Plastic in Noordzeevis

Nieuws

Plastic in Noordzeevis

Gepubliceerd op
24 december 2019

Onderzoekers van Wageningen Marine Research bestudeerden de hoeveelheid plastics in magen van vissen uit de Noordzee. Plastic vervuiling van de Noordzee wordt geregeld gerapporteerd. Naast plastic op stranden, de zeebodem en in het zeewater, wordt plastic ook gevonden in dieren, die de rommel inslikken.

Een beroemd voorbeeld van de Noordzee is de noordse stormvogel. Uit lange-termijn onderzoek blijkt, dat 93% van de Nederlandse stormvogels plastic in hun maag heeft, gemiddeld zo’n 24 stukjes. Maar eten stormvogels dat plastic zelf op als zij aan het wateroppervlak naar voedsel zoeken of zou een deel ook in de vogelmaag terecht komen door de vis die ze opeten? Deze vraag heeft een groep van onderzoekers van Wageningen Marine Research samen onderzocht. Daarnaast werd ook gekeken, of bepaalde vissoorten geschikt zijn om plasticvervuiling in de Noordzee op lange termijn te monitoren.

Langdurig en grootschalig onderzoek

Over een periode van 10 jaar, werden vissen uit het hele Noordzeegebied verzameld. De gegevens van deze vissen werden gecombineerd met al bestaande gegevens uit eerder onderzoek binnen Wageningen Marine Research en Wageningen Universiteit. Alles bij elkaar waren op die manier gegevens van 4389 vissen en 15 vissoorten beschikbaar. Deze dataset maakt het mogelijk om gedetailleerd onderzoek te doen naar het voorkomen en de verspreiding van plastic in de Noordzee.

Lage hoeveelheden plastic in vis geconstateerd

Met de hulp van stagiaires werden de magen van de vissen onder de microscoop uitgezocht. Voor dit werk was veel geduld nodig, want van de 4389 vissen hadden er maar 1.8% beesten een stukje plastic in hun maag.

Bernike van Werven, begeleid door Susanne Kühn, onderzoekt de maaginhoud van vis onder een microscoop (Foto: J.A. van Franeker)
Bernike van Werven, begeleid door Susanne Kühn, onderzoekt de maaginhoud van vis onder een microscoop (Foto: J.A. van Franeker)

Een soort die eruit sprong was de kabeljauw: onder 114 kabeljauwen werd in 12.3% plastic aangetroffen. Kabeljauw leeft dicht bij de zeebodem. Uit dit onderzoek blijkt dat soorten die daar voorkomen meer plastic in hun maag hebben dan vissoorten die hoger in de waterkolom hun voedsel zoeken.

De grafiek toont dat bodemsoorten vaker plastic in hun maag hebben dan vissen hoger uit de waterkolom.
De grafiek toont dat bodemsoorten vaker plastic in hun maag hebben dan vissen hoger uit de waterkolom.

Over de periode van tien jaar was een licht afnemende trend zichtbaar. Een afnemende trend is ook herkenbaar in de hoeveelheid plastics die in stormvogelmagen gevonden word. Of de trend in vissen op vergelijkbare manier doorzet is onbekend, daarvoor moet verder onderzoek worden gedaan. Alle stukken plastic die in de magen van vissen gevonden werden waren erg klein, gemiddeld zo’n drie millimeters.

Kleine plastic fragmenten uit vismagen.
Kleine plastic fragmenten uit vismagen.

Kledingvezels bemoeilijken onderzoek

Wat de onderzoekers ook tegenkwamen waren fijne kunststofvezels, vaak afkomstig uit bijvoorbeeld kleding. De vezels kunnen zich door de lucht verspreiden en worden regelmatig terug gevonden in zeewater waar vissen deze vezels kunnen inslikken. Tegelijkertijd bestaat het gevaar, dat vezels pas in het monster terecht komen terwijl deze in het laboratorium worden uitgezocht.

Kunststofvezel in de maag van een sprot. Helaas kan niet achterhaald worden of deze vezel ingeslikt is door de vis of pas tijdens de analyse in het monster terecht is gekomen (Foto: A. O’Donoghue)
Kunststofvezel in de maag van een sprot. Helaas kan niet achterhaald worden of deze vezel ingeslikt is door de vis of pas tijdens de analyse in het monster terecht is gekomen (Foto: A. O’Donoghue)

Om een overschatting van plastic in vismagen te voorkomen, werd getest hoeveel vezels uit de lucht in een schoon monsterbakje terecht komen. Resultaten laten zien, dat hoe langer een monster bloot gesteld is aan lucht, des te meer vezels in een monster terug gevonden kunnen worden. Omdat een groot deel van de vezels in de onderzochte vis uit de lucht gevallen zou kunnen zijn, werden vezels niet mee gerekend.

Kabeljauw en sprot geschikte soorten voor langdurig onderzoek

De kleine hoeveelheid plastic die in vismagen gevonden werd, leidt tot de conclusie dat plastic uit vis niet substantieel bijdraagt aan plastic dat in de magen van stormvogels gevonden word. De stukjes zijn vaak zo klein, dat deze door stormvogels waarschijnlijk snel weer uitgescheiden worden. Van alle onderzochte vissoorten, lijken vooral kabeljauw en sprot geschikt voor monitoring. Beide soorten hebben een heel groot verspreidingsgebied en foerageren op waterdieptes waar de noordse stormvogel niet komt en zouden dus een geschikte toevoeging kunnen vormen.