Uitdagingen voor de visser

Uitdagingen voor de visser

De Nederlandse visserijsector staat voor grote uitdagingen. Door de komst van windmolenparken en de uitbreiding van natuurgebieden op de Noordzee blijft er minder ruimte over om te vissen. Dit geldt nog veel sterker als de Brexit doorgaat. Tegelijkertijd maken de aanlandplicht en het aanstaande verbod op pulsvissen de noodzaak om te innoveren alleen maar groter. Hoe kan de visserij ook op lange termijn een eerlijke boterham verdienen door slim om te gaan met de beschikbare ruimte? En hoe kunnen zij dat op een zo duurzaam mogelijke manier doen?

Samen met vissers onderzoek doen

Wageningen Marine Research ondersteunt bij het vinden van oplossingen voor de grote uitdagingen waar de sector voor staat. Onderzoekssamenwerking met de visserijsector vindt al bijna 20 jaar plaats en we zijn hierin koploper in Europa. Zo verzamelen vissers al jaren gegevens voor visstandschattingen en werken we samen aan het duiden van de resultaten. Hierbij zetten we ook samen in op de inzet van nieuwe technieken, zoals automatische beeldherkenning en DNA-onderzoek.

Duurzaam alternatief voor pulsvissen

Een van de grootste uitdagingen is om in korte tijd een duurzaam alternatief voor de pulsvisserij te ontwikkelen. Pulsvissen was juist ontwikkeld als alternatief voor de boomkorvisserij (met wekkerkettingen) op Noordzeetong. Deze methode veroorzaakt schade aan kwetsbare bodemgemeenschappen en kenmerkt zich verder door veel ongewenste bijvangst (te kleine vis en bodemdieren) en een hoog brandstofverbruik. Samen met de sector zetten we alle zeilen bij om snel tot een duurzaam alternatief te komen. De huidige denkrichting is om op basis van het visgedrag in het net gerichte oplossingen te ontwikkelen.

Ongewenste bijvangst beperken

Beperken van de ongewenste bijvangst is een belangrijk onderzoeksthema. Zo werken we samen met vissers aan oplossingen om de bijvangst van ondermaatse schol in de tongvisserij te beperken. Ditzelfde doen we met de vissers die Noorse kreeftjes vangen: ook zij hebben te maken met veel ongewenste bijvangst. Experimenten met SepNep, een innovatief visnet, wijzen uit dat deze methode goed werkt. Hierbij worden vis en Noorse kreeft eerst van elkaar gescheiden, waarna de bijvangst kan ontsnappen. Proeven met sorteerroosters in de garnalenvisserij wijzen uit dat de opbrengst weliswaar lager is, maar dat het verlies aan maatse garnaal beperkt blijft. Veel ondermaatse garnaal blijft daardoor in zee en krijgt de tijd te groeien.

Alternatieve visserij in windparken

De visserij staat voor een ingrijpende transitie en dat vraagt om transitiedenken. Een voorbeeld hiervan is om te onderzoeken welke kansen de komst van windmolenparken heeft voor een deel van de kleinschalige kustvissers. De transitie is een opdracht aan de sector die wij met kennis kunnen helpen.

Lees meer

Dit biedt Wageningen Marine Research

  • Unieke kennis van en samenwerking tussen visserijsector en wetenschappelijk onderzoek
  • Toegang tot uitgebreide data over visbestanden, vangsten en discards
  • Ondersteuning van innovatie door vissers zelf - praktijkgericht met een wetenschappelijke borging
  • Netwerk binnen Wageningen University & Research en internationaal

Onderzoek in de praktijk

Showcase: Netinnovatieonderzoek voor verlaging van visserijsterfte en ongewenste bijvangst

De maatschappelijke druk om selectiever te vissen vraagt via de aanlandplicht veel van de kottersector. Daarom zijn pioniers oplossingen aan het ontdekken voor het verlagen van ongewenste bijvangst en sterfte als gevolg van visserij. Visserijsterfte van ongewenste bijvangst kun je op twee manieren verminderen: door de ongewenste bijvangsten uit het net te laten ontsnappen, of door te zorgen dat gevangen en teruggezette ongewenste bijvangsten overleven in zee.

Het proces begint via een trechtermodel bottom-up; met de ideeën over selectiever vissen in kaart brengen van vissers, en alleen de beste ideeën werken we verder uit.
Edward Schram, onderzoeker bij Wageningen Marine Research

Vissers, nettenmakers en wetenschappers werken via een nieuw driejarig onderzoekssamenwerkingsproject samen aan verdere innovatie van visnetten en technieken. Met als doel om slimmer en dus selectiever te vissen op commerciële doelsoorten zoals tong en schol met nieuwe en aangepaste technieken, zodat ongewenste soorten niet aan boord komen en de overlevingskansen van ongewenste vis (bijvoorbeeld ondermaatse vis) en bodemleven worden vergroot. Onderzoekers Edward Schram en Pieke Molenaar zijn vanuit Wageningen Marine Research samen met de Nederlandse Vissersbond en VisNed betrokken bij dit consortium, dat mede gefinancierd wordt door het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij.

