Helpt het aalbeheerplan de Nederlandse aal?

Nieuws

Helpt het aalbeheerplan de Nederlandse aal?

Gepubliceerd op
26 september 2018

De aalpopulatie in Nederland neemt iets toe, maar is nog altijd in slechte staat, met een te hoge sterfte en een te lage biomassa.

De uitkomsten van de meest recente aalevaluatie door Wageningen Marine Research over de periode 2014-2016 laten zien dat sinds de introductie van het Nederlandse aalbeheerplan in 2009 de sterfte veroorzaakt door menselijk handelen sterk is gedaald, maar dat schieraaluittrek veel lager blijft dan Europese doelstelling. De huidige biomassa van uittrekkende schieraal blijft met 1.795 ton onder de doelstelling van 4.160 ton voor Nederland.

Te lage schieraaluittrek

Sinds de jaren 1980 zijn de glasaalintrek en de aalpopulatie in Europa zeer sterk teruggelopen. Aal staat op de IUCN rode lijst als ernstig bedreigd. Het advies van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) is al jaren om alle menselijke activiteiten die de productie en de trek van paairijpe volwassing aal (schieraal) naar zee verminderen, zoals visserij en vismigratieknelpunten, liefst tot nul te beperken. Paairijpe volwassing aal (schieraal) trekt namelijk vanuit het binnenland naar het voortplantingsgebied in de Sargassozee. Om herstel van de aalpopulatie mogelijk te maken heeft de Europese Unie in 2007 de Aalverordening opgesteld, die lidstaten verplicht om een nationaal aalbeheerplan op te stellen. De Europese doelstelling hierbij is dat van de geschatte mogelijke biomassa schieraal minimaal 40% naar zee kan ontsnappen. Om te bepalen hoeveel schieraaluittrek er is ten opzichte van de doelstelling, heeft Wageningen Marine Research met behulp van modellen en survey- en vangstgegevens schattingen gemaakt van de biomassa rode aal en schieraal. In Nederland is de best mogelijke biomassa van schieraal (oftewel de pristine biomassa) geschat op 10.400 ton schieraal in het zoete water. Het doel van het beheerplan is dat op termijn jaarlijks 40% (4.160 ton) van deze best mogelijke biomassa van schieraal wegtrekt naar het voortplantingsgebied in de Sargassozee. Dit doel wordt momenteel (nog) niet gehaald en is in 2014-2016 geschat op 1.795 ton.

Totale biomassa

Om de biomassa van aal in Nederland te schatten wordt een aalsurvey op het IJselmeer uitgevoerd. Van een aantal andere grote meren (Markermeer, Grevelingenmeer, Randmeren) zijn geen goede surveygegevens beschikbaar. Daarom wordt aangenomen dat de visserijsterfte in deze meren gelijk is aan die van het IJsselmeer. Samen met de plaatselijke vangstgegevens wordt een schatting gemaakt van de biomassa in deze meren. In het IJsselmeer en Markermeer is een afname in biomassa gemeten na 2005-2007. Van 2008 tot en met 2016 is de geschatte biomassa min of meer stabiel gebleven.

In de overige rijkswateren en regionale wateren (de overige kleine wateren, zoals sloten, plassen, kleinere rivieren en kanalen) wordt de biomassa geschat aan de hand van surveys met een elektroschepnet. Om een schatting te maken van de biomassa worden deze surveys opgeschaald naar het oppervlakte van de wateren. De biomassa aal in de rijkswateren bleek in 2014-2016 gestegen. Deze toename is bijna volledig toe te wijzen aan een toename in de Benedenrivieren. De grootste biomassa aal zit in kleinere wateren zoals sloten, plassen, kleinere rivieren en kanalen, de zogenaamde regionale wateren. De totale biomassa van aal in Nederland blijkt de laatste jaren dus stabiel of iets gestegen.

Aalsterfte

In de aalevaluatie is ook gekeken naar aalsterfte door menselijke activiteit (antropogene sterfte). Na 2007 is er een duidelijke teruggang in de antropogene sterfte te zien. Tot 2007 bedroeg deze nog 81%. In de periode 2014-2016 is die sterfte gedaald naar 49%. Vooral de vangst van de commerciële en recreatieve visserij is de laatste jaren sterk gedaald. Ook de schieraalsterfte tijdens de migratie door barrières zoals gemalen, waterkrachtcentrales en sluizen is de laatste jaren gedaald van 20% naar 18%. Deze barrièresterfte lijkt een kleine daling, maar vergt grote investeringen voor de overheid (Rijkswaterstaat) en andere beheerders (waterschappen). Er is veel aandacht van het publiek voor het opheffen van migratiebarrières voor de intrek van vis en in mindere mate voor de uittrek van vis (zoals schieraal).

Aalverordening onder loep

Aal is een langlevende soort. Maatregelen hebben pas op lange termijn effect. Er gaan jaren voorbij voordat een glasaal uiteindelijk schieraal wordt en weer terugtrekt naar zee om voor een nieuwe generatie te zorgen. Het blijft onzeker of de genomen maatregelen op termijn zullen leiden tot een goede aalstand, omdat niet zeker is of alle factoren die de achteruitgang in de aalstand veroorzaken bekend zijn.

De Europese Commissie heeft besloten om de EU-Aalverordening uit 2007 te evalueren en te kijken of de lidstaten de aalbeheerplannen goed hebben uitgevoerd. Op basis van de bevindingen wordt besloten of de Aalverordening aangepast moet worden of dat de nationale beheerplannen beter moeten worden uitgevoerd.