Persbericht

Noordzeevissers tonen voorkeur voor zeldzame habitats

Gepubliceerd op
19 december 2018

Een ruimtelijke analyse van drie visserijtypen – boomkorvisserij gericht op tong, boomkorvisserij gericht op schol en bordenvisserij gericht op Noorse kreeft en platvis - toont aan dat vissers zeer specifieke habitats bevissen. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en Wageningen Marine Research hebben hierover gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE. De leefgebieden die door vissers het intensiefst worden gebruikt, zijn relatief zeldzaam binnen de Noordzee. Het merendeel van deze zogenaamde ‘hotspots’ ligt binnen Natura 2000 gebieden, omdat ze ook voor de natuur van grote waarde zijn.

Deze studie binnen het gezamenlijke project DISCLOSE geeft voor het eerst inzicht wat de ecologische karakteristieken zijn van de verschillende leefgebieden die doelgericht bevist worden in de Noordzee. De resultaten benadrukken dat de visserijdruk op de zeebodem niet homogeen over de Noordzee verdeeld is. Visserij hotspots worden gekenmerkt door een combinatie van specifieke omgevingskenmerken die mogelijk van groot belang zijn voor de natuur. Dit zou kunnen leiden tot een belangenconflict. In de huidige regelgeving wordt er echter nog geen rekening gehouden met dit gegeven.

Geen grote blauwe plas

De Noordzee staat op de meeste topografische kaarten weergegeven als één grote blauwe plas, maar herbergt in werkelijkheid gevarieerde zeelandschappen. Deze zijn onder meer ontstaan uit een na de laatste ijstijd verdronken landschap, verder geboetseerd onder invloed van getij, stroming en golven. Deze zeelandschappen worden gedomineerd door onderzeese zandduinen, uitgestrekte moddervlaktes, ondergelopen delta’s zoals de Klaverbank en hoge ‘onderwater-stuwwallen’ zoals de Doggersbank. Door te kijken naar dit soort structuren en het omringende reliëf, konden in de studie negen zeelandschappen worden getypeerd in de zuidelijke en centrale Noordzee (zie figuur Zeelandschappen). Al deze landschappen hebben weer hun eigen specifieke gradiënten in omgevingsvariabelen zoals waterdiepte, temperatuur, zoutgehalte en substraat.

Visserij op landschapsschaal

In het onderzoek is gekeken hoe de Nederlandse Noordzeevissers deze zeelandschappen gebruiken. Een analyse van satelliet-positiegegevens van de drie belangrijkste Nederlandse visserijtypen liet duidelijke ‘visserij-hotspots’ zien; plekken die elk jaar intensief bevist worden (zie figuur Visserij hotspots). Sommige van deze hotspots liggen in de Nederlandse exclusieve economische zone (EEZ), en een deel ligt in de EEZ van het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland en Denemarken. Door de locaties van deze hotspots te koppelen aan de omgevingsfactoren, kon worden afgeleid in welke leefgebieden de vissers bij voorkeur actief zijn, en wat de ecologische kenmerken zijn van deze voorkeursplekken. Daarnaast keken we naar hoe algemeen plekken met deze kenmerken zijn.

Heel precies
Hoofdonderzoeker Karin van der Reijden van de RUG: “Deze hotspot-analyse laat zien dat de drie bestudeerde visserijtypen op verschillende locaties in de Noordzee vissen met unieke omstandigheden. Tongvissers zijn actief in de zuidelijke Noordzee, vooral in de diepere troggen tussen de grote zandbanken. Noorse kreeften daarentegen worden juist actief bevist in de modderigste gebieden, die in de diepere delen van het Nederlandse deel van de Noordzee liggen. De scholvisserij vist veel verspreider, maar er lijkt een voorkeur te zijn voor de toppen van zandgolven, gelegen op de flanken van bijvoorbeeld de Doggersbank.”
Deze specifieke voorkeuren zijn gekoppeld aan het voorkomen van de doelsoorten van deze visserijtypen: tong, schol en kreeft. De vissers weten heel precies welke delen van het zeelandschap ze moeten bevissen om de juiste soorten binnen te halen, en daarmee indirect welke omgevingsvariabelen deze soorten opzoeken.

Doelgerichte bescherming van onderwaterlandschappen

De studie laat zien dat de verschillende zeelandschappen ongelijk bevist worden, en dat de meeste visserij-hotspots in tamelijk zeldzame leefgebieden liggen met mogelijk een specifieke rijkdom aan onderwaterleven. Of op deze plekken daadwerkelijk een rijk onderwaterleven heerst, is in de studie niet onderzocht, maar een aanname die wordt ondersteund door het feit dat meerdere visserij-hotspots binnen Natura 2000 gebieden liggen; een Europees netwerk van beschermde gebieden. Deze studie zorgt voor een betere kennisbasis voor de belangenafweging tussen natuurbescherming en visserij ten behoeve van een duurzaam beheer van de Noordzee.