de Golf van Biskaje, de Keltische Zee en de Ierse Zee. Het onderzoek maakt het volgens Tobias van Kooten mogelijk, beter in te schatten waar de beste kansen voor natuurherstel en natuurbescherming liggen: “Zonder kennis van de zeebodem zeg je al snel: waar veel gevist wordt, ligt de grootste kans op herstel. Het is maar de vraag of dit zo is, omdat het mede afhangt van de samenstelling van de bodem en wat daardoor het effect van de visserij is. Met dit project krijgen we inzicht in hoeverre minder visserij daadwerkelijk leidt tot bodemherstel.”  

Het is de bedoeling dat alle EU-lidstaten de methode straks gaan toepassen in hun Exclusieve Economische Zone (EEZ), het gebied dat zich buiten de kust van een lidstaat uitstrekt.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan