schonen vijver (Foto: Laurens Pompe)

Invasieve plantensoorten (exoten)

Invasieve exotische plantensoorten komen van nature niet in Nederland voor. Meestal komen deze exoten door menselijk handelen in ons land terecht. Een klein deel van de exoten kunnen zich permanent vestigen in onze natuur en zich snel vermeerderen. Dan spreken we van invasieve exoten. Deze soorten zorgen voor veel overlast omdat ze sterk woekeren en moeilijk te bestrijden zijn.

Invasieve oever- en waterplanten

De meeste invasieve exotische plantensoorten zijn oever- en waterplanten. Ze woekeren sterk en zijn vaak lastig te bestrijden.

Soorten, overlast en verspreiding

De belangrijkste probleemsoorten zijn:

  • Crassula helmsii; Watercrassula
  • Hydrilla verticillata; Hydrilla
  • Hydrocotyle ranunculoides; Grote waternavel
  • Ludwigia grandiflora; Waterteunisbloem
  • Ludwigia peploides; Kleine waterteunisbloem
  • Myriophyllum aquaticum; Parelvederkruid
  • Myriophyllum heterophyllum; Ongelijkbladig vederkruid

Overlast

De zeer dichte vegetaties verduisteren het onderliggende water. Inheemse plantensoorten worden hierdoor verdrongen en er ontstaat zuurstoftekort in het water, met als gevolg sterfte van vis en andere fauna, verstrikt waterwild en stank. Door het belemmeren van de waterafvoer neemt de kans op wateroverlast toe.

Verspreiding

Om de verspreiding via de handel in te dammen is in 2010 het Convenant Waterplanten ondertekend door het bedrijfsleven, het ministerie van Economische Zaken (EZ) en de waterschappen in Nederland. In het convenant is o.a. afgesproken dat bovenstaande planten­soorten in Nederland niet worden geleverd aan consu­men­ten en ook niet door de aangesloten bedrijven in eigen beheer worden gebruikt.

Invasieve landgebonden soorten

Deze hardnekkige woekeraars komen vaak voor op drogere terreinen, maar ook bij oevers en op dijktaluds. Eenmaal aanwezig zijn ze zeer moeilijk weer weg te krijgen. De aanwezigheid van deze exotische soorten kan leiden tot het verdwijnen van de ondergroei. Sommige soorten zijn in staat om schade te veroorzaken aan gebouwen, leidingen en infrastructuur. Het risico op grootschalige verspreiding is bij deze plantensoorten aanzienlijk lager dan bij invasieve oever- en waterplanten.

Soorten, overlast en verspreiding

Enkele voorbeelden van woekerende soorten

Overlast

In Nederland worden invasieve plantensoorten aangetroffen op zeer uiteenlopende standplaatsen, o.a. spoordijken, braakliggende terreinen, wegbermen, rivierkribben, bosranden en beekoevers. De aanwezigheid van deze exotische plaagsoorten kan leiden tot het verdwijnen van de ondergroei. Sommige soorten zijn in staat om schade te veroorzaken aan gebouwen, leidingen en infrastructuur.

Japanse duizendknoop

Deze soort wordt internationaal tot de honderd meest invasieve exoten gerekend. De plant kan door scheuren via de fundering huizen binnengroeien en door asfalt heen breken. Zoals bij veel invasieve exoten vormt menselijk handelen het grootste risico met betrekking tot de verspreiding van de soort over grotere afstanden. Denk hierbij aan het verslepen van wortel- en stengelfragmenten door machinaal maaien of transport van grond waarin zich nog delen van wortelstokken en stengels bevinden. Komen deze fragmenten op een andere locatie in of op open grond terecht dan groeien daar weer nieuwe planten uit.

Regelgeving invasieve exoten

Er geldt een Europees verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren.

De regelgeving is vastgelegd in de Europese verordening 'Invasieve Uitheemse soorten' (1143/2014). Op grond van de verordening is de Europese Unielijst invasieve exoten aangenomen met daarop ‘invasieve exoten van EU-belang’, waarvoor een import-, handels- en bezitsverbod geldt. Op basis van risicobeoordeling kunnen soorten aan de lijst worden toegevoegd, of er weer afgehaald worden.

Gebruik bestrijdingsmiddelen

Per 1 november 2017 geldt een verbod op professioneel gebruik van bestrijdingsmiddelen buiten de landbouw (alle verharde en niet-verharde terreinen). Een aantal planten en insecten mogen nog gericht worden bestreden met behulp van een bestrijdingsmiddel wanneer dit noodzakelijk is voor de bescherming van de gezondheid van mens, dier of milieu.

Soorten die bestreden mogen worden

Het gaat om de volgende soorten:

  1. Duizendknoop*:
    Japanse duizendknoop (Fallopia japonica), Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis), bastaard duizendknoop (Fallopia x bohemica), Afghaanse duizendknoop (Persicaria wallichii) en kruisingen;
  2. Ambrosia (Ambrosia species);
  3. Eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea);
  4. Bastaardsatijnrups (Euproctis chrysorrhoea);
  5. Buxusmot (Cydalima perspectalis);
  6. Fluweelboom/azijnboom (Rhus species);
  7. Hemelboom (Ailanthus altissima);
  8. Pontische rododendron (Rhododendron x superponticum);
  9. Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina);
  10. Eik (Quercus species) met uitzondering van Quercus robur en Quercus petraea;
  11. Esdoorn (Acer species) met uitzondering van Acer campestre;
  12. Witte abeel (Populus alba);
  13. Grauwe abeel (Populus x canescens);
  14. Zuurbes (Berberis species), niet zijnde Berberis vulgaris;
  15. Robinia (Robinia pseudoacacia);
  16. Rimpelroos (Rosa rugosa);
  17. Dwergmispel (Cotoneaster species) met uitzondering van Cotoneaster integerrimus;
  18. Knolcyperus (Cyperus esculentus), en
  19. Trosbosbes (Vaccinium corymbosum en hybriden).

*Met ingang van 9 maart 2018 is het gebruik van Roundup Evolution uitgebreid met de toepassing voor professioneel gebruik in openbaar groen en particuliere tuinen tegen holle stengel onkruiden d.m.v. pleksgewijze injectie in de stengel (Bron: Ctgb).