schonen vijver (Foto: Laurens Pompe)

Invasieve plantensoorten (exoten)

Invasieve exotische plantensoorten komen van nature niet in Nederland voor. Meestal komen deze exoten door menselijk handelen in ons land terecht. Transport, handel en toerisme zijn de belangrijkste routes. Een klein deel van de exoten kunnen zich permanent vestigen in onze natuur. Door het ontbreken van natuurlijke vijanden zoals bacteriën, schimmels, insecten en concurrerende plantensoorten kunnen ze zich hier snel vermeerderen. Dan spreken we van invasieve exoten. Deze soorten zorgen voor veel schade en overlast omdat ze sterk woekeren en moeilijk te bestrijden zijn.

Invasieve oever- en waterplanten

De meeste invasieve exotische plantensoorten zijn oever- en waterplanten. Ze woekeren sterk en zijn vaak lastig te bestrijden.

Soorten, overlast en verspreiding

De belangrijkste probleemsoorten zijn:

  • Crassula helmsii; Watercrassula
  • Hydrilla verticillata; Hydrilla
  • Hydrocotyle ranunculoides; Grote waternavel
  • Ludwigia grandiflora; Waterteunisbloem
  • Ludwigia peploides; Kleine waterteunisbloem
  • Myriophyllum aquaticum; Parelvederkruid
  • Myriophyllum heterophyllum; Ongelijkbladig vederkruid

Het NVWA geeft een Veldgids invasieve waterplanten uit, waarmee terreinbeheerders de 21 meest risicovolle uitheemse waterplanten kunnen herkennen die wateroverlast en schade aan de natuur in Nederland veroorzaken.

Overlast

De zeer dichte vegetaties verduisteren het onderliggende water. Inheemse plantensoorten worden hierdoor verdrongen en er ontstaat zuurstoftekort in het water, met als gevolg sterfte van vis en andere fauna, verstrikt waterwild en stank. Door het belemmeren van de waterafvoer neemt de kans op wateroverlast toe.

Verspreiding

Consumenten moeten overtollige waterplanten uit een aquarium of vijver niet in openbaar water gooien. Dit veroorzaakt overlast en schade aan de natuur. 

Invasieve landgebonden plantensoorten

Deze hardnekkige woekeraars komen vaak voor op drogere terreinen, maar ook bij oevers en op dijktaluds. Eenmaal aanwezig zijn ze zeer moeilijk weer weg te krijgen. De aanwezigheid van deze exotische soorten kan leiden tot het verdwijnen van de ondergroei. Sommige soorten zijn in staat om schade te veroorzaken aan gebouwen, leidingen en infrastructuur. Het risico op grootschalige verspreiding is bij deze plantensoorten aanzienlijk lager dan bij invasieve oever- en waterplanten.

Soorten, overlast en verspreiding

Enkele voorbeelden van woekerende soorten:

Bij de NVWA staat een overzicht van de soorten invasieve landplanten die al in Nederland voorkomen en schadelijk zijn voor de Nederlandse natuur en/of volksgezondheid.

Overlast

In Nederland worden invasieve plantensoorten aangetroffen op zeer uiteenlopende standplaatsen, o.a. spoordijken, braakliggende terreinen, wegbermen, rivierkribben, bosranden en beekoevers. De aanwezigheid van deze exotische plaagsoorten kan leiden tot het verdwijnen van de ondergroei. Sommige soorten zijn in staat om schade te veroorzaken aan gebouwen, leidingen en infrastructuur.

Japanse duizendknoop

Deze soort wordt internationaal tot de honderd meest invasieve exoten gerekend. De plant kan door scheuren via de fundering huizen binnengroeien en door asfalt heen breken. Zoals bij veel invasieve exoten vormt menselijk handelen het grootste risico met betrekking tot de verspreiding van de soort over grotere afstanden. Denk hierbij aan het verslepen van wortel- en stengelfragmenten door machinaal maaien of transport van grond waarin zich nog delen van wortelstokken en stengels bevinden. Komen deze fragmenten op een andere locatie in of op open grond terecht dan groeien daar weer nieuwe planten uit.

Regelgeving invasieve exoten

Er geldt een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren.

De regelgeving is vastgelegd in de Europese verordening 'Invasieve Uitheemse soorten' (1143/2014). Op grond van de verordening is de Europese Unielijst invasieve exoten aangenomen met daarop ‘invasieve exoten van EU-belang’, waarvoor een import-, handels- en bezitsverbod geldt. Op basis van risicobeoordeling kunnen soorten aan de lijst worden toegevoegd, of er weer afgehaald worden.

Gebruik bestrijdingsmiddelen

In Nederland geldt een verbod op professioneel gebruik van bestrijdingsmiddelen buiten de landbouw (alle verharde en niet-verharde terreinen). Een aantal planten en insecten mogen nog gericht worden bestreden d.m.v. bladbespuiting met een bestrijdingsmiddel wanneer dit noodzakelijk is voor de bescherming van de gezondheid van mens, dier of milieu.

Soorten die bestreden mogen worden

Het gaat om de volgende soorten:

  1. Duizendknoop:
    Japanse duizendknoop (Fallopia japonica), Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis), bastaard duizendknoop (Fallopia x bohemica), Afghaanse duizendknoop (Persicaria wallichii) en kruisingen;
    Professionele bestrijding van Japanse duizendknoop d.m.v. pleksgewijze injectie van Roundup Evolution in de stengels is toegestaan in openbaar groen en particuliere tuinen (Bron: Ctgb).
  2. Ambrosia (Ambrosia species);
  3. Eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea);
  4. Bastaardsatijnrups (Euproctis chrysorrhoea);
  5. Buxusmot (Cydalima perspectalis);
  6. Fluweelboom/azijnboom (Rhus species);
  7. Hemelboom (Ailanthus altissima);
  8. Pontische rododendron (Rhododendron x superponticum);
  9. Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina);
  10. Eik (Quercus species) met uitzondering van Quercus robur en Quercus petraea;
  11. Esdoorn (Acer species) met uitzondering van Acer campestre;
  12. Witte abeel (Populus alba);
  13. Grauwe abeel (Populus x canescens);
  14. Zuurbes (Berberis species), niet zijnde Berberis vulgaris;
  15. Robinia (Robinia pseudoacacia);
  16. Rimpelroos (Rosa rugosa);
  17. Dwergmispel (Cotoneaster species) met uitzondering van Cotoneaster integerrimus;
  18. Knolcyperus (Cyperus esculentus), en
  19. Trosbosbes (Vaccinium corymbosum en hybriden).
  20. Soorten die zijn opgenomen op de lijst van voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten (artikel 4, eerste lid, van verordening 1143/2014(EG) met uitzondering van moeraslantaarn (Lysichiton americanus),