Plannen maken in een nettenschuur of bij een havenrondje

In het project staat ‘anders vissen’ centraal, waarbij verschillende onderzoeksfases worden doorlopen. Diverse vissoorten en vismethoden worden meegenomen in het innovatieonderzoek. “Het proces begint via een trechtermodel bottom-up; met de ideeën van vissers voor selectiever vissen in kaart brengen, en alleen de beste ideeën werken we verder uit”, aldus Schram, die aangeeft dat er ook wordt voortgeborduurd op kansrijke pilotresultaten uit eerdere innovatieprojecten. Kennis en ervaring uitwisselen onderling tussen deelnemende vissers en met de onderzoekers vindt in het traject vooral plaats via formele ‘nettenschuurbijeenkomsten’ en informele ‘havenrondjes’.

Onderzoekers aan boord na eerste positieve testervaringen vissers

Sorteerroosters voor gewenste vis en scheidings- en ontsnappingspanelen in de netten voor ongewenste vis gaan zeker onderdeel uitmaken van de nieuwe experimenten. Ook zal kennis en beeldmateriaal over het (zwem)gedrag van vissen in het net en onderzoekstechniek ingezet worden om ideeën te genereren. Daarnaast maken we nieuw beeldmateriaal.

Tijdens de ontwerp- en testfase van nieuwe ontwerpen worden schaalmodellen in een testomgeving getest. Wanneer dit succesvol is, gaan vissers op zee netinnovaties zelf uittesten met commerciële visnetten. Aan de ene kant van het schip wordt dan het reguliere net gebruikt en aan de andere kant het aangepaste net. Om de werking van de innovatie te monitoren leveren vissers via zelfbemonstering gegevens aan bij de onderzoekers. Wat wordt er in beide netten precies gevangen aan gewenste vis, ongewenste vis en bodemdieren? En is er wel of geen verschil in de vitaliteit van de ongewenste bijvangst?

De vitaliteit is een indicator voor overlevingskansen. Soms heeft de innovatie niet direct het gewenste effect en dan moeten de betrokkenen aanpassingen doen of terug naar de tekentafel. Bij indicaties van gelijke marktwaardige vangsten en een vermindering van ongewenste bijvangsten gaan vervolgens de onderzoekers zelf mee aan boord om gedetailleerde metingen te verrichten en data te verzamelen. In de laatste fase wordt met meerdere schepen op basis van zelfbemonstering onderzocht of de innovatie onder andere omstandigheden en visposities effectief is. In deze fase wordt de innovatie geoptimaliseerd voor commercieel gebruik.

Schram is ook enthousiast om aan de slag te gaan met overlevingsonderzoek als onderdeel van de ambities rond selectiever vissen. “Uit een vorig project kwam naar voren dat het verschil in overlevingskansen van bijvangst onder water in het visnet gemaakt kan worden en niet als de vis eenmaal aan boord is.” Een net met minder stress voor de vis en met minder mechanische belasting zal bijvoorbeeld een betere vitaliteit van de vis bevorderen, vertelt hij.

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Lees meer:

Dit project wordt gefinancierd door de Europese Unie, Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij
Dit project wordt gefinancierd door de Europese Unie, Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij


Showcase: Leidt pulsvissen tot minder bijvangst in garnalenvisserij?

Wat zijn de verschillen in selectiviteit tussen puls en traditionele garnalentuigen van vissers in Nederlandse Natura 2000-gebieden? Dat is het doel van het garnalenpulsonderzoek 2018 & 2019. Josien Steenbergen is projectleider van Wageningen Marine Research. Zij legt het belang van dit onderzoek uit.

We verwachten een goed beeld te krijgen van de bijvangsten van garnalenpulsvissen vergeleken met traditionele garnalenvisserij.
Josien Steenbergen, onderzoeker bij Wageningen Marine Research

“Er zijn momenteel vier Nederlandse garnalenpulsvissers die voor onderzoeksdoeleinden mogen vissen in Natura 2000-gebieden. Deze natuurgebieden vormen het grootste deel van de Nederlandse kustwateren. Puls wordt gezien als een innovatief tuig en dan zijn er onderzoeksgegevens nodig om te beoordelen of het toegestaan is om daarmee te vissen in deze gebieden”, aldus Steenbergen. Het onderzoeksdoel staat los van de huidige Europese discussie over pulsvissen.

