bijenziekten

Ziekten in bijen

Er zijn vele ziekten en plagen waar bijen last van kunnen hebben. De ectoparasiet Varroa destructor is een grote bedreiging voor de Europese honingbij. Broedziekten zoals Amerikaans vuilbroed (AVB), Europees vuilbroed (EVB) en kalkbroed tasten honingbijen in het larve en het popstadium aan. Nosema is een ziekte die wordt veroorzaakt door een eencellige dierlijke parasiet. Virusziekten zoals Deformed Wing Virus (DWV) en Chronic Bee Paralysis Virus (CBPV) zijn vaak latent aanwezig in bijenvolken. Van stuifmeelmijten tot wasmotten, ze profiteren allemaal op één of andere manier van honingbijen.

Varroa destructor

De varroa mijtziekte (varroatose) bij bijen wordt veroorzaakt door de ectoparasiet Varroa destructor. Deze exotische parasiet is een grote bedreiging voor de Europese honingbij.

Kleine bijenkastkever

De kleine bijenkastkever (Aethina tumida) parasiteert bijenvolken en kan grote schade aanrichten.

Broedziekten: Amerikaans vuilbroed (AVB), Europees vuilbroed (EVB) en Kalkbroed

Broedziekten tasten honingbijen in het larve- en het popstadium aan. Hoewel ze in meeste gevallen niet tot sterfte van een volk leiden, kunnen ze de ontwikkeling van bijenvolken remmen. Door te zwermen, en door actief het broednest te verlaten kunnen bijen broedziekten ontvluchten. Wanneer een bijenhouder deze mechanismen onderdrukt of verstoort kunnen ziekten een bedreiging gaan vormen voor het bijenvolk.

Amerikaans Vuilbroed: Draden trekken van een AVB-monster met een lucifer.
Amerikaans Vuilbroed: Draden trekken van een AVB-monster met een lucifer.

Bacteriën, schimmelziekten, virussen en mijtziekten vormen het geheel aan broedziekten waar bijenvolken mee te maken hebben. Broedziekten grijpen in op de gezondheid van individuele larven en poppen, vaak met de dood tot gevolg. Bij ernstige besmettingen kunnen grote delen van het broed aangetast worden, wat uiteindelijk de groei van een bijenvolk kan remmen. Broedziekten kunnen gestimuleerd worden door voor bijen ongunstige omstandigheden zoals slecht weer en een gebrek aan voedsel.

Amerikaans vuilbroed (AVB) en Europees vuilbroed (EVB)

Belangrijke bacterieziekten zijn Amerikaans vuilbroed (AVB) en Europees vuilbroed (EVB). Deze broedziekten zijn zeer besmettelijk en hardnekkig. Het bestrijden ervan vereist een radicale ingreep van de bijenhouder. Amerikaans Vuilbroed is een aangifteplichtige ziekte en moet bij een vermoedelijke uitbraak gemeld worden aan de autoriteiten. De overheid heeft echter geen plicht de ziekte daadwerkelijk te bestrijden. Dit is een taak van de imkers.

Europees Vuilbroed. Zwaar besmet raam met ingedroogde larven. Sommige larven gaan pas dood na het verzegelen van de cel. Deze cellen worden geopend door de werksters in een poging het op te ruimen (midden onderaan).
Europees Vuilbroed. Zwaar besmet raam met ingedroogde larven. Sommige larven gaan pas dood na het verzegelen van de cel. Deze cellen worden geopend door de werksters in een poging het op te ruimen (midden onderaan).

Kalkbroed

Een andere belangrijke broedziekte is Kalkbroed. Deze schimmelziekte verandert besmette larven en poppen in mummies. Dit speelt vaak op als het langdurig nat en guur weer is.

Kalkbroed mummies van boven af gezien.
Kalkbroed mummies van boven af gezien.

Hoe herken je broedziekten?

Protocol AVB:

Diagnostiek

Wageningen Bioveterinary Research voert tests uit voor het aantonen van Amerikaans vuilbroed. Lees verder op de diagnostiekpagina.

