Blogpost

Op weg!

Gepubliceerd op
5 november 2009

Op 30 oktober gingen de trossen los en vertrok de Stad Amsterdam uit Buenos Aires, richting Atlantische Oceaan.

Op 30 oktober gingen de trossen los en vertrok de Stad Amsterdam uit Buenos Aires, richting Atlantische Oceaan. Vlak voor vertrek had de bemanning al het vogelkijkhut-bouwpakket te voorschijn gehaald en in no time stond er op de boeg een pracht van een uitkijkpost.

Buenos Aires ligt aan de Rio de la Plata, een onbeschrijfelijk brede rivier die gigantische hoeveelheden slib afvoert. De hele eerste dag voeren we dus alleen maar door een soort moddersoep. Ik had een Waddenzee-achtige avifauna verwacht, met meeuwen, sterns en aalscholvers maar dit kwam maar ten dele uit. Aanvankelijk waren aalscholvers (Neotropical Cormorants) de enige vogels die werden gezien. De rivier afzakkend, verdwenen de aalscholvers en verschenen de Bruinkopmeeuwen (de Patagonische versie van onze Kokmeeuw). Op de hele rivier werd echter geen enkele stern gezien, terwijl hier volgens de literatuur toch zo’n 20.000 Visdieven overwinteren, maar deze noordelingen zijn hier blijkbaar nog niet aangekomen.

opweg2.jpg

Zoals in veel havenaanlopen is ook op de Rio de la Plata een loods verplicht. Hier maken ze het wel heel bont want de loods die in Buenos Aires aan boord kwam, ging meer dan 12 uur later in Montevideo pas weer van boord. Dat is aan de overkant van de rivier, een heel eind (terug) naar het noorden waardoor we de volgende ochtend tot onze verrassing niet op de oceaan wakker werden, maar nog steeds in de riviermond zaten. Het was alleen wel een compleet andere vogelwereld! Er was ook meer wind en zeegang (5 Bft) waardoor de kinderen de hele dag zeeziek te kooi lagen. Buiten domineerden aanvankelijk de Kelpmeeuwen het beeld, maar naarmate we verder naar buiten kwamen, zagen we steeds meer “echte” zeevogels. Witkinstormvogels waren dominant, maar de (Wenkbrauw)albatrossen en (Magelhaen)pinguins kwamen ook steeds vaker in beeld. Hier en daar zagen we oude bekenden uit onze eigen wereld: Noordse Pijlstormvogels (afkomstig van de Britse Eilanden) en Kleine Jagers en Visdieven uit Noord Amerika en wellicht uit Europa.

De wind was aanvankelijk tegen en later te zwak om zeilend goed vaart te kunnen maken. Vervelend voor alle zeilfanaten aan boord, maar heel prettig voor het doen van vogelwaarnemingen. Het resultaat was echter wel dat we in tijdnood raakten, waardoor de kortste route richting volgende haven gevaren moest worden. Daardoor voeren we de hele derde dag dicht langs de kust, maar omdat we nu ver van de grote rivieren zaten, zaten we wel midden tussen de zeevogels. Grote Pijlstormvogels bepaalden nu het beeld. Iedere ochtend is het weer een verrassing welke vogels het beeld zullen bepalen. Grote groepen pijlen wiekten voortdurend langs, of zaten op het water te foerageren.

Halverwege de dag werd ik uit mijn hok gecommandeerd, voor een verplichte koffiepauze. Ik was jarig en dit ging niet ongemerkt voorbij! Er was taart en een met chocolade bespoten feestbord, met de tekst Happy Birdday. Al koffiedrinkend en taart etend toch maar voortdurend een oog op de zee gehouden en plotseling leken de aantallen pijlstormvogels op te lopen. Snel weer naar het vogelhok en de tellingen hervat. De aantallen liepen snel op en op het hoogtepunt voeren we 20 minuten lang door een gebied met steeds nieuwe groepen foeragerende (Gewone) dolfijnen. De pijlstormvogels hadden dit ook in de gaten en zochten massaal deze groepen op, om mee te eten. Tussen de Grote Pijlen zaten hier ook grote aantallen Noordse Pijlen en enkele (de eerste en enige tot nu toe) Grauwe Pijlen. Pinguins waren min of meer voortdurend in beeld en vandaag waren het vooral volwassen vogels terwijl we gisteren alleen maar jonkies op het water zagen. Blijkbaar zaten we gisteren nog aan de rand van de pinguinverspreiding, waar zich, ver van de kolonies, vooral randgroepjongeren ophielden, terwijl we nu in de betere pinguïngebieden kwamen.

opweg1.jpg

Op de laatste dag van het eerste gedeelte kwamen we vooral Noordse Pijlstormvogels tegen. Omdat we later op de dag de haven van Punta Alta aanliepen, lieten we deze zeevogels allengs achter ons. Opnieuw een rivier, met langs de vaargeul grote, groenbegroeide wadplaten. Hier was het vooral uitkijken geblazen naar de Olrog’s Meeuw. Dit is een zeldzame “mantelmeeuw” die alleen hier voorkomt, met slechts een populatie van 5000 broedparen. Deze meeuwen zijn voedselspecialisten, die vooral leven van krabben, die ze in estuaria vangen. Of ze ook verder op zee voorkomen weet eigenlijk niemand; werk aan gezenderde vogels suggereert dat ze hun estuarium niet of nauwelijks verlaten, maar de zenders reiken ook niet veel verder. Wellicht zoeken op zee wel vissersschepen op maar zeker is het nog allerminst. Wij kwamen op zee nog geen vissersschepen tegen (althans geen vissende) en al helemaal geen Olrog’s Meeuwen. Rond de haven was het wel meteen raak en de meest zeldzame meeuw van ons hele onderzoekgebied kon diverse keren goed worden bekeken. Leuk voor ons, maar nieuwe info leverde dit nog niet op: buiten het estuarium werd de soort nog niet gezien (maar we hebben nog de nodige zeemijlen te gaan…)

In de haven een paar dagen verplichte “rust”, al staan er wel een paar excursies gepland. Daarover later meer!