Hoeveelheden vastgesteld en monsters geanalyseerd

Het onderzoek is in januari 2018 gestart en bestaat uit twee onderdelen. In het eerste jaar heeft de nulmeting plaatsgevonden, het tweede jaar staat in het teken van innovaties. In 2018 hebben de vissers het hele jaar door gegevens over de totale hoeveelheid vangst van de vissers en de garnalen die zij daaruit selecteerden geregistreerd. Daarnaast hebben er elk kwartaal vergelijkende onderzoeksreizen plaatsgevonden: er werd zowel met traditioneel tuig als met pulstuig gevist, waardoor beide methoden direct met elkaar te vergelijken zijn. Tijdens deze reizen zijn monsters van de vangsten genomen. Onderzoekers van Wageningen Marine Research en ILVO hebben deze tot in detail op soorten bijvangsten geanalyseerd. In 2019 krijgen de vissers de ruimte om de door hen voorgestelde innovaties van het pulstuig verder te ontwikkelen en te testen onder begeleiding van Wageningen Marine Research en ILVO.

Goed beeld van bijvangst krijgen

Op dit moment zijn de onderzoekers bezig met de data-analyse van de nulmeting in 2018. Volgens Steenbergen is het dus nog te vroeg om conclusies te kunnen trekken. “Maar we verwachten een goed beeld te krijgen van de bijvangsten van garnalenpulsvissen vergeleken met traditionele garnalenvisserij. Het onderzoek voor het ministerie is bedoeld om op basis daarvan een besluit te nemen over het al dan niet afgeven van vergunningen aan vissers om met puls te mogen vissen in de Natura 2000-gebieden. Natuurlijk is de context inmiddels veranderd als gevolg van de Europese ontwikkelingen rond pulsvisserij.”

Wageningen Marine Research voert dit onderzoek uit samen met de garnalenvisserij, ILVO en onderzoeksinstituut Thünen. Opdrachtgever is het ministerie van LNV, met financiering vanuit het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij.

Bekijk het project:

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

- Helaas, uw cookie-instellingen zijn zodanig dat de Video niet getoond kan worden - pas uw permissie voor cookies aan

Dit project wordt gefinancierd door de Europese Unie, Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij
Dit project wordt gefinancierd door de Europese Unie, Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij


Showcase: Medegebruik van windparken: Win-Wind

Windmolenparken en de visserijsector willen graag dezelfde ruimte op zee gebruiken, iets wat met de huidige kennis nog niet kan. De overheid zoekt naar manieren om een vorm van visserij in en rond windmolenparken mogelijk te maken, en Wageningen Marine Research draagt daaraan bij met toegepast, doelgericht onderzoek.

De wetenschappelijk onderbouwde resultaten van dit pilotproject bieden perspectieven voor medegebruik van windmolenparken in Nederland en de rest van de wereld, nu dit soort vraagstukken steeds vaker zullen spelen.
Marcel Rozemeijer, onderzoeker bij Wageningen Marine Research

Windmolenparken in de Noordzee zijn nodig om de klimaat- en energiedoelen van het kabinet te halen. Tegelijkertijd zien vissers hun areaal door deze windmolenparken steeds verder slinken, wat leidt tot onvrede binnen de visserijgemeenschap. Om deze tegengestelde belangen dichter bij elkaar te brengen, streeft de overheid ernaar om meerdere gebruiksfuncties binnen windparken te combineren. Visserij en aquacultuur worden daarbij steeds vaker genoemd.

Onderzoek naar medegebruik

Het consortium Win-Wind houdt zich bezig met precies deze vraagstukken. Om de mogelijkheden voor medegebruik van windparken te onderzoeken, startte Win-Wind een onderzoeks- en testcasus met kreeften- en Noordzeekrabbenvisserij in de Noordzee. Wageningen Marine Research en Wageningen Economic Research maken deel van uit van dit consortium en ondersteunen dit demonstratieproject vanuit hun eigen expertises. Het gaat dan onder andere om onderzoek naar de ecologische aspecten van vissen op kreeften en krabben, de marktkansen voor dit soort voedselproducten, en het verminderen van operationele risico’s bij visserij in een windpark.   

Duurzame voedselproductie binnen windmolenparken

Zo draagt het onderzoek bij aan het realiseren van commerciële, duurzame voedselproductie binnen windmolenparken. Bovendien bieden de wetenschappelijk onderbouwde resultaten van dit pilotproject perspectieven voor medegebruik van windmolenparken in Nederland en de rest van de wereld, nu dit soort vraagstukken steeds vaker zullen spelen.