Virussen: Deformed Wing Virus (DWV), Chronic Bee Paralysis Virus (CBPV)

De meeste virusziekten zijn vaak latent aanwezig in bijenvolken en vormen nauwelijks een probleem. Het kan voorkomen dat virus-infecties in stress-situaties gestimuleerd worden en ernstige gevolgen voor bijen kunnen hebben, zoals Deformed Wing Virus (DWV). Sinds de introductie van Varroa destructor in 1983 is een aantal virussen een meer prominente rol gaan spelen in de gezondheid van bijenvolken.

Er zijn 23 verschillende virussen bekend die geassocieerd worden met het genus Apis (De Miranda et al. 2012; Runckel et al. 2011; Bromenshenk et al. 2010). Virussen zijn over het algemeen latent aanwezig in honingbijpopulaties en veroorzaken weinig tot geen schade aan bijenvolken. Het kan echter voorkomen dat virusreplicatie gestimuleerd of geactiveerd (meestal in stress-situaties) wordt waardoor ziekteverschijnselen optreden. Dit kan incidenteel schade en zelf sterfte van volken veroorzaken.

Deformed Wing Virus (DWV)

Uitzondering op de regel is Deformed Wing Virus (DWV). Dit virus is door de introductie van Varroa destructor een serieuze bedreiging gaan vormen (Martin et al. 2012) en is een structureel probleem voor de gezondheid van honingbijen. Dit wordt vooral veroorzaakt door de effectieve overdracht van DWV door varroa en doordat het virus vermenigvuldigt in varroamijten. Varroamijten zorgen daarnaast door het aanprikken van bijen voor een immuunrespons. Dit activeert de replicatie van virusdeeltjes in bijenweefsel. DWV kan fysieke symptomen zoals misvormde vleugels veroorzaken en de levensduur aantasten.

Deformed Wing Virus (DWV)
Deformed Wing Virus (DWV)

Chronic Bee Paralysis Virus (CBPV)

In lange koude perioden tijdens het groeiseizoen kan het Chronic Bee Paralysis Virus (CBPV) opspelen. Dit veroorzaakt verlammingsverschijnselen. Bijen besmet met dit virus zijn te herkennen door de zwarte kleur en het ontbreken van haren. Overige virussen Virussen krijgen steeds meer aandacht, omdat de technieken om virussen te detecteren verbeteren en we daardoor meer inzicht krijgen in de rol die ze spelen bij de gezondheid van bijen. Ook bijen@wur doet hier in relatie tot bijensterfte onderzoek naar.

Een honingbij geinfecteerd met CPBV. Een besmetting met dit virus zorgt ervoor dat de bijen kaal worden en vaak trillend op de raat zitten.
Een honingbij geinfecteerd met CPBV. Een besmetting met dit virus zorgt ervoor dat de bijen kaal worden en vaak trillend op de raat zitten.

Overige virussen

Virussen krijgen steeds meer aandacht, omdat de technieken om virussen te detecteren verbeteren en we daardoor meer inzicht krijgen in de rol die ze spelen bij de gezondheid van bijen. Ook bijen@wur doet hier in relatie tot bijensterfte onderzoek naar.

Welke virussen komen in Europa voor?

Virus Distributie EU
Acute Bee Paralysis Virus (ABPV) +
Kashmir Bee Virus (KBV) +
Israeli Acute Paralysis Virus (IAPV) +
Black Queen Cell Virus (BQCV) +
Deformed Wing Virus (DWV) +
Varroa destructor Virus 1 (VDV-1) +
Sacbrood Virus (SBV) +
Slow Bee Paralysis Virus (SBPV) +
Chronic Bee Paralysis Virus (CBPV) +
Cloudy Wing Virus (CWV) +
Bee Virus X (BVX) +
Bee Virus Y (BVY) +
Arkansas Bee Virus (ABV) ?
Berkeley Bee Virus (BBPV) ?
Macula-like Virus (MLV) +
Fliamentous Virus (AmFv) +
Apis Iridescent Virus (AIV) ?
Aphid Lethal Paralysis virus (ALPV) ?
Big Sioux River virus (BSRV) ?
Lake Sinaï Virus 1 (LSV1) ?
Lake Sinaï Virus 2 (LSV2) ?
Invertebrate Iridescence Virus (IIV) ?
Kakugo Virus ?

