Blogpost

Voorpret

Gepubliceerd op
29 oktober 2009

Onze reis is begonnen! Na een maand lang lezen over de herkenning en de verspreiding van zeevogels en zeezoogdieren voor de kust van Patagonië gingen we dan eindelijk op weg

stadamsterdam4300.jpg

De VPRO had ons een vlucht geboekt met een beschaafde vertrektijd; altijd handig als je van Texel komt. ’s Avonds eerst een korte vlucht naar Parijs, snel overstappen en dan in een ruk naar Buenos Aires. Wat onze reis extra bijzonder maakt, is dat het hele gezin meereist, dus Kyra (10) en Tom (9) kregen vijf weken vrij van school om de expeditie mee te kunnen maken.

Een van de eerste dingen die we ontdekten was de Wet van de onevenredige lengte. Hoe kleiner je bent, hoe beter je kunt slapen in een vliegtuigstoel. Tel daarbij op de extra lengte van de nacht (we vlogen met de zon mee naar B.A. waardoor de nacht 3 uur langer duurde dan gewoonlijk) en dan blijkt dat kleine Tom (1.45 m) als een roosje sliep en extra fit was de volgende ochtend, terwijl ik zelf (1.85 m) helemaal niet kon slapen en dus niets waard was de volgende dag. De beide andere gezinsleden zaten hier tussenin, in de juiste volgorde, naar lengte en dus slaapgebrek. De eerste dag in Buenos Aires ging daarom op aan rondslenteren en sfeer snuiven, terwijl de kinderen opmerkelijk fit en alert rond sprongen. Het zal de leeftijd wel zijn, maar we houden het op onze grotere lengte, dat is wel zo sympathiek. 

De afgelopen maand hebben we de tocht zo goed mogelijk voorbereid. Alle vogel- en walvisgidsen van het gebied zijn uitputtend bestudeerd en al snel bleek dat er grote onderlinge verschillen zijn. Sommige soorten komen volgens de ene gids massaal voor in ons gebied terwijl gids B laat zien dat dit helemaal niet het geval is. Sommige soorten komen in geen enkele gids voor, maar blijken volgens andere bronnen juist weer wel in het gebied te zitten. De betere gidsen behandelen ook een ontmoedigend aantal soorten (en als je met de zeevogels klaar bent komen de walvisachtigen ook nog) dus ik heb een samenvatting gemaakt van de 40 meest waarschijnlijke soorten. Internet is geweldig: van alle soorten zijn er goede determinatiefoto’s te vinden. Het geheel wacht nu, tweezijdig geprint en geplastificeerd en dus buiswater-bestendig, op onze afvaart.

Uit de VPRO gids leerden we dat de Belgische walvisdeskundige Els Vermeulen op onze etappe meevaart. Een onverwachte meevaller want zo is meteen de nodige lokale kennis aan boord. Na enig googelen en e-mailen bleek haar man Alejandro ook mee te varen en hij is naast walvisdeskundige ook zeevogelaar. We hebben dus opeens een heel team! Jammer dat de vogelkijkdoos gehalveerd moest worden, de behoefte aan een vogeltribune stijgt met de dag.

Ondertussen krijgt Katja dagelijks van de NASA satellietbeelden binnen van ons stuk zee met daarop de chlorofyl waarden. Uitermate spannende plaatjes die scherpe overgangen laten zien tussen zeer arm en zeer productief water. We hopen een koers te kunnen uitzetten (onderhandelen) die ons over deze harde overgangen voert om zodoende de verschillen in plankton en avifauna te kunnen zien. Dezelfde beelden laten in een andere stand de hoeveelheid slib in het water zien. De Rio de la Plata, onze haven van vertrek, is uitermate modderig en gaat bij de monding abrupt over in glashelder oceaanwater.  

Satellietbeeld van het punt van vertrek (slibgehaltes). Mooi is te zien hoe de modderige Rio de La Plata abrupt overgaat in de blauwe Atlantische Oceaan.
Satellietbeeld van het punt van vertrek (slibgehaltes). Mooi is te zien hoe de modderige Rio de La Plata abrupt overgaat in de blauwe Atlantische Oceaan.

Vanuit de lucht, op zo’n 2 km hoogte tijdens de ingezette daling naar het vliegveld van Buenos Aires was de modderige kwaliteit van het water prachtig te zien. In die modderrivier overwinteren zo’n 20.000 van “onze” visdieven. Ze duiken naar kleine visjes en blijkbaar is het in troebel water goed vissen, want op de open oceaan worden ze volgens onze voorgangers niet gezien. Waarom eigenlijk niet? In helder water zit ook vis (want andere zeevogels) en die vis is veel beter te zien. Die vis ziet de neersuizende visdief natuurlijk ook beter aankomen en zo lijkt er op een bijzonder manier een evenwicht te zijn tussen zien en gezien worden.

Vanmorgen bleek, vanuit ons hotel en via de VPRO site, dat de Stad Amsterdam even verderop aan de kade lag. Even langs gewipt en kennis gemaakt, ondermeer met Redmond O’Hanlon: Ah, you are the bird-man! Great, excellent, I am going to join you in your box! Well, uh, yes, dat wordt dan tweede ring…

We kunnen niet wachten; vanavond mogen we dan echt aan boord.