Windmolens: Ecologische risico's en hoe die te beperken

In 2030 komt 80 procent van de elektriciteit in Nederland uit zon en wind, als we de klimaatdoelstellingen willen halen. In de Noordzee worden hiervoor veel windmolens gebouwd en gepland. De Noordzee is echter ook het leefgebied van onder andere vleermuizen, zeevogels, zeehonden, bruinvissen en vissen. Door de grootschalige ontwikkeling van windenergie op zee zijn hun leefgebieden in rap tempo aan het veranderen. Enerzijds zijn er directe effecten zoals botsingen met windturbines en anderzijds indirecte effecten als gedragsverandering, verstoring en habitatverlies.

Wat is de impact op populaties van kwetsbare diersoorten? Hoe gedragen zeezoogdieren, vissen en vislarven zich tijdens het heien van turbinefunderingen op zee tijdens de bouwfase? En ondervinden vogels en vleermuizen hinder tijdens de exploitatiefase? Wageningen Marine Research is voor de overheid en de windenergiesector actief in onderzoek naar ecologische effecten, en hoe die te beperken door mitigerende maatregelen en innovaties.

Ook doen wij modelleringsonderzoek om de mogelijk lange termijn cumulatieve effecten van het bouwen op hoge snelheid en grote schaal in kaart te brengen. Hiertoe behoort ook de ecologische doorvertaling van mogelijke fysische effecten zoals het mixen van waterlagen voor het ecosysteem inclusief impact op productiviteit van voedselketens in de Noordzee.

Bekijk onze onderzoeksvelden

Bruinvis_icon

Bruinvissen

Met behulp van vliegtuigtellingen brengt Wageningen Marine Research populaties en leefomgevingen van bruinvissen in de Nederlandse wateren in kaart. Daarnaast onderzoeken wij de aanwezigheid van bruinvissen en bruinvissengedrag in en rondom windparken, door passief akoestisch onderzoek met stationaire onderwaterhydrofoons (continuous porpoise detectors (CPODS)). Deze hydrofoons registreren de click-activiteit van bruinvissen voor en tijdens de bouwwerkzaamheden, en in bedrijf zijnde windmolenparken. Zo wordt inzicht opgedaan over het gebruik van de ruimte door deze kleine walvissoort met een heel gevoelig gehoor.

Onderwatergeluid kan bruinvissen direct fysiek schaden of indirect. Een direct mogelijk effect is dat bruinvissen, in de buurt van een heilocatie, letsel kunnen krijgen dat dodelijk kan zijn. Een indirect mogelijk effect is dat door verstoring zich verplaatsende bruinvissen minder kans hebben om te foerageren. Uit onderzoek blijkt dat deze dieren tot zeker dertig kilometer uitwijken van de heilocatie. En mindere opname van voedsel, en ook de mogelijke stress door continu geluid op de zee kan tot ziektes leiden. Er zwemmen zo’n 300.000 bruinvissen in de Noordzee. De dieren navigeren met echolocatie door middel van hoog frequente clicks, vergelijkbaar met vleermuizen. Het akoestische zintuig is de meest belangrijke voor bruinvissen. Zij hebben deze nodig om zich te oriënteren, voedsel te vinden en met elkaar te communiceren. Ernstig verstorend geluid, zoals heien, kan grote impact hebben. Naast heigeluiden geven ook andere economische activiteiten lawaai onder water zoals seismisch onderzoek en scheepvaart.

Wageningen Marine Research onderzoekt:

  • Ontwikkelingen populatie grote bruinvissen in de Nederlandse wateren
  • Cumulatieve effecten (geplande) windmolenparken op de populatie bruinvissen inclusief duiding via modelleringsonderzoek
  • Effecten van mitigerende maatregelen en innovaties zoals het gebruik van een bellenscherm bij het heien om bruinvissen te beschermen
  • Veranderingen in gebruik van ruimte en fourageergedrag tijdens heiwerkzaamheden
  • Reacties van bruinvissen op het onderwatergeluid van het heien van turbinefundaties voor windmolenparken
  • Reacties van bruinvissen op onderwatergeluid afkomstig van in bedrijf zijnde windmolenparken
  • Welke locaties geschikt en minder geschikt zijn voor windmolenparken
  • Welke seizoenen geschikt en minder geschikt zijn voor heiwerkzaamheden op zee
  • Mogelijke oorzaken van strandingen van bruinvissen

Neem contact op met onze experts

Voorbeeld uit de praktijk

Meer over bruinvisonderzoek

Zeehond_icon

Zeehonden

Met behulp van vliegtuigtellingen boven de ligplaatsen in de Waddenzee brengt Wageningen Marine Research jaarlijks de populaties en leefomgevingen van grijze en gewone zeehonden in kaart. Ook in het Deltagebied verzamelde data wordt gebruikt om een totaalbeeld van zeehonden in Nederland te krijgen.

Zeehondenmigratie en -gedrag in de kustzone en de volle zee wordt onderzocht door zenderonderzoek. De zenders die de onderzoekers van Wageningen Marine Research gebruiken, registreren de geografische positie en duikdiepte. Hierdoor is het mogelijk individueel gedrag en het gebruik van de ruimte vast te leggen. Zo wordt inzicht opgedaan over habitats, migratieroutes en duikgedrag van de dieren om prooien te vangen. Zeehonden kennen we vooral als dieren die liggen te slapen op het strand of zandplaten, maar het grootste gedeelte van hun tijd zijn ze op zee. Daar besteden ze circa 85% van de tijd actief op de bodem om bijvoorbeeld te jagen naar vis.

Met zenderonderzoek onderzoeken wij ook hoe zeehonden reageren op bijvoorbeeld heiwerkzaamheden bij de bouw van windparken of op in bedrijf zijnde windparken. Het blijkt bijvoorbeeld dat zeehonden tot een afstand van vijftig kilometer van de bouwlocatie op heilawaai reageren en afwijkend voortbewegings- en fourageergedrag vertonen. 

Wageningen Marine Research onderzoekt:

  • Ontwikkelingen populaties grijze en gewone zeehonden in de Nederlandse wateren
  • Cumulatieve effecten (geplande) windmolenparken op de populatie zeehonden inclusief duiding via modelleringsonderzoek
  • Effecten van mitigerende maatregelen en innovaties zoals het gebruik van een bellenscherm bij het heien om zeehonden te beschermen
  • Habitats, migratie- en fourageergedrag in de kustzone en op volle zee
  • Reacties van zeehonden op het onderwatergeluid van het heien van turbinefundaties voor windmolenparken
  • Reacties van zeehonden op onderwatergeluid afkomstig van in bedrijf zijnde windmolenparken
  • Welke locaties geschikt en minder geschikt zijn voor windmolenparken
  • Welke seizoenen geschikt en minder geschikt zijn voor heiwerkzaamheden op zee

Neem contact op met onze experts

Voorbeeld uit de praktijk

Meer over zeehondenonderzoek

Vleermuis_icon

Vleermuizen

Ook vleermuizen blijken zich op zee te begeven. Zij kunnen dus ook slachtoffer worden van het toenemend aantal windmolens op zee. De meeste vleermuizen werden aangetroffen in de herfst, en in mindere mate de lente. Het gaat dus met name om trekkende soorten, die in lente en herfst migreren naar andere oorden en dus ook naar het Verenigd Koninkrijk.

Langetermijnmonitoringsonderzoek wordt door Wageningen University & Research ingezet om aanwezigheid van vleermuizen in ruimte en tijd en de soortensamenstelling te registreren. Dit gebeurt via vijftien locaties op de Noordzee.

Daarnaast wordt met zenderonderzoek onderzocht hoe vleermuizen over zee vliegen, en of de bouw van windmolenparken op zee vleermuispopulaties in gevaar brengt. De zenders en ontvangststations die onze onderzoekers hiertoe gebruiken, registreren de geografische positie. Hierdoor is het mogelijk individueel gedrag en het gebruik van de ruimte vast te leggen. Zo wordt inzicht opgedaan over habitats en vluchtroutes.

Wageningen Marine Research onderzoekt:

  • Cumulatieve effecten (geplande) windmolenparken op de populatie vleermuizen inclusief duiding via modelleringsonderzoek
  • Modelleringsinstrumenten met onder andere weerparameters om vleermuismigratie zo precies mogelijk te voorspellen. Deze informatie kan bijvoorbeeld worden gebruikt om windmolens op de juiste momenten tijdelijk stil te zetten
  • Vluchtroutes en fourageergedrag vleermuizen in de kustzone en op volle zee
  • Aanwezigheid en gedetailleerd vlieggedrag vleermuizen rond windmolens
  • Effecten van mitigerende maatregelen en innovaties om vleermuizen te beschermen
  • Welke locaties geschikt en minder geschikt zijn voor windmolenparken

Neem contact op met onze expert

Voorbeeld uit de praktijk

Zeevogel_icon

Vogels op zee

Met behulp van scheepstellingen door vogelonderzoekers draagt Wageningen Marine Research bij aan het in kaart brengen van populaties, gebiedsgebruik, trekstromen en vliegpatronen  van vogels op zee. Waarbij ook vergelijkingen worden gemaakt tussen gebiedsgebruik voor en na het bouwen van een windpark.

Daarnaast brengen wij gedrag van specifieke vogelsoorten zoals zeekoeten en aalscholvers in en rondom windparken in kaart door observatie-onderzoek. Blijven ze in het windpark of tonen ze vermijdingsgedrag en hoe ziet het  fourageergedrag van vogels binnen het park eruit. Ook wordt gekeken of er na verloop van tijd gewenning optreedt en vogels, die eerder vermijdend gedrag vertoonden, nu wel een windpark in durven.  

Wageningen Marine Research onderzoekt:

  • Ontwikkelingen populaties, gebiedsgebruik, trekstromen en vliegpatronen van vogels op de Nederlandse wateren
  • Cumulatieve effecten (geplande) windmolenparken op vogelpopulaties inclusief duiding via modelleringsonderzoek
  • Effecten van mitigerende maatregelen en innovaties om vogels te beschermen
  • Gedrag van vogelsoorten in windparken inclusief fourageergedrag; welke soort ondervindt hinder en is er wel of niet sprake van gewenning
  • Welke locaties zijn geschikt en minder geschikt zijn voor windmolenparken

Neem contact op met onze experts

Meer over zeevogelonderzoek