Nosema apis en Nosema ceranae

Nosema is een ziekte van de volwassen honingbij. De ziekte wordt veroorzaakt door een eencellige dierlijke parasiet. De parasiet leeft van het weefsel van de middendarm. Nosema komt over de gehele wereld voor. Ook in Nederland en België treedt de ziekte veelvuldig op. De schade kan aanzienlijk zijn in geval van Nosema apis. Sinds 2008 is ook Nosema ceranae aangetoond in Nederland. Deze waarschijnlijk exotische soort komt in vrijwel alle volken voor, maar hoe en of het voor ziekte of sterfte zorgt onder Nederlandse bijenvolken is niet bekend.

Nosema spp. in een monster genomen van het achterlijf van een honingbij bij een vergroting van 400x. De nosema-sporen zijn te herkennen als langwerpige cellen. Ze worden vaak vergeleken met rijstkorrels. De ronde cellen in dit preparaat zijn malpigh-amoeb
Nosema spp. in een monster genomen van het achterlijf van een honingbij bij een vergroting van 400x. De nosema-sporen zijn te herkennen als langwerpige cellen. Ze worden vaak vergeleken met rijstkorrels. De ronde cellen in dit preparaat zijn malpigh-amoeb

Alleen in levende cellen

Nosema apis en Nosema ceranae behoren tot de Microsporidia. Microsporidia zijn obligaat intracellulaire organismen. Dat wil zeggen dat ze alleen in een levende cel kunnen leven en voortplanten. Microsporidia doen dit in cellen van insecten en andere ongewervelden. Vrij recent zijn er ook Microsporidia ontdekt bij de mens (Barbancon 2007).

Vooral bij kou en regen

Nosema apis is een echte voorjaarsziekte. Langdurige koude en regenachtige perioden kunnen ervoor zorgen dat er weinig stuifmeel aangevoerd wordt, waardoor bijen vatbaar worden voor deze darmparasiet. Dit kan leiden tot bijensterfte en diarree. De symptomen worden verder gekenmerkt de aanwezigheid van dode en verkrampte bijen in en voor de kast.

Lang levensvatbaar buiten de cel

Een onderdeel van de levenscyclus van Microsporidia is het sporestadium. In dit stadium kunnen ze lange tijd buiten een cel in leven blijven. De verspreiding van cel tot cel en van het ene naar het andere levende organisme gebeurt in het sporestadium.

Maart, bij de voorjaarsinspectie ontdekt geval van Nosema apis. Duidelijk zichtbaar zijn de uitwerpselen op de raat.
Maart, bij de voorjaarsinspectie ontdekt geval van Nosema apis. Duidelijk zichtbaar zijn de uitwerpselen op de raat.

Download:

Tropilaeps mijtziekte

Het genus Tropilaelaps bestaat uit 4 soorten, T. clareae, T. koenigerum en de recent beschreven soorten T. mercedesae en T. thaii. De oorspronkelijke gastheer is de reuzenhoningbij (Apis dorsata), maar Tropilaelaps kan ook in volken van andere bijensoorten voorkomen. Zowel T. clareae als T. mercedesae zijn waargenomen en reproduceren in Europese honingbijen (Apis mellifera). Tropilaelaps wordt niet in Nederland aangetroffen.

De levenscyclus van Tropilaelaps spp. in honingbijvolken is vergelijkbaar met de levenscylcus van Varroa destructor. Onder normale omstandigheden stappen 1-4 volwassen mijten in het bijenbroed die elk 1 á 2 nakomelingen produceren. De mijten hebben een voorkeur voor darrenbroed ten opzichte van werksterbroed (ratio: 3:1). Er worden net zoveel mannetjes als vrouwtjes geproduceerd. Als een jonge bij uitloopt verlaten de volwassen vrouwtjes de broedcel. De onvolgroeide nakomelingen en de mannetjes blijven achter en gaan dood. De mijten verblijven hoogstens twee dagen op de volwassen bijen voordat ze weer in de broedcel stappen om zich voort te planten.

Acarapis mijtziekte

Acarapis mijtziekte is een aantasting van het eerste paar tracheeën (de ademhalingsbuizen) van de volwassen bij door de mijt Acarapis woodi. De koningin, werksters en darren kunnen besmet worden.

De mijt is 85-116 μm lang en 57-85 μm breed, is geelwit van kleur en heeft acht poten. De monddelen, met steek/zuig mechanisme zijn krachtig ontwikkeld. De mijt produceert waarschijnlijk een chitine weekmakende stof, om het steken te vergemakkelijken. Op het eerste pootpaar bevinden zich de tastorganen.

Trachee mijten (Acarapis woodi) onder een microscoop (40x). De structuur links is een trachee van een honingbij.
Trachee mijten (Acarapis woodi) onder een microscoop (40x). De structuur links is een trachee van een honingbij.

Amoebeziekten

De amoebe Malpighamoeba mellificae Prell behoort tot de eencellige dierlijke organismen, de Protozoa. Deze protozoa bewegen zich voort door middel van pseudopodia (schijnvoeten) en voeden zich door middel van fagocytose.

Malpighamoeba mellificae kan cysten vormen. Deze cysten hebben een zeer resistente celwand. De cysten zijn kogelrond met een doorsnede van ongeveer 7,5 μm. Wanneer de cysten, die met het voedsel door de bij opgenomen worden, in de endeldarm van de bij terechtkomen, komen hieruit de amoeben vrij. Deze kruipen terug door de dunne darm naar de buizen van Malpighi waarin ze zich vermenigvuldigen en er uiteindelijk weer cysten gevormd worden. Deze cysten verlaten met de ontlasting het bijenlichaam.

De amoeben beschadigen en verstoppen de buizen van Malpighi. Hierdoor worden o.a. stofwisselingsproducten niet meer afgevoerd en vergiftigt de bij als het ware zichzelf. Bovendien treedt er verstoring van de waterhuishouding op waardoor er diarree ontstaat.

Amoebeziekte (Malpighamoeba mellificae). Microscopisch beeld van een buis van malpighi met amoeben (100x vergroot).
Amoebeziekte (Malpighamoeba mellificae). Microscopisch beeld van een buis van malpighi met amoeben (100x vergroot).

Wasmotten

Bijenhouders die al een tijdje in het vak zitten weten het maar al te goed: Laat geen raten slingeren. En dat is niet voor niets! Wasmotten kunnen opgeslagen raten compleet verorberen. Zelfs het houtwerk laten ze niet ongemoeid! Op zich vormen wasmotten geen bedreiging voor honingbijen, maar in zwakke volken kunnen ze zich een weg vreten door de raten.

Grote wasmot (Galleria mellonella). Een paar kasten met oude bijenraten is binnen een paar maanden geheel opgegeten.
Grote wasmot (Galleria mellonella). Een paar kasten met oude bijenraten is binnen een paar maanden geheel opgegeten.

'Bijenluis' - Braula coeca

In de volksmond wordt Braula coeca ook wel de bijenluis genoemd. In werkelijkheid gaat het om een vleugelloze vlieg die volledig afhankelijk is van honingbijen voor z’n overleving. In Nederland komt de bijenluis niet meer voor. Waarschijnlijk is deze soort met de introductie van de Varroamijt verdwenen. De middelen die varroa bestrijden zijn schadelijk voor deze commensaal.

Bijenluis (Braula coeca)
Bijenluis (Braula coeca)