Infectieziekten belangrijkste oorzaak strandingen bruinvissen aan Nederlandse kust

Nieuws

Infectieziekten belangrijkste oorzaak strandingen bruinvissen aan Nederlandse kust

Gepubliceerd op
24 april 2018

Aan de Nederlandse kust stranden jaarlijks honderden bruinvissen. Ruim vijftig van deze dieren zijn in 2017 postmortaal onderzocht. Een derde daarvan is gestorven door ziekte, waarbij longontsteking de meest voorkomende diagnose was. Dit blijkt uit onderzoek van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.

Strandingen nemen toe

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is het aantal bruinvissen in het zuidelijk deel van de Noordzee sterk toegenomen. Ook het aantal strandingen van dode bruinvissen groeide sterk. Nederland is verplicht zich in te zetten om de bruinvispopulatie in haar wateren in stand te houden. Zo is er een efficiënt systeem om gestrande dieren te verzamelen en postmortaal onderzoek te doen om onder meer een doodsoorzaak vast te stellen. Een van de hoofddoelen van het onderzoek is het aantal bruinvissen te achterhalen dat door menselijk toedoen is gestorven, zoals bijvangst.

Infectieziekten

In 2017 zijn 55 dode bruinvissen onderzocht die waren gestrand aan de Nederlandse kust. De meeste daarvan waren gestorven door infectieziekten (36%). Bijvangst was de meest waarschijnlijke doodsoorzaak in 20% van de onderzochte dieren. Aanvallen van grijze zeehonden (18%), vermagering (5%) was ook belangrijke doodsoorzaken. Het aantal bruinvissen gestorven door infectieziekte is hoger dan in 2016 (29% van het totaal). Daarentegen is het aantal dieren gestorven door aanvallen van grijze zeehonden aanmerkelijk lager dan in 2016 (31%).

De stijging van het aantal bruinvissen die stierven door ziekte kan mogelijk worden verklaard door een stijging in onderzochte volwassen bruinvissen in 2017 (22; in 2016: 14). Volwassen bruinvissen zijn altijd oververtegenwoordigd geweest in de categorie ‘Ziekte’, terwijl jongere bruinvissen vaker lijken te sterven door bijvangst en aanvallen van een grijze zeehond. Sinds 2015 ligt daarnaast de focus van het postmortaal onderzoek op onderzoek naar voornamelijk (hele) verse bruinvissen. Elf van de bruinvissen waarop in 2017 onderzoek is verricht, zijn levend gestrand; de meeste hiervan als gevolg van verzwakking door ziekte.

Wettelijk verankerd

Sinds 2016 is het onderzoek naar bruinvissen ondergebracht bij de Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu. Wageningen Marine Research en het departement Pathobiologie van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (UU) voeren het onderzoek gezamenlijk uit. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is opdrachtgever en is vooral geïnteresseerd in doodsoorzaken van gestrande bruinvissen door menselijk toedoen.

Lees meer in dit dossier