Leren uit samenwerking met vissers in zeeonderzoek

Nieuws

Leren uit samenwerking met vissers in zeeonderzoek

Gepubliceerd op
22 november 2019

Het beheer van onze zeeën wordt steeds ingewikkelder. Daarom is betrokkenheid van gebruikers erg belangrijk. Nederland geldt als goed voorbeeld voor onderzoekssamenwerking tussen visserij en wetenschap, waar internationaal lessen uit getrokken kunnen worden. Een gezamenlijk artikel hierover van Wageningen Universiteit & Research en VisNed werd gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijk tijdschrift Fish and Fisheries.

De onderzoekers analyseerden 15 onderzoekssamenwerkingsprojecten, en keken hoe de kennis van vissers werd ingezet. Het gaat om onderzoeken die door Wageningen Marine Research samen met de Nederlandse kottervisserij zijn uitgevoerd in de periode 2002 tot 2019. Deze samenwerking ontstond in 2002 door een diepe crisis in de relatie tussen de visserijsector en het toenmalige Rijksinstituut voor Visserijonderzoek. Vissers waren het destijds niet eens met de bestandschattingen en de daarop gebaseerde vangstquota voor de belangrijke visbestanden van schol en tong. De onderzoekssamenwerking richtte zich in het begin op het vergroten van kennis bij vissers en de overheid over hoe bestandschattingen werken. Ook werden gedetailleerde commerciële vangstgegevens door een groep vissers zelf verzameld, en werd de communicatie tussen overheid, onderzoek en visserijsector verbeterd. De visserijsector ontdekte dat zij zelf een verschil kon maken door het aanleveren van gegevens die voor de bestandsschattingen belangrijk zijn. Ook bij onderzoekers groeide het besef dat vissers een wezenlijke rol kunnen vervullen bij kennistoename van de Noordzee, als 'oren en ogen op zee'.

Veranderingen rol van vissers bij onderzoek

Door de intensieve samenwerking rond de bestandsschattingen voor schol en tong en de verbeterde communicatie groeide het wederzijdse vertrouwen. Dat bracht ook veranderingen in de samenwerking met zich mee. Vissers droegen in het begin vooral bij aan kennisontwikkeling door onderzoekers mee te nemen op hun schepen of door zelf gegevens te verzamelen voor het onderzoek. Gaandeweg werd hun ervaringskennis echter steeds vaker ingezet bij het opzetten van nieuwe onderzoeksprojecten of bij het zoeken naar verklaringen van onderzoekresultaten. De groeiende bewustwording over hoe kennis van vissers bijdraagt aan discussies over het zeebeheer leidde ertoe dat visserijorganisaties ook zelf wetenschappers in dienst namen. Ofschoon onderzoekers van de gevestigde orde dit eerst als potentiële concurrentie zagen, versterkte deze ontwikkeling vooral de onderzoekssamenwerking. Een recente stap is dat ook natuurorganisaties meer betrokken raakten bij de onderzoekssamenwerking.

Conclusies 15 jaar onderzoekssamenwerking met de kottervisserij

In de bestaande wetenschappelijke literatuur wordt het betrekken van vissers bij onderzoek vooral gewaardeerd omdat het kostenefficiënt is om vissers in plaats van onderzoekers gegevens te laten verzamelen, en omdat vissers op die manier leren hoe nuttig onderzoek is. Uit de evaluatie van de onderzoekssamenwerking met de Nederlandse vissers blijkt echter dat ook onderzoekers leren van deze samenwerking, en dat zij hierdoor geleidelijk hun houding ten opzichte van onderzoek doen in samenwerking met vissers aanpassen.

Steeds meer wordt gebruik gemaakt van ervaringskennis van vissers, bijvoorbeeld over waar in welke periode bepaalde vissoorten goed gevangen kunnen worden bij het opzetten van visstandonderzoek.


Het groeiend wederzijds vertrouwen en meer inzicht in de waarde van visserskennis leiden tot beter onderzoek. Steeds meer wordt gebruik gemaakt van ervaringskennis van vissers, bijvoorbeeld over waar in welke periode bepaalde vissoorten goed gevangen kunnen worden bij het opzetten van visstandonderzoek.

Volgens de auteurs is het bij onderzoekssamenwerking belangrijk dat onderzoekers, visserijorganisaties en andere betrokkenen zich er goed van bewust blijven dat slechts een klein deel van de vissers actief meedoet aan onderzoek. Vaak zijn het steeds dezelfde vissers die medewerking verlenen omdat zij het zelf interessant vinden of omdat deze vissers door de onderzoekers en visserijorganisaties als betrouwbare informatiebron worden ervaren. Deze begrijpelijke aanpak heeft ook nadelen. Zo kan het werken met een vaste groep leiden tot een verstoring in de resultaten. Ook kan het sociale ongelijkheid in de vloot veroorzaken. Vissers die meedoen aan onderzoek hebben immers de toegang tot nieuwe kennis en netwerken en krijgen vaak een beloning voor deelname (via extra quota of financieel). Bij de selectie van deelnemers is het dus cruciaal dat alle vissers een mogelijkheid krijgen mee te doen aan onderzoek en dat de uiteindelijke selectie representatief is voor de gehele vloot.

Betrekken van eindgebruikers belangrijk

Een andere voorwaarde voor succesvolle onderzoekssamenwerking is dat de eindgebruikers van de onderzoeksresultaten vanaf het begin bij de projecten betrokken worden. Eindgebruikers zoals onderzoekers, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties, zien vissers als directe belanghebbenden bij de onderzoeksresultaten. Daarom blijft de acceptatie van door vissers zelf verzamelde onderzoeksgegevens een uitdaging. Dit is zeker van toepassing als het zeebeheer in een internationale context gebeurt, wat het geval is voor de Noordzee. In tegenstelling tot Nederland is onderzoekssamenwerking met vissers in veel EU-landen ongewoon. Dit betekent dat er geen duidelijke internationale afspraken zijn over het betrekken van visserskennis in onderzoek. De onderzoekers pleiten dan ook voor meer aandacht hiervoor.