Paraffine en palmvet op de kust en in de magen van Noordse Stormvogels

Nieuws

Paraffine en palmvet op de kust en in de magen van Noordse Stormvogels

Gepubliceerd op
19 maart 2019

Iedereen die geregeld op het strand komt, kent de aanspoelsels van paraffine- of palmvet-achtige brokken. Vettige troep, vaak geelbruin of wit, waar vogels en soms honden van eten, en waar toeristen hun kinderen angstvallig bij vandaan houden, want je weet maar nooit.

Vervuilde stranden

De rommel is afkomstig van tankers die ladingresten op zee uit de tanks wassen. Kustgemeentes en Rijkswaterstaat zijn veel geld kwijt aan het opruimen, maar echt schoon krijgen is ondoenlijk. Tijdens onze ‘Beached Bird Surveys’ op de stranden hebben we door de jaren heen geregeld brokken materiaal verzameld en in aluminium folie in de vriezers bewaard, hopend op later onderzoek.

Deze algemene vorm van paraffine- of palmvet-achtig materiaal is vermoedelijk vloeibaar (verhit) in zee geloosd en in het koude water snel in grillige vormen gestold
Deze algemene vorm van paraffine- of palmvet-achtig materiaal is vermoedelijk vloeibaar (verhit) in zee geloosd en in het koude water snel in grillige vormen gestold

Ook in stormvogelmagen

Dezelfde rommel treffen we al heel lang aan in de magen van Noordse Stormvogels. Begin jaren 2000 hebben we geprobeerd om onderzoek aan die paraffine-achtige maaginhouden op te nemen in de standaard monitoring van plastics. Maar we kregen de financiering niet voor elkaar, onder meer omdat het plastic werk een opdracht was voor monitoring van zwerfvuil in relatie tot Nederlands scheepvaart- en haven-beleid.

Paraffine en vetten vallen in scheepvaart termen niet onder de regels voor zwerfvuil, maar onder die voor bulktransport door chemicaliën tankers. Gegevens van de vogels hebben we al die jaren niet geanalyseerd, maar wel op formulieren bijgehouden, en veel maaginhouden werden in de vriezers bewaard.

Uit de maag van deze stormvogel kwam een grote klomp van opgegeten paraffine- of palmvet-achtige substantie
Uit de maag van deze stormvogel kwam een grote klomp van opgegeten paraffine- of palmvet-achtige substantie

Kennisbasis

Het Ministerie van LNV reserveert een deel van zijn onderzoeksbudget voor ‘kennisbasis (KB)’ onderzoek. Daarmee wil LNV de basis leggen voor kennis waarvan men verwacht dat die in de komende jaren relevant is voor de beleidsterreinen van het ministerie, het bedrijfsleven en andere maatschappelijke betrokkenen. Vanwege groeiende aandacht voor kustvervuiling met paraffine werd in 2018 een KB voorstel gehonoreerd voor een proefproject om onze stormvogel gegevens te gaan uitwerken en om een aantal van de monsters van de stranden en uit de vogelmagen chemisch te analyseren.

Rapport

Inmiddels is het rapport van dit proefproject afgerond. De resultaten laten zien dat door de jaren heen in de vogelmagen geen duidelijke veranderingen zijn opgetreden. Ruim één op de vijf magen van onderzochte stormvogels bevat brokken of een zachte brij van chemisch verdacht materiaal. De hoeveelheden variëren sterk van kleine brokjes tot vele tientallen grammen in een opgezette maag en darmen. Chemische analyses laten zien dat in de vogelmagen zowel paraffine als plantaardig vet veelvuldig voorkomen, soms met onduidelijke bijkomende andere stoffen.

Chemische analyses van paraffine tonen karakteristieke pieken die veroorzaakt worden door alkanen
Chemische analyses van paraffine tonen karakteristieke pieken die veroorzaakt worden door alkanen

De effecten op vogels zijn onduidelijk, maar het behoeft geen discussie dat deze rommel niet in zee, en niet in de magen van zeedieren thuis hoort. De van het strand verzamelde monsters bestonden in bijna alle gevallen uit paraffine achtige materialen. Palmvet e.d. wordt bij minder hoge temperaturen al vloeibaar en verdwijnt uit zicht. Waarschijnlijk wordt het ook sneller biologisch afgebroken of gegeten door dieren. Stormvogels laten dus een vollediger beeld zien wat er op zee gebeurt dan de monsters van de kust.

En nu?

We hopen natuurlijk dat dit verkennend onderzoek de start is voor uitbreiding van het plastic monitoring programma naar een graadmeter waarin ook paraffine- en palmvet-achtige materialen jaarlijks worden bekeken. En dat natuurlijk liefst met geregelde chemische analyses om de vinger aan de pols te houden.