Project

Effecten Mosselzaad Invanginstallaties (MZI's)

De effecten van Mosselzaad invanginstallaties (MZI's) op natuurwaarden in natuurgebieden.

In de Nederlandse kustwateren vindt mosselzaadvisserij plaats. Deze wateren herbergen ook belangrijke natuurwaarden en de meeste wateren zijn derhalve aangewezen als natuurgebied in het kader van de Natuurbeschermingswet of de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Dat verplicht Nederland om er voor te zorgen dat de natuurwaarden in deze gebieden in stand blijven. Besluiten rondom de mosselvisserij leiden tot veel maatschappelijke discussies en politieke aandacht. Het kabinet kiest m.b.t. de toekomst van de mosselvisserij voor de sociaal economische ontwikkeling binnen de randvoorwaarden die de natuurdoelen en waarden stellen.

Sinds 2000 is een nieuwe techniek voor zaadwinning in ontwikkeling, de Mosselzaadinvanginstallaties (MZI's). Deze MZI-installaties maken gebruik van de levenscyclus van mosselen. Mosselen produceren larven in het voorjaar. Deze larven zweven een aantal weken in het water voordat ze zich gaan vestigen op een hard substraat. Doorgaans is de overleving veel groter wanneer het larvensubstraat in het water hangt dan wanneer het mosselzaad zich direct op de bodem vestigt. De mossel heet na vestiging broed en groeit vervolgens uit tot zaad, het formaat dat de mosselkweker kan gebruiken voor de bodemcultuur. De substraten zoals touwen en netten worden in het voorjaar in het water geplaatst, op het moment dat er veel larven aanwezig zijn in het water.

Op 21 oktober 2008 sloten het Ministerie van LNV, de mosselsector en natuurorganisaties het convenant ‘Transitie mosselsector en natuurherstel in de Waddenzee’, waarin de partijen overeenkomen dat zij gezamenlijk toewerken naar een mosselsector die onafhankelijk is van de bodemzaadvisserij in 2020. In oktober 2009 is het Beleid Mosselzaadinvanginstallaties vastgesteld voor de periode 2010 tot en met 2013. Hierin is 500 ha ruimte voor MZI's op 9 locaties voorzien in de Waddenzee en 200 ha op 4 locaties in de Oosterschelde. De uit te geven ruimte in de eerste tranche (2010-2011) is 203 ha in de Waddenzee en 110 ha in de Oosterschelde. In het proefjaar 2009 was 514 ha in de Westelijke Waddenzee en 178 ha in de Oosterschelde vergund.

Opschaling van het areaal

Het opschalen van het areaal MZI’s in de Westelijke Waddenzee, in combinatie met mosselpercelen en toenemend areaal wilde mosselbanken en andere schelpdieren zoals Japanse oester en Amerikaanse zwaardschede, heeft mogelijk ecologische gevolgen.

Bij de opschaling van zaadinvang met MZI-systemen is een aantal onzekerheden en kennislacunes aanwezig. Effecten van MZI’s op de omgeving betreffen de draagkracht door filtratie van fytoplankton en recycling van nutriënten, depositie op de bodemstructuur en bodemfauna, en verstoring of aantrekking van vogels, zeehonden, garnalen of de vorming van mosselzaadbanken door MZI-systemen en activiteiten. Daarnaast kan door slijtage en schade zwerfvuil ontstaan in de vorm van microplastics, boeien, touwen of netten. Deze objecten of stoffen zouden nadelig kunnen zijn voor organismen in het mariene milieu. En tenslotte hebben MZI’s effect op het landschap en de activiteit in de omgeving. Vanuit het LNV beleid is de hoofdvraag of MZI’s de instandhoudingsdoelen voor de Natura 2000- gebieden negatief dan wel positief kunnen beïnvloeden.


Kennisvragen

Wat is het effect van de aanwezigheid van MZI’s in de Westelijke Waddenzee en Oosterschelde op:

  1. de draagkracht door filtratie van fytoplankton en recycling van nutriënten
  2. de bodemstructuur en bodemfauna door depositie van organisch materiaal
  3. de vorming van mosselzaadbanken door secundaire settlement
  4. verstoring of aantrekking van vogels, zeehonden door MZI-activiteiten
  5. het ontstaan van zwerfvuil door schade en slijtage

    Ten aanzien van het mosselzaad zelf:
  6. Wat is de ontwikkeling in groei en overleving van mosselzaad en de opbrengst van de MZI’s in relatie tot de ligging?

Monitoring-programma 2013


In 2009 heeft LNV een uitgebreid monitoring-programma van MZI-effecten op draagkracht, bodem en verstoring opgezet met een voorgenomen looptijd tot 2014.

In 2013 betreft dit:

Oplevering rapportages over

  • een analyse van historische data betreffende voedselbeschikbaarheid (primaire productie, wateruitwisseling), de voorraad filter feeders, en de conditie van filtrerende schelpdieren, in de Oosterschelde en de Waddenzee;
  • modelberekeningen als inschatting van het effect van de opschaling van de MZI oogst tot 40 miljoen kg op de primaire productie;
  • effecten als gevolg van de plaatsing en het in bedrijf houden van de MZI op vogels in de Schaar van Renesse in de Voordelta (Roodkeelduikers) en de verspreiding van duikeenden in de Waddenzee
  • analyse meerjarige zeehonden tellingen Waddenzee op plaatsen waar eerst geen en in latere jaren wel MZI’s in de buurt aanwezig waren en referentiegebieden waar steeds geen MZI’s aanwezig waren.
Onderzoek afronden over:
  • opzetten van monitoringsprogramma voor parameter die indicatie kunnen geven of draagkracht voor filtrerende schelpdieren in gevaar komt;
  • een inschatting van het microplastic probleem door informatie te vergaren over het percentage slijtage van MZI materiaal zoals touwen